Volgens de AWP neigen kiezers er sterk naar om hun stem voor het waterschapsbestuur gewoontegetrouw aan de politieke partij te geven die ze ook voor de Provinciale Staten kiezen (foto: Creative Commons).

Nu het stof van de waterschapsverkiezingen is opgetrokken, likken de verliezers hun wonden en richten de winnaars zich op onderhandelingen voor de formatie van het dagelijks bestuur. Hoewel er geen sprake was van een politieke aardverschuiving, zoals bij de verkiezingen voor Provinciale Staten, heeft de uitslag wél consequenties. Voor partijen én personen.

Zo heeft Ingrid ter Woorst afscheid moeten nemen van het bestuur van de Unie van Waterschappen. Zij werd in haar eigen waterschap, het Hoogheemraadschap van Delfland, niet herkozen en dat betekent dat zij ook haar zetel in het Uniebestuur moet opgeven. Ter Woorst zat in het dagelijks bestuur van Delfland namens Water Natuurlijk. Twee dagen na de verkiezingen heeft zij bij het bestuur van de Unie al informeel afscheid genomen; het officiële afscheid zal volgen in de bestuursvergadering in mei. Opmerkelijk: Ter Woorst werd op 14 december 2018 nog voor een periode van drie jaar herbenoemd in het bestuur van de Unie, maar stond vervolgens als nummer 35 op de kieslijst van Water Natuurlijk. De kans dat zij herkozen zou worden, was dus minimaal.

Ingrid ter Woorst neemt noodgedwongen afscheid van het UvW-bestuur (foto: Unie van Waterschappen).

Schoonman moet nog even afwachten
Een ander bestuurslid van de UvW, Dirk Siert Schoonman (heemraad van Vallei en Veluwe) moet nog afwachten of hij die functie kan behouden. Schoonman is bij Vallei en Veluwe wel herkozen, maar moet afwachten of de onderhandelingen voor het dagelijks bestuur weer een nieuwe bestuurszetel voor hem opleveren. Zo’n bestuurslidmaatschap is namelijk een voorwaarde om in het algemeen bestuur van de UvW zitting te kunnen nemen. Ter Woorst en Schoonman zijn de enige heemraden in het UvW-bestuur, dat verder uit dijk- en watergraven bestaat.

Lees ook het artikel ‘Waterschapsverkiezingen: hogere opkomst, weinig verschuivingen’

AWP krijgt meer stemmen maar minder zetels
De Algemene Waterschapspartij (AWP) haalde tijdens de verkiezingen meer stemmen binnen dan vier jaar geleden, maar heeft de hoge opkomst tijdens de verkiezingen niet kunnen omzetten in zetelwinst voor de eigen partij. De waterschapspartij leverde landelijk zelfs zeven zetels in (van 29 naar 22 zetels), of zes als de zetel van AWPenLRR in Rivierenland wordt meegeteld als AWP-zetel. De partij zag het aantal stemmen weliswaar met 14 procent stijgen ten opzichte van 2015, maar omdat er 16 procent meer mensen naar de stembus zijn gegaan, werd de spoeling dunner. Mede daardoor is in meerdere waterschappen net naast een restzetel gegrepen en heeft de AWP nergens zetelwinst geboekt. “We moeten daarom als waterschapspartij de komende vier jaar heel hard werken om de grote waterthema’s bij de burger onder de aandacht te brengen”, zegt AWP-voorzitter Ron van Megen (Vallei en Veluwe).

Energienota en pensioenen overschaduwen de waterschapsverkiezingen
Van Megen signaleert meer oorzaken van het zetelverlies: “Landelijke thema’s als de energienota en de pensioenen hebben de waterschapsverkiezingen overschaduwd.” Hij verklaart de uitgebleven zetelwinst ook uit het feit dat kiezers sterk neigen om hun stem voor het waterschapsbestuur gewoontegetrouw aan de politieke partij te geven die ze ook voor de Provinciale Staten kiezen. Het is daarom niet vreemd dat de AWP graag uit de schaduw van de landelijke politiek wil treden. AWP-bestuurders Van Megen en Hans Middendorp (Delfland) pleiten voor verdere ontvlechting van regionale en landelijke politiek bij de volgende waterschapsverkiezingen. “De kiezer heeft het belang van het werk van de waterschappen nog niet goed op het netvlies. Ze weten niet goed wat waterschappen doen en wat er te kiezen valt. De kiezer is bovendien nog relatief onbekend met specifieke waterschapspartijen zoals de AWP. Dit terwijl het volgens ons een fundamentele keuze is om op een onafhankelijke waterschapspartij te stemmen, juist omdat de landelijke politieke partijen weinig toevoegen aan het openbaar debat over het bestuur van een waterschap”, aldus Van Megen.

Winnaars en verliezers
Als de kiezer eenmaal gesproken heeft, lijkt het in interviews met de partijkopstukken vaak dat álle partijen op een of andere manier hebben gewonnen. Al is het verlies nóg zo groot, een politicus vindt altijd wel een positief punt om te benadrukken in een vraaggesprek. Niettemin zijn er natuurlijk altijd nog de cijfers (bron: Unie van Waterschappen). En die liegen niet:
• Water Natuurlijk is weer de grootste partij (85 zetels in totaal bij 21 waterschappen, in 2015 84 bij 23 waterschappen);
• VVD is de grootste landelijke politieke partij in de waterschappen (70 zetels nu t.o.v. 67 zetels in 2015);
• 50Plus is fors gestegen (32 zetels nu t.o.v. 23 zetels in 2015);
• CDA heeft veel verloren (60 zetels nu t.o.v. 76 in 2015);
• CU is gestegen (15 zetels nu t.o.v .14 in 2015);
• AWP heeft verloren (22 zetels nu t.o.v. 29 in 2015 – als de zetel van AWPenLRR in Rivierenland wordt meegeteld, komt de partij op 23);
• De PvdD is licht gestegen (17 zetels nu t.o.v. 15 in 2015);
• Het aantal zetels is voor de PvdA gelijk gebleven (49), maar in 2015 waren er 23 waterschappen, nu nog 21. Dus toch een lichte verbetering;
• Bij vijf waterschappen is een lokale partij de grootste partij geworden: HHNK, Scheldestromen, Hollandse Delta, Zuiderzeeland en Limburg (hoewel in Limburg Waterbelang eigenlijk het CDA is en de winnaar in Zuiderzeeland – Water, Wonen en Natuur – op zijn website het logo van Water Natuurlijk voert);
• Bij negen waterschappen is Water Natuurlijk de grootste partij (dat was in 2015 bij vijf waterschappen het geval);
• Bij vijf waterschappen is de VVD de grootste partij (in 2015 in vier waterschappen).