Geplande inrichting Stadsblokken-Meinerswijk in de uiterwaarde van de Neder-Rijn met links de locatie voor nieuwbouw en daaronder de nevengeul. (Bron: Gebiedsvisie Stadsblokken Meinerswijk)

Watersector nieuwsIn een extra zitting heeft de Raad van State partijen nog eens specifiek aangehoord over de waterveiligheidsaspecten van een nieuwbouwplan van de gemeente Arnhem voor maximaal 430 woningen in de uiterwaarden van de Nederrijn. Volgens de voorstanders kloppen alle juridische uitgangspunten voor het buitendijks bouwen nog steeds. Tegenstanders betwisten de watervergunning omdat er nieuwe inzichten zijn over de te verwachten rivierafvoer en de interpretatie van de richtlijn voor bouwen in het stroomvoerend deel van een rivierbed.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

In december 2020 heeft de gemeenteraad van Arnhem ingestemd met een nieuw bestemmingsplan dat het mogelijk maakt om maximaal 430 nieuwe woningen te bouwen in de uiterwaarden van de Nederrijn. Het nieuwbouwproject Stadsblokken-Meinerswijk voorziet, naast de nieuwbouw, ook in de aanleg van een nevengeul en werkt daarom peilverlagend. Reden destijds voor Rijkwaterstaat om akkoord te gaan met een Watervergunning. Meerdere partijen maakten bij de Raad van State bezwaar tegen het plan maar de raad verwierp vorig jaar een beroep op grond van de bescherming van vleermuizen en op grond van de schending van de privacy van bestaande bewoners. Bleef nog over het argument van de waterveiligheid. Volgens stichting Kloppend Stadshart en Vereniging Milieudefensie zijn nieuwe inzichten ontstaan rond buitendijks bouwen. Op 9 mei hebben voor- en tegenstanders hun argumenten specifiek op het punt van de waterveiligheid nog een keer aan de rechter van de Raad van State duidelijk gemaakt.

Maximale Rijnafvoer

Tijdens de zitting benadrukte de gemeente nog eens dat het nieuwbouwplan, vanwege de aanleg van een nevengeul, voorziet in een peilverlaging van 10 cm bij een Rijnafvoer van 16.000 m3/s bij Lobith. Studies geven volgens de gemeente  aan dat zelf bij een afvoer van 18.000 m3/s bij Lobith de nevengeul nog steeds peilverlagend werkt.

Centraal stond op de zitting de vraag of de nieuwbouw in een toekomstige rivierveruiming in de weg kan staan als de Rijn door klimaatverandering tot hogere afvoeren komt. En hoe hoog kunnen die afvoeren dan worden? Op de zitting herleefde de discussie over een mogelijke toename tot 18.000 m3/s en de grote onzekerheid hierover door mogelijke dijkverhogingen in Duitsland. Volgens de verdedigers van de watervergunning duiden modelberekeningen op een maximale toename tot 16.000 m³/s en zelfs al zou Duitsland in de toekomst de dijken langs de Rijn nog verder verhogen dan kan de afvoer nooit boven 18.000 m³/s uitkomen.

Voormalig hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga sprak namens de tegenstanders en wees erop dat 22.000 m³/s nog steeds niet kan worden uitgesloten. Als het in Duitsland extreem hard gaat regen dan zoekt al dat water zich een weg naar de Noordzee en welke weg het water daarbij kiest, valt nooit helemaal in modellen en beleid te vangen zijn, zo hield hij de rechter voor.  Volgens hem is de Nederrijn bij Arnhem een flessenhals en als daar in de uiterwaarde woningen worden gebouwd, dan staat dat een mogelijke rivierverruiming in de toekomst in de weg. Daarmee zou volgens hem Rijkswaterstaat de richtlijn voor het bouwen in het ‘stroomvoerende regime’ onjuist hebben geïnterpreteerd.

Schoksgewijs

Vellinga wees er verder op dat de klimaatverandering schoksgewijze invloed zal hebben en niet leidt tot een geleidelijke vergroting van de afvoer. Het is niet zo dat we jaarlijks kunnen kijken wat de klimaatverandering is geweest en in hoeverre de maatgevende afvoer moeten worden bijgesteld, zo hield hij de rechter voor. De waterbom valt een keer en dat kan morgen zijn, aldus Vellinga.

De gemeente voerde aan dat 18.000 m³/s echt het maximale is en beriep zich op een speciaal expertiserapport dat de Raad van State heeft laten opstellen. Dat rapport gaat ervanuit dat de maatgevende afvoer via de Nederrijn tot 2050 op 3.350 m³/s zal blijven. Verder voerden de verweerders aan dat bij een eventuele hogere afvoer op andere locaties langs de Nederrijn altijd nog rivierverruimende maatregelen mogelijk blijven.

De tegenstanders, de stichting Kloppend Hart en Vereniging Milieudefensie, waren van mening dat die experts zich teveel hebben laten leiden door dezelfde onderzoeken die door de vergunningverleners zijn gebruikt. Hierdoor kwamen ze uiteindelijk op hetzelfde oordeel uit. Volgens de tegenstanders zouden nieuwe inzichten, zoals die van de versnelde klimaatverandering van het IPCC, de studie door Deltares naar de regelwerken en een recent advies van Deltacommissaris Peter Glas aan de regering over klimaatadaptatie.

Buitendijks bouwen

In zijn advies aan de regering over de relatie tussen de waterveiligheid, de versnellende klimaatverandering en de nieuwbouwopgave voor een miljoen woningen, stelde Deltacommissaris Glas op 6 december dat nieuwbouw in buitendijkse gebieden beperkingen kan opleveren voor het vergroten van afvoercapaciteiten als dat nodig mocht blijken. De Deltacommissaris ging in zijn advies niet specifiek in op nieuwbouw in uiterwaarden maar waarschuwde in het algemeen dat gemeenten die nu buitendijks bouwen straks in de knel raken als ze aan de slag moeten met plannen voor de klimaatadaptatie.

Regelwerken

Een nieuw ontstaan inzicht is de bodemerosie op de plekken waar de Rijn zich splitsen, bij Pannerden (in Waal en Pannerdensch kanaal/Neder-Rijn) en bij Westervoort (in Neder-Rijn en IJssel). Monitoring van de sedimentatie op die locaties laat afwijkingen zien ten opzicht van de modellen. Daardoor rijst de vraag hoe het Rijnwater zich bij extreem hoogwater gaat verdelen. Er zijn wel ervaringen met piekafvoer en in de buurt van 7.000 m³/s omdat die regelmatig voorkomen. De laatste meest extreme afvoerpiek was 12.000 m³/s in 1995. Voor hogere afvoerdebieten is geen enkele referentie en de te verwachten afvoerverdeling is helemaal gebaseerd op modelberekeningen.

Volgens stichting Kloppend Hart en Vereniging Milieudefensie zijn de huidige beleidsaannames al achterhaald zijn en is het uitermate onzeker in hoeverre de huidige regelwerken een extreme afvoer van de Rijn kunnen blijven sturen.

De Raad van State verwacht een uitspraak over zes weken.