Klei uit kleirijperij
in de Deltagoot van kennisinstituut Deltares tegen een compartiment van een met gras beklede dijk die is gemaakt van klei uit de kleirijperij. (foto: Tijmen van Vliet).

Met windkracht 12 beuken de golven in de Deltagoot van kennisinstituut Deltares tegen een compartiment van een met gras beklede dijk die is gemaakt van klei uit de kleirijperij. De proeven maken deel uit van onderzoek naar de geschiktheid van circulaire klei als materiaal voor dijkversterking. In april is de sterkte van de klei uit de kleirijperij zonder gras getest en nu wordt de dijk mét grasbekleding getest.

In een nieuwsitem op RTL4 (item start op 14 minuten en 50 seconden) wordt het onderzoek en de proeven uitgebreid toegelicht. Waterschap Hunze en Aa’s wil de dijk tussen Kerkhovenpolder en de Duitse Grens in Groningen versterken met lokaal gewonnen en gedroogd slib, afkomstig uit het Eems-Dollard estuarium. Toepassing van slib uit de kleirijperij is mogelijk als de dijk minder steil en met gras wordt bekleed. Vandaar dat deze dijk ook wel een brede, groene dijk wordt genoemd. Als er 12,5 kilometer dijk met lokale klei wordt vervangen, hoeven er voor de benodigde 1,7 miljoen kuub klei geen 1000 vrachtwagens vanuit België of De Betuwe te rijden. Zo wordt er enorm veel CO2 bespaard op het transport.

Proeven in Deltagoot

Projectmanager Erik Jolink van waterschap Hunze en Aa’s legt in het nieuwsitem uit hoe het slib tot klei wordt gemaakt. Hij laat ook zien dat de klei voldoende stevigheid heeft om te worden gebruikt voor het versterken van dijken. In een nieuwsbericht van het waterschap geeft hij een toelichting op de proeven in de Deltagoot. ‘In de eerste proevenserie hebben we de sterkte van twee soorten klei getest: klei uit de zogenoemde kleirijperij, waarin we lokaal gewonnen slib laten drogen tot klei en klei gegraven op de kwelder. De proefdijk van deze beide kleisoorten hield zich goed. De norm is dat de klei vijftien uur een superstorm moet kunnen weerstaan, maar na 22 uur hield de dijk nog steeds stand. In deze tweede proef testen we het ontwerp van de dijk met een graslaag. De gegevens uit beide proeven combineren we om het ontwerp te kunnen optimaliseren’

Klei met grasmat

De 150 ton klei met graslaag die nodig is voor deze proef is afkomstig van de dijk langs de Dollard in Groningen. Eenzelfde hoeveelheid klei komt van de dijk bij Blija in Friesland. Graafmachines haalden in mei 23 blokken klei van twee bij twee meter en een meter dik uit elk van beide dijken. De dijken zijn daarna meteen weer hersteld om de veiligheid te waarborgen. Van die blokken worden in Delft twee stukken dijk nagebouwd van 8 meter hoog, die vervolgens worden getest in de golfgoot. De reden dat ook de Friese klei getest wordt is om te ontdekken hoe lang dit dijkstuk nog mee kan. Paul Buring van Wetterskip Fryslân: ‘We moeten onze dijk tussen Koehool-Lauwersmeer in de toekomst versterken. Deze proef is eigenlijk een soort APK-keuring voor onze dijk, waarmee we kunnen zien hoe lang hij nog mee kan’

Mogelijkheden

Directeur Erik Wagener van het Hoogwaterbeschermingsprogramma legt aan RTL uit dat de toepassing van lokaal gewonnen klei groot zijn. “We zien mogelijkheden bij de Waddenzee, de Westerschelde en de kennis die we hier opdoen, willen we ook bij rivierdijken gaan toepassen.” De resultaten van de proeven zijn dit najaar bekend. De volgende stap is de aanleg van één kilometer Brede Groene Dijk in 2022. Blijkt deze dijk na een aantal jaren in de praktijk te voldoen, dan wordt de hele dijk van 12,5 kilometer tussen de Kerkhovenpolder en Duitsland op deze manier aangepast. Voor de versterking van de totale dijk is ongeveer 1,7 miljoen kubieke meter klei nodig, dat uit de directe omgeving kan worden gehaald.

Samenwerking
Waterschap Hunze en Aa’s is initiatiefnemer en trekker van het onderzoek. De EcoShape-partners Deltares, van Oord en Boskalis ondersteunen en voeren het onderzoek uit. Advisering vindt plaats vanuit de projectgroep Kleirijperij onder leiding van de Provincie Groningen, de project overstijgende verkenning Dijkverbetering met Gebiedseigen Grond (POV-DGG), en Wetterskip Fryslân. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is de belangrijkste financier en adviseert over het onderzoek.