drinkwater
Foto: PxHere

Het nijpende tekort aan drinkwater in Nederland vraagt om sneller en scherper beleid dan het kabinet tot nu toe laat zien. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het rapport ‘Drinkwater onder druk’. Hoewel de minister van Infrastructuur en Waterstaat sinds 2019 heldere besparingsdoelen formuleert, blijven concrete maatregelen uit – en is onzeker of de doelen worden gehaald.

Huishoudens moeten volgens de minister hun dagelijkse drinkwaterverbruik terugbrengen van 119 liter per persoon (2023) naar 100 liter in 2035. Bedrijven moeten in datzelfde jaar 20 procent minder water gebruiken dan gemiddeld in 2016-2019. De Rekenkamer prijst de ‘heldere stip op de horizon’, maar ziet “traagheid in de beleidsvorming” en een gebrek aan zicht op effectieve maatregelen.

Woningbouw

Eén speerpunt is de woningbouw: nieuwe huizen zouden toiletten moeten doorspoelen met opgevangen regen- of grijswater. Die verplichting laat echter tot zeker 2028 op zich wachten. Tegen die tijd zijn tienduizenden woningen al zonder alternatieve spoelvoorziening opgeleverd. Tegelijk werkt de minister voor Volkshuisvesting aan minder regels rond bouwen, wat de invoering verder kan vertragen.

Minder huishoudwater, maar niet dankzij beleid

Na jaren van stijging nam het waterverbruik van huishoudens de afgelopen twee jaar af. Volgens de Rekenkamer is dat vooral te danken aan externe factoren: thuiswerken in coronatijd dreef het verbruik in 2020 op, terwijl vanaf 2022 duurdere energie en koeler, natter zomerweer juist tot korter douchen en minder tuinbesproeiing leidden. Van structurele gedragsverandering is nog geen sprake. En áls burgers al minder water willen verbruiken, helpt een hogere prijs nauwelijks; drinkwater blijft in Nederland goedkoop en prijselasticiteit is laag.

Bedrijven blijven dorstig

Het bedrijfsleven tapt juist steeds meer kraanwater. Vooral de voedings- en chemische industrie zetten grote volumes om. In 2022 meldden zich al bedrijven die geen extra aansluiting konden krijgen vanwege regionale tekorten. Toch werden in de beleidsevaluatie van 2019 alleen piekvragen als risico gezien, niet de stijgende basisvraag. De Rekenkamer noemt het “opvallend” dat de minister dit groeipad niet eerder signaleerde en bovendien zonder tussendoelen werkt; pas in 2035 zal blijken of de 20 procent besparing is gehaald.

Urgentie vergroten, data verdiepen

Om het tij te keren adviseert de Rekenkamer de minister drie lijnen te versterken:
• Gedragsverandering stimuleren – vergroot het gevoel van urgentie bij burgers en bedrijven via gerichte campagnes én prijsprikkels die wél effect sorteren.
• Sectorgesprekken voeren – verzamel sectorspecifieke data over watergebruik en ga met industrieën in gesprek over haalbare alternatieven, hergebruik en subsidies.
• Tussendoelen en monitoring – stel concrete mijlpalen vast (bijvoorbeeld voor 2028 en 2031) om tijdig bij te sturen en rapporteer jaarlijks over de voortgang.
Daarnaast moet het ministerie beter in kaart brengen welke maatschappelijke en economische schade dreigt bij een structureel drinkwatertekort, zodat het parlement gefundeerde keuzes kan maken.

1,7 miljard euro omzet, 1094 miljard liter water

De twaalf drinkwaterbedrijven draaiden in 2023 samen een omzet van 1,7 miljard euro en leverden 1094 miljard liter water. Het RIVM waarschuwde vorig jaar dat de vraag in 2030 ruim 100 miljard liter boven het niveau van 2020 kan liggen als er niets verandert. Daarmee nadert Nederland de grenzen van zijn zoetwaterbronnen.

Politieke agenda

Het Rekenkamerrapport verschijnt in aanloop naar Verantwoordingsdag, wanneer de Tweede Kamer de jaarverslagen van ministeries beoordeelt. De verwachting is dat meerdere fracties het kabinet zullen aanspreken op de trage uitvoering. Zonder versnelde actie, zo waarschuwt de Rekenkamer, blijven de besparingsdoelen niet meer dan wishful thinking – en kan de kraan voor burgers én bedrijven letterlijk minder hard blijven stromen.

Reactie van de minister

In een schriftelijke reactie erkent minister Madlener van Infrastructuur en Waterstaat de druk op het drinkwater en de maatschappelijke impact van schaarste. Volgens de minister zijn “al goede stappen gezet”: het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing (juni 2024) en het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 richten zich zowel op besparen als op het vergroten van de productiecapaciteit. IenW wil het inzicht in écht verbruik vergroten via CBS-onderzoek naar watergebruik per huishouden en branche en inzet van ‘waterscans’ bij bedrijven. Ook worden prikkels onderzocht: het heffingsplafond voor grootverbruikers kan omhoog. Het ministerie zegt de aanbevelingen over tussendoelen en monitoring over te nemen bij de herziening van het nationaal plan in 2026 en benadrukt dat er veel energie in de uitvoering zit, met jaarlijkse voortgangsrapportages en actuele campagnes voor waterbewustzijn.