Drie opeenvolgende zware stormen binnen een week, waarvan één zelfs uitzonderlijk zwaar, hebben vooral op het land voor veel schade gezorgd. De schade aan waterkeringen en kust viel alleszins mee en een groot deel van de stormvloedkeringen kon gewoon open blijven. Rijkswaterstaat en diverse waterschappen waren in hoogste staat van paraatheid, maar rampen bleven uit.
U gaat nu een PREMIUM artikel op WaterForum lezen. Benieuwd wat dat verder inhoudt? U vindt hier onze uitleg: Uitleg WaterForum online PREMIUM artikelen.
Vooraf werden Dudley, Eunice en Franklin als een zeer gevaarlijk stormtrio beschouwd. Voor Eunice werd zelfs in een deel van het land code rood uitgevaardigd. Niet ten onrechte natuurlijk, want op land heeft het stormtrio flink huisgehouden, en op vrijdag 18 februari kostte Eunice zelfs vier mensen het leven. Maar ook Rijkswaterstaat en de waterschappen waren alert: het Zeeuwse waterschap Scheldestromen stelde op vrijdag 18 februari in verband met het verwachte hoogwater fase 1 dijkbewaking in. Er werd die nacht bij Vlissingen een waterstand verwacht van + NAP 3,34 meter en samen met storm Eunice zou dat wel eens problemen kunnen opleveren. De verwachting was dat de storm zandafslag zou veroorzaken in West-Zeeuws-Vlaanderen (Kruishoofd, Nieuwvliet), bij Vrouwenpolder en bij de duinen op de Kop van Schouwen. “Op deze plaatsen ontstond eerder door storm Corrie ook al schade”, gaf de woordvoerder van het waterschap op 18 februari aan. “Deze locaties worden extra in de gaten gehouden. De waterveiligheid is niet in het geding, maar het waterschap verwacht wel extra schade.”
Fietspad in zee verdwenen
Na het stormachtige weekend klonk de woordvoerder een stuk geruster: “Het beeld na inspectie is dat de schade meevalt. Op sommige plaatsen is er zelfs wat zand bij gekomen. Wel veel veek (aangespoeld materiaal, red.) langs de vloedlijn, en op sommige plekken dan weer wel wat zandafslag (West-Zeeuws-Vlaanderen). De waterveiligheid is niet in het geding gekomen.” Wel handhaafde Scheldestromen fase 1 dijkbewaking, want ook de uitlopers van de derde storm Franklin gingen gepaard met hoog water. Op dinsdag 22 februari komt het verlossende bericht: het waterschap schaalt de dijkbewaking af. De woordvoerder geeft een overzicht van de schade: “In West-Zeeuws-Vlaanderen is het fietspad bij Kruishoofd (Nieuwvliet) in zee verdwenen. Dit fietspad was al eerder afgesloten, omdat de storm Corrie eind januari zoveel zandafslag had veroorzaakt, dat het fietspad niet meer veilig begaanbaar was. Fietsers worden al geruime tijd langs een alternatieve route omgeleid. Deze week zullen de weggeslagen asfaltdelen worden opgeruimd.”
Steenbekleding beschadigd
Het stormtrio Dudley, Eunice en Franklin lijkt ook in Zeeland vooral op het land te hebben huisgehouden en veel overlast te hebben veroorzaakt op en langs wegen, door afgewaaide takken en omgewaaide bomen. Medewerkers van het waterschap waren het afgelopen weekend druk doende om versperde waterschapswegen weer vrij te maken. Verder werden de buitendijkse onderhoudswegen vrijgemaakt van zand en aangespoeld materiaal. Slechts op één plaats is er sprake van serieuze schade: bij ’t Killetje (Breskens), waar de steenbekleding het zwaar te verduren heeft gehad. “Over een oppervlakte van ruim 200 vierkante meter is de ingelijmde basaltglooiing weggeslagen of verzakt. Inmiddels is er een noodreparatie uitgevoerd door breuksteen af te storten over het beschadigde oppervlak. Na het stormseizoen wordt de glooiing definitief gerepareerd”, aldus de woordvoerder.
Stormvloedkeringen
Ondanks de drie zware stormen bleef een groot deel van de Nederlandse stormvloedkeringen gewoon open, terwijl er toch ook (tijdens Eunice) sprake was van springtij. De balgstuw Ramspol sloot op 18 februari (Eunice) en 21 februari (Franklin) en de Hollandsche IJsselkering sloot op 20 februari voor de tiende keer dit jaar. En op 21 februari is ook de Oosterscheldekering nog korte tijd gesloten geweest. Maar verder bleef alles open toen het stormtrio over het land raasde.
Tekst loopt verder onder de foto

Niet in de trechter
Zowel de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging (LCO) als Alphons van Winden, de samensteller van de website Waterpeilen.nl hebben daar een verklaring voor. Volgens Deon Slagter, een van de voorzitters van de LCO, vielen de waterstanden op de Noordzee ondanks het springtij relatief mee. “Dat komt doordat de wind uit het zuidwesten kwam en het water dus niet vol de Noordzee in blies. In tegenstelling tot bij de storm Corrie, die uit het noordwesten kwam, ging het water dus niet de trechter van de Noordzee in, maar werd het vooral schuin langs de kust geblazen.”
Nauwelijks opzet van water
Dat wordt bevestigd door Alphons van Winden: “Tijdens storm Corrie was er geen sprake van springtij en toch waren de waterstanden toen langs een groot deel van de kust hoger dan tijdens Eunice. Met name in Zeeland waren de waterstanden nu lager dan drie weken eerder. Nabij Vlissingen circa 40 cm en nabij Hoek van Holland ruim 60 cm. Opvallend genoeg viel de vloed samen met de periode van de hardste winden. Zeker in combinatie met springtij lijkt dit de ideale combinatie voor een hoge stand. Dat het daar toch niet van kwam, had te maken met de windrichting. Bij zuidwestenwind waait de wind parallel aan de kust en is er nauwelijks sprake van opzet van het water. Twaalf uur later was de wind wel naar het westen gedraaid, maar toen was de windkracht al lager, zodat ook toen het peil niet heel hoog meer kon stijgen.”
Rivierwater hoger
In het Benedenrivierengebied was de waterstand bij Rotterdam tijdens Eunice volgens Van Winden ook nog lager dan tijdens storm Corrie, maar verder het gebied in was de waterstand opvallend genoeg hoger dan drie weken geleden. Dit werd volgens hem veroorzaakt door de afvoer van de Rijn en de Maas, die respectievelijk circa 1000 en 250 m3/s hoger waren dan tijdens storm Corrie. “Tijdens de uren dat de storm veel zeewater door de Nieuwe Waterweg naar binnen perst, kan dat rivierwater niet uitstromen en het hoopt zich dan steeds meer op. De waterstanden stroomopwaarts, bij Zaltbommel en Lith, lopen daardoor verder op dan als de rivierafvoer lager was geweest. In het Haringvliet, dat ook in verbinding staat met de Nieuwe Waterweg, kwam ook wat meer water binnen, maar dat verschil was niet zo groot”, aldus Van Winden. Al met al was er geen enkele reden om de Maeslantkering te sluiten.
Waddenzee
Ook in de Waddenzee verliep Eunice wat de waterstanden betreft anders dan Corrie, maar hier kwam de vloed juist veel hoger. Op het moment van vloed (18 februari rond 23 uur) was de wind daar net naar het westen gedraaid en ook blies de wind toen nog op z’n krachtigst. Hier vielen storm en getij dus meer samen en kwam het peil hoger dan tijdens Corrie. Vooral langs de kust van Friesland bij Harlingen, dat vol op de wind lag.
Alles moet samenvallen
Het is duidelijk dat voor een gevaarlijk hoge waterstand langs de kust alles precies moet samenvallen: het moment dat de getijgolf passeert, of het springtij is, de windkracht en de windrichting. Met name die laatste is voor een erg hoge waterstand heel belangrijk: bij een stormwind uit het noordwesten zijn de rapen gaar!
Zandwallen
Verschillende kustgemeenten en particulieren hebben voorafgaand aan het stormtrio ook nog maatregelen getroffen in de vorm van de aanleg van zandwallen op het strand. Deze moesten met name de strandtenten beschermen. In gemeenten als Velsen, Zandvoort en Scheveningen gingen de bulldozers daarvoor aan de slag. Andere gemeenten, zoals Beverwijk en Heemskerk, zagen er het nut niet van in. Waar na storm Corrie verschillende media melding maakten van zwaar beschadigde strandtenten, daar bleven die berichten na afgelopen weekend uit. Het lijkt er dus op dat ook de strandtentexploitanten na het stormtrio opgelucht adem hebben kunnen halen. Uiteraard zal er hier en daar wat zijn losgewaaid, maar de strandtenten zijn in ieder geval niet door de golven verslonden.










