Het feestelijke startschot van ‘Zoete Toekomst’: de eerste drain wordt getrokken door de Noord-Hollandse gedeputeerde Cees Loggen (foto: provincie Noord-Holland).

Op Texel is op 28 augustus het project ‘Zoete Toekomst’ officieel gestart. Het eiland moet zelfvoorzienend worden wat betreft zoet water voor landbouw, door regenwater langer vast te houden in de bodem. Dit wordt de komende drie jaar op twee locaties in de praktijk getest. Het project wordt uitgevoerd door LTO Noord en Acacia Institute.

Het regenwater moet ondergronds worden opgeslagen, in een zoetwaterbel die drijft op het zoute grondwater. Dat water wordt vervolgens in de zomer op een zuinige en slimme manier gebruikt om zo’n 50 tot 100 hectare aan akkers te irrigeren.

Eens in de vier jaar een misoogst
Op Texel is geen externe wateraanvoer en geldt een permanent, algeheel beregeningsverbod. De boeren op het eiland houden daarom rekening met eens in de vier jaar een misoogst. Om het land toch te kunnen beregenen, bedachten de agrariërs op Texel een manier om zelf in hun eigen irrigatiewater te kunnen voorzien. Samen met LTO Noord en Acacia Institute hebben ze het initiatief genomen om het eiland zelfvoorzienend te maken: het project ‘Zoete Toekomst’.

Financiering
Het is een ambitieus, maar haalbaar plan, zeggen de initiatiefnemers. Daarin staan ze niet alleen, bewijst de lange lijst van overheden, fondsen en organisaties die het project mede willen financieren: het Waddenfonds, de provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, LTO Noord Fondsen, de gemeente Texel, Teso, KRIM en het Texelfonds. Ook de deelnemende agrariërs dragen een steentje bij.

Miljarden liters ongebruikt de Waddenzee in
Van de regen die jaarlijks, vooral in de winter, op Texel valt, spoelt zo’n 44 miljoen kubieke meter ongebruikt de Waddenzee in. Een fractie daarvan zou al voldoende zijn om de akkers en weilanden in droge tijden te beregenen. Volgens LTO Noord is er voor alle landbouw op Texel jaarlijks 6 tot 7 miljoen kubieke meter zoet water nodig. Dat betekent dat de Texelse boeren zo’n 15 procent van het regenwater moeten zien vast te houden. Maar hoe doe je dat? Ideeën als de aanleg van een bassin of een zoetwatermeer voor de kust zijn al eerder als ‘onpraktisch’ of ‘onbetaalbaar’ van de hand gewezen. Het project ‘Zoete Toekomst’ wordt wél als kansrijk gezien.

Drainagebuizen
De ondergrondse zoetwateropslag wordt gerealiseerd op twee proeflocaties van samen 50 tot 100 hectare in polder Eierland: aan de Postweg en aan de Hoofdweg. De locaties verschillen van elkaar in de mogelijkheid om water op te vangen. Zo zijn er verschillen in de bodemsamenstelling, het zoutgehalte van de ondiepe en diepe ondergrond en de geschiktheid van de ondergrond voor opslag van water. Op de twee proefvelden leiden drainagebuizen het regenwater naar een zoetwaterbel die drijft op het zoute grondwater. Dat dit kan werken, is eerder door Acacia Water vastgesteld bij proeven in Breezand, in de kop van Noord-Holland. De proef in Breezand, die ‘Spaarwater’ is gedoopt, is in 2014 klein begonnen (op 3 hectare), maar is inmiddels opgeschaald naar 10 hectare.

Deltacommissaris
Op 28 augustus zijn de eerste drains in de Texelse proefgebieden feestelijk aangelegd, onder het toeziend oog van genodigden namens de betrokken organisaties. Deltacommissaris Peter Glas liet die dag via Twitter weten zeer geïnteresseerd te zijn in het project. Hij legde in zijn tweet ook een link met het Deltaplan Zoetwater.

Het project wordt door veel organisaties, fondsen en overheden mede-gefinancierd (foto: Zoete Toekomst).