
De kwaliteit van Nederlandse drinkwaterbronnen holt achteruit, terwijl de vraag naar drinkwater juist groeit. Drinkwaterbedrijven moeten daardoor steeds meer investeren in zuivering en capaciteit en die kosten worden in rap tempo doorberekend aan huishoudens. Het Europese principe ‘de vervuiler betaalt’ blijkt in de praktijk ver te zoeken, zo staat te lezen in een analyse van Vewin-directeur Hans de Groene in het vakblad Economisch Statistische Berichten.
De kwaliteit van Nederlandse drinkwaterbronnen staat onder toenemende druk, met stijgende kosten voor drinkwaterbedrijven en uiteindelijk de consument als gevolg. Dat blijkt uit de analyse van de directeur van de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin). Door vervuiling moeten bedrijven steeds intensiever zuiveren, terwijl Europese doelen om water juist schoner te maken buiten bereik blijven.
Toenemende vraag én druk op bronnen
De drinkwatervoorziening in Nederland staat voor een dubbele uitdaging. Enerzijds groeit de vraag: in 2030 is naar verwachting circa 100 miljoen kuub extra drinkwater nodig ten opzichte van 2020. Zonder uitbreiding van de productiecapaciteit dreigen tekorten.
Tegelijkertijd verslechtert de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, de belangrijkste bronnen voor drinkwater. Verontreinigingen zoals bestrijdingsmiddelen, nitraat, industriële lozingen, medicijnresten en PFAS zorgen ervoor dat bronnen minder geschikt worden voor directe winning. Volgens de sector betekent dit dat drinkwaterbedrijven steeds meer moeten investeren in aanvullende zuiveringstechnieken om de drinkwaterkwaliteit te waarborgen.
Europese doelen niet haalbaar
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) schrijft voor dat de waterkwaliteit zodanig moet verbeteren dat minder zuivering nodig is. “De werkelijkheid is diametraal anders”, schrijft De Groene in zijn analyse in economievakblad ESB. Nederland zal de KRW-doelen voor 2027 naar verwachting niet halen, ondanks geplande maatregelen.
Op dit moment voldoet weliswaar een groot deel van de metingen aan afzonderlijke normen, maar geen enkel oppervlaktewaterlichaam bereikt de vereiste ‘goede toestand’. Voor grondwater geldt dat slechts een klein deel aan die norm voldoet. Daarbij komt dat belangrijke stoffen, zoals PFAS en medicijnresten, nog onvoldoende worden meegenomen in de beoordeling van waterkwaliteit.
Exploderende investeringen
Door de verslechterende bronkwaliteit stijgen de investeringen in de drinkwatersector sterk. Tussen 2016 en 2024 zijn deze investeringen verdubbeld en opgelopen tot bijna 50 procent van de omzet. Deze kosten komen bovenop investeringen die nodig zijn voor uitbreiding van de productiecapaciteit, digitalisering en cybersecurity. De verwachting is dat het investeringsniveau verder zal stijgen.
Naast investeringen nemen ook de operationele kosten toe, onder meer door extra energiegebruik en inzet van zuiveringsmiddelen.

Drinkwater fors duurder
De stijgende kosten vertalen zich inmiddels duidelijk in hogere tarieven voor huishoudens. Tussen 2020 en 2025 steeg de drinkwaterprijs gemiddeld met 8,5 procent per jaar. Dat is bijna twee keer zo snel als de inflatie.
Bij sommige drinkwaterbedrijven liep de stijging zelfs op tot 10 à 12 procent per jaar. Hoewel energie- en materiaalkosten hierbij een rol spelen, is duidelijk dat ook de toenemende zuiveringsinspanning bijdraagt aan de prijsstijging.
Daarmee komt een belangrijk principe uit de Europese waterwetgeving, namelijk ‘de vervuiler betaalt’, onder druk te staan. De Groene noemt dat principe in zijn analyse zelfs fictie. In de praktijk worden de kosten van vervuiling immers grotendeels doorberekend aan de consument, via de drinkwaterrekening.
Oproep tot strengere aanpak bij de bron
Volgens de drinkwatersector is een fundamentele koerswijziging nodig. De focus moet verschuiven van zuiveren achteraf naar voorkomen van vervuiling aan de bron. Dat vraagt om strengere regelgeving, betere vergunningverlening en intensiever toezicht op lozingen. Voor specifieke stoffen zoals PFAS pleit de sector voor een Europees verbod. Ook zouden toelatingscriteria voor bestrijdingsmiddelen beter moeten aansluiten op waterkwaliteitsnormen.
Daarnaast is aanpassing van landbouwpraktijken nodig om uitspoeling van nitraat en pesticiden naar grondwater te verminderen.
Breder maatschappelijk probleem
De Vewin-directeur wijst erop dat slechts een klein deel van het beschikbare zoete water daadwerkelijk wordt gebruikt voor drinkwaterproductie. Het grootste deel van de vervuiling blijft dus in het watersysteem en het milieu aanwezig, met risico’s voor ecosystemen en volksgezondheid. Zonder ingrijpen dreigt een situatie waarin zowel de kwaliteit van het milieu als de betaalbaarheid van drinkwater verder onder druk komt te staan.









