geborgde-zetels
Foto: De Eerste Kamer heeft op 13 september vijf deskundigen gehoord over hun opvattingen over het wel of niet schrappen van Geborgde Zetels bij waterschapsbesturen. (foto: live stream Eerste Kamer)

Vijf deskundigen hebben op uitnodiging van de Eerste Kamer hun zienswijze gegeven op het compromis wetsvoorstel om het aantal Geborgde Zetels in waterschapsbesturen te verminderen. De deskundigen gingen in op het politieke compromis van de Tweede Kamer om de zetels voor de landbouw en natuur aan te houden, maar de zetels voor bedrijven te schrappen.

Tegenstanders van het behoud van de Geborgde Zetels noemde het ‘broddelwerk’. Voorstanders adviseerde de senaat het wetsvoorstel snel aan te nemen, zodat bij de eerstvolgende waterschapsverkiezingen in maart een nieuwe stap wordt gezet naar de democratisering van het waterschapsbestuur.

Het oorspronkelijke initiatief wetsvoorstel van Tweede Kamerleden De Groot (D66) en Bromet (GL) voorzag aanvankelijk in het afschaffen van alle Geborgde Zetels en het schrappen van de verplichting om ten minste één vertegenwoordiger van een Geborgde Zetel in het Dagelijks Bestuur op te nemen. Over het schrappen van die verplichting voor het Dagelijks Bestuur was de Tweede Kamer het wel eens. Het schrappen van alle Geborgde Zetels daarentegen, ging de Tweede Kamer te ver.

Compromis: 2 zetels landbouw, 2 natuur

Op voordracht van Kamerlid Pieter Grinwis (CU) is daarom een compromis aangenomen met de inperking van het aantal Geborgde Zetels: 2 voor de landbouw en 2 voor eigenaren van natuurgebieden. Over dit compromis wetsvoorstel buigt zich de Eerste Kamer momenteel. De senaat kan het wetsvoorstel niet aanpassen en heeft drie opties. Het voorstel verwerpen, nog eens langs de Raad van State, of het wetsvoorstel aannemen.

Algemeen belang voorrang

Boelhouwer pleitte ervoor om bij de keuze voor de zetels het algemeen belang voorrang te geven. “Het wetsvoorstel is daarin een compromis. De trits belang-betaler-zeggenschap bestaat niet meer, burgers betalen allang het overgrote deel van het waterschap. De betaling door bedrijven heeft te maken met de vervuiling die ze veroorzaken, gebaseerd op het beginsel van de vervuiler betaalt en niet op de functionele vertegenwoordiging.” Hij riep de senatoren op het wetsvoorstel aan te nemen zodat er na de volgende waterschapsverkiezingen meer ruimte ontstaat voor politieke vertegenwoordiging.

Fundamenteel debat

Tegenstander van het wetsvoorstel was emeritus hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga. Hij hield de Eerste Kamer voor dat het wetsvoorstel ‘broddelwerk’ was. “In de Tweede Kamer is geen fundamentele discussie gevoerd over het schrappen van de zetels voor Bedrijven en het behoud van de zetels voor Landbouw en Natuur.” Volgens hem draait de discussie om de vraag of het waterschap onderdeel moet gaan uitmaken van ons algemeen democratisch systeem. “We hebben altijd aangehouden dat een waterschap niet behoort tot de algemene politieke representatie. Het heeft een functioneel bestuur met andere beginselen dan die van een politieke representatie.”

Elzinga riep op tot een veel breder debat over de positie van de waterschappen tussen andere politieke organen, zoals die van het Rijk, provincies en gemeenten. Dit gaat over het amendement van CU-Kamerlid Pieter Grinwis, dat beoogt de handhaving van de Geborgde Zetels, weliswaar in beperkte vorm. Elzinga waarschuwde de Eerste Kamerleden ervoor dat als ze het voorstel aannemen er een wankele grondslag ontstaat voor de waterschappen.

Geen oud denken

Elzinga verwierp het idee dat het zou gaan om ‘oud denken’. “De waterschappen staan bijna op een gelijk niveau met gemeenten en provincies en soms erboven door hun bijzondere kennis. Ze functioneren ook veel beter dan gemeenten en provincies”. Hij verwacht dat de klimaatverandering die ontwikkeling verder zal stimuleren. “We hebben die waterschappen heel hard nodig en je moet de organisatie daarop kunnen toespitsen. Dan moet je een stap verder durven zetten en discussiëren over de vraag of de waterschappen een politieke representatie moeten krijgen.”

Belangenbehartiging

Voorstander van het onderhavige wetsvoorstel, Hans Middendorp, die sprak namens de twee waterschapspartijen (Algemene Waterschapspartij en Water Natuurlijk), hield een vurig pleidooi om het wetsvoorstel snel aan te nemen. Hij plaatste een kanttekening bij het idee dat vertegenwoordigers van de Geborgde Zetels uit algemeen bestuurlijk belang handelen. “Zodra het er echt om gaat, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de tarieven en kostentoedeling, dan vormen zich blokken. Eerst wordt vastgesteld wat de burgers moeten betalen en vervolgens rollen de kosten voor de Geborgde Zetels eruit”, zo leert volgens Middendorp de praktijk. “In die keuzes zien wij dat het belang van de boeren en bedrijven zwaarder weegt. Dat mag in het huidige systeem, maar daarom zien wij dat graag veranderd.”

Eerst verkiezingen

Namens de beide waterschapspartijen adviseerde Middendorp de Eerste Kamer het compromis wetsvoorstel snel aan te nemen. “Het gaat om een eerste stap die wij willen nemen. Terugsturen van het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer zou betekenen dat na de komende verkiezingen er nog steeds verplicht een Geborgde zetel in het Dagelijkse Bestuur moet zitten. Dat blokkeert opties voor om een bestuur te vormen”, aldus Middendorp.