RIVM en Deltares gaan verschil effect PFAS-grond en -baggerspecie op oppervlaktewater onderzoeken

De meeste baggerwerkzaamheden konden dankzij de verruiming van de PFAS-normen eind 2019 worden hervat. (foto: Wikimedia Commons).

Het RIVM en Deltares werken op verzoek van het ministerie van I&W aan een plan waarin de vraag wordt beantwoord of er een verschil is tussen het effect van PFAS-houdende grond en PFAS-houdende baggerspecie op het oppervlaktewater. Het ministerie kan zo beter inschatten onder welke voorwaarden PFAS-houdende grond in diepe plassen kan worden toegepast.

Bedrijven in het grondtransport willen graag weten onder welke voorwaarden ze PFAS-houdende grond in diepe plassen kunnen storten. Daar zijn, in tegenstelling tot PFAS-houdende baggerspecie, nog geen normen voor. Het onderzoek moet onder meer aantonen of PFAS-houdende grond uit diepe plassen in het oppervlaktewater terecht kan komen en hoe groot het effect is.

Haast mee maken

PFAS-verbindingen zijn oppervlakte-actieve stoffen, vergelijkbaar met afwasmiddel. PFAS-moleculen groeperen zich zo, dat ze een laag vormen waar eten bijvoorbeeld niet aan vast kleeft of waar water niet doorheen kan. “Van deze stoffen snappen we niet zo goed hoe ze binden aan bodems en sediment”, zegt Leonard Osté, senior onderzoeker/adviseur water en sedimentkwaliteit bij Deltares. Daarom zijn het RIVM en Deltares bezig met een onderzoeksplan. “We willen er haast mee maken, want we realiseren ons dat de grondtransportsector op de uitkomsten zit te wachten.”