Respijt voor maïsoogst
Sinds 2006 is het verplicht om op zand- en lössgrond direct na de oogst van snijmaïs een vanggewas in te zaaien. Zo’n gewas kan bij laat zaaien nog een voldoende grondbedekking geven (foto: Twitter).

Demissionair minister Carola Schouten van Landbouw heeft de verplichte inzaaidatum van vanggewassen na maïsoogst op zand- en lössgrond uitgesteld van 1 naar 31 oktober. Daarmee gaat zij in tegen het advies van de Technische Commissie Bodem (TCB), die stelt dat uitstel een negatief effect heeft op de uitspoeling van nitraat naar het grond- en oppervlaktewater.

Sinds 2006 is het verplicht om op zand- en lössgrond direct na de oogst van snijmaïs een vanggewas in te zaaien. Dat is een groenbemestingsgewas dat na de maïs geteeld wordt met de bedoeling uitspoeling van meststoffen, vooral nitraat, tegen te gaan. Vanggewassen die geschikt zijn voor uitzaai na de maïsoogst zijn o.a.: winterrogge, bladrammenas, bladkool, gras en een mengsel van gras en winterrogge. Deze gewassen kunnen bij laat zaaien nog een voldoende grondbedekking geven.

Maïs minder afgerijpt

Vanwege het natte en koude voorjaar en de natte zomer is maïs dit jaar op veel plekken minder ver afgerijpt dan gewenst. De landbouwsector heeft daarom aangegeven dat het voor veel bedrijven niet mogelijk is deze voor 1 oktober te oogsten, mede gezien de capaciteit van de loonwerkbedrijven. De Tweede Kamer heeft daar, bij monde van BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas, ook aandacht voor gevraagd. Op 30 september stuurde de minister haar reactie naar de Tweede Kamer.

Advies: géén uitstel van de inzaaidatum

De uiterste inzaaidatum van 1 oktober voor vanggewassen na de maïsoogst, is vastgesteld om uitspoeling van nitraat naar grondwater zoveel mogelijk te voorkomen. Hoe later een vanggewas wordt ingezaaid, hoe minder het ingezaaide gewas nog tot groei kan komen en daarmee nog stikstof mee kan opnemen. Een vrijstelling van deze inzaaidatum op basis van de Wet bodembescherming vereist echter dat de Technische Commissie Bodem (TCB) wordt gehoord. Deze commissie adviseerde géén uitstel te verlenen. Op natte zandgronden bedraagt volgens de TCB de extra uitspoeling die tien dagen uitstel geeft na 1 oktober circa 2,7 mg nitraat per liter. Op droge zandgronden is het negatieve effect nog groter. Tien dagen uitstel leidt daar in het bovenste grondwater tot een stijging van naar schatting circa 5,8 mg nitraat per liter.

Mogelijk extra methaanemissie

Aangezien in deze context ook de voederwaarde van de eventueel nog niet afgerijpte maïs van belang is, en mogelijke effecten hiervan op andere beleidsdossiers als stikstof en klimaat, heeft de minister ook de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) om advies gevraagd. Volgens die commissie kan de voederwaarde van nog niet afgerijpte maïs mogelijk leiden tot extra methaanemissie door het vee. Daarnaast stelt de CDM dat er risico’s kunnen ontstaan voor de diergezondheid, maar dat deze goed te ondervangen zijn met het voeren van structuurrijk voer zoals stro en kuilgras, en het gebruik van pensbuffers. Uit een analyse van monsters uit de snijmaïskuilen zou bovendien blijken dat één of twee weken eerder oogsten van de snijmaïs niet altijd onvoordelig hoeft te zijn voor de voederwaarde hiervan, en dus voor de melkproductie en opbrengsten van de veehouder. “Eén of twee weken eerder oogsten zou sterk bijdragen aan de vervroeging van de oogst en de tijdige inzaai van een nagewas om de nitraatuitspoeling te beperken. Het is dus naar de toekomst toe van belang deze vervroeging te laten plaatsvinden”, geeft de CDM aan in haar advies aan de minister.

‘Milieukundig geen zwaarwegende reden tot uitstel’

Het lijkt er dus op dat de twee adviescommissies die de minister heeft geraadpleegd, allebei het sein voor uitstel van de maïsoogst en het inzaaien van vanggewassen op rood hebben gezet. Toch heeft minister Schouten besloten de inzaaidatum een maand uit te stellen. “Milieukundig gezien is er, afgezien van de extra methaanemissie, geen zwaarwegende reden tot uitstel van de datum”, schrijft ze in haar brief aan de Tweede Kamer. “Echter zal het in de praktijk zeer lastig zijn voor ondernemers om tijdig hun maïs te oogsten als gevolg van de beschikbare capaciteit bij loonwerkbedrijven. Een ander relevant aspect is dat het niet tijdig kunnen voldoen aan de datum van 1 oktober ook in de handhaving grote gevolgen kan inhouden voor individuele ondernemers.” De minister wijst erop dat deze overtreding valt onder het strafrecht en dat een doormelding met randvoorwaardekorting wordt gemaakt in het kader van de subsidies van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Bovendien voldoen ondernemers dan niet aan de derogatievoorwaarden, waardoor zij de derogatie verliezen en ook het opvolgende jaar uitgesloten worden van deelname aan derogatie.

Binnen drie etmalen na de oogst inzaaien

“Afgaande op de signalen die ik uit de sector heb ontvangen, merk ik dat velen dit niet hebben beseft”, schrijft minister Schouten. “Om te voorkomen dat een groot deel van de sector met onvoorziene, onevenredig zware consequenties te maken krijgt, heb ik op basis van deze overwegingen besloten de uiterste inzaaidatum voor dit jaar te verschuiven naar 31 oktober. Onder de voorwaarde dat het vanggewas binnen drie etmalen na de maïsoogst wordt ingezaaid. Ik wil ondernemers, gelet op de constateringen van de TCB en CDM over het nut van extra afrijpen, met nadruk oproepen niet tot deze datum te wachten, maar zo snel als kan hun maïs te oogsten.”

Kaderrichtlijn Water

De maïsteelt in Nederland vormt een complicerende factor bij het halen van de doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Diverse onderzoeken, onder meer van Wageningen Environmental Research/Alterra, schetsen de voordelen van het vervangen van ‘late-oogstgewassen’ – zoals maïs – door ‘voege-oogstgewassen’ gecombineerd met het telen van een vanggewas. De nitraatconcentratie in het grondwater kan hierdoor met 9-13 milligram per liter dalen en de stikstofbelasting van het oppervlaktewater met 5 tot 10 procent.

Ontwerp 7e NAP

Begin september stuurde minister Schouten nog het Ontwerp 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn naar de Tweede Kamer. Daarin staat onder meer dat agrariërs vanaf 2023 de verplichting krijgen zogeheten rust -en vanggewassen te telen. Die moeten in combinatie met blijvend grasland voorkomen dat fosfor en stikstof uitspoelen in de bodem en doorsijpelen naar het grondwater. Daarnaast mogen boeren vanaf 2023 geen mest meer uitrijden op een strook van twee meter langs elke sloot, om uitspoeling naar het oppervlaktewater te voorkomen.

 

Meer nieuws uit de watersector