Bij saneringen van met PFAS vervuilde bodems, zoals hier bij de vliegbasis Leeuwarden, wordt het grondwater gereinigd. Een onderzoek door IenW moet duidelijk maken of voor zo’n activiteit een lozingsverbod voor PFAS kan gelden (foto: Vliegbasis Leeuwarden).
Bij saneringen van met PFAS vervuilde bodems, zoals hier bij de vliegbasis Leeuwarden, wordt het grondwater gereinigd. Een onderzoek door IenW moet duidelijk maken of voor zo’n activiteit een lozingsverbod voor PFAS kan gelden (foto: Vliegbasis Leeuwarden).

Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat heeft een onderzoek aangekondigd naar de haalbaarheid en de te voorziene reductie van een gedeeltelijk lozingsverbod voor PFAS. Een van de problemen daarbij is dat lozende bedrijven niet altijd zelf PFAS toevoegen. Vaak gaat het om lage PFAS-concentraties die al in het water zitten dat ze innemen. Het onderzoek richt zich vooral op een lozingsverbod bij bodemsanering, afvalverwerking, waterbeheer en drinkwaterproductie.

Op 24 april heeft IenW-minister Vincent Karremans in een brief de Tweede Kamer op de hoogte gesteld van een onderzoek naar de invoering van een gedeeltelijk lozingsverbod van PFAS. De minister geeft hiermee invulling aan eerdere verzoeken vanuit de Kamer om zo’n lozingsverbod te onderzoeken. Zijn twee voorgangers toonden zich naar de Kamer wel bezorgd over PFAS-lozingen, maar wilden vooral inzetten op een productieverbod dat in Brussel in de maak is.

Karremans kondigt in zijn brief aan dat het onderzoek niet gericht zal zijn op een algeheel lozingsverbod, maar op een gedeeltelijk verbod voor specifieke sectoren en activiteiten. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door een consortium van gespecialiseerde bedrijven.

Effectiviteit

Karremans wil weten of een gedeeltelijk verbod kan leiden tot duidelijke vermindering van PFAS-lozingen naar water. Daarbij gaat volgens hem in eerste instantie de aandacht uit naar sectoren en activiteiten met substantiële emissies van PFAS die nieuw worden toegevoegd aan het milieu, bijvoorbeeld omdat bedrijven PFAS in hun productieproces gebruiken. Verder wil hij weten of dergelijke lozingsverboden juridisch houdbaar zijn.

Het onderzoek zal ook kijken naar de maatschappelijke waarden van bepaalde activiteiten. In zijn brief noemt hij specifiek bodemsanering, afvalverwerking, drinkwaterproductie, waterbeheer en infrastructurele projecten.

Niets toevoegen

De minister wijst specifiek op de gevallen waarbij de lozers niet zelf PFAS toevoegen. In het milieu komt al veel PFAS-vervuiling voor en er kan sprake zijn van een verplaatsing. Zo nemen bedrijven water in waar al lage concentraties PFAS in voorkomen. Voor zulke gevallen ziet het bedrijfsleven een lozingsverbod als onwenselijk.

Nieuwe PFAS-normen

Het onderzoek zal ook kijken naar de nieuwe PFAS-normering, zoals de toevoeging van de somparameter voor 25 PFAS-verbindingen aan de Kaderrichtlijn Water en de op handen zijnde stapsgewijze uitfasering van de productie en verkoop van alle PFAS-verbindingen

Uitkomsten

Karremans verwacht dat de resultaten van het onderzoek in het derde kwartaal van 2026 gereed zijn. Aan de hand van de uitkomsten zal het kabinet besluiten of en hoe op korte termijn een lozingsverbod voor PFAS mogelijk is.