In 2019 is de belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfor gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De stikstofbelasting nam toe met 14 procent en de belasting van fosfor met 13 procent. De belangrijkste oorzaak? Meer neerslag, waardoor de uit- en afspoeling hoger is. Dit blijkt uit het nieuwe Compendium voor de Leefomgeving.

U gaat nu een PREMIUM artikel op WaterForum lezen. Benieuwd wat dat verder inhoudt? U vindt hier onze uitleg: Uitleg WaterForum online PREMIUM artikelen.

Het Compendium voor de Leefomgeving – een uitgave van CBS, PBL, RIVM en Wageningen University & Research – brengt de actuele kwaliteit van het milieu, de natuur en de ruimte in Nederland in beeld, in de vorm van indicatoren. Waar de belasting van stikstof en fosfor op het oppervlaktewater toenam, daar is bij de meeste andere stoffen de belasting in 2019 licht gedaald ten opzichte van 2018. Bij een aantal bestrijdingsmiddelen is er zelfs sprake van een fikse daling.

Verschillende compartimenten

De indicator van de oppervlaktewaterbelasting, ofwel de vervuiling die daadwerkelijk het oppervlaktewater bereikt, is gebaseerd op de rechtstreekse emissies naar oppervlaktewater vanuit bedrijven, huishoudens en diffuse bronnen, plus de overdrachten vanuit verschillende andere compartimenten: het compartiment riolering en waterzuivering (de lozingen van gezuiverd afvalwater door rwzi’s en de lozingen vanuit overstorten en regenwaterriolen), het compartiment bodem (de uit- en afspoeling vanuit landbouw- en natuurgronden) en het compartiment lucht (de atmosferische depositie op oppervlaktewateren). Atmosferische depositie op de Noordzee en emissies van zeeschepen zijn niet meegenomen in deze indicator.

Sterk neerslagafhankelijk

De uit- en afspoeling vanuit het landelijk gebied (landbouw en natuur) is voor de hele tijdreeks opnieuw berekend met het Landelijk Waterkwaliteitsmodel (WEnR/Deltares, 2021). De trend laat zien dat de uit- en afspoeling gevoelig is voor de variatie in de jaarlijkse neerslag. In het droge jaar 2018 was de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor daarom lager dan in 2017, maar in 2019 steeg deze weer. Met name voor de belasting van stikstof en fosfor (maar ook van diverse zware metalen) gelden landbouw en natuur als belangrijke emissiebronnen naar het oppervlaktewater. Deze gebieden zijn verantwoordelijk voor 60 procent van de landelijke stikstofbelasting en 62 procent van de landelijke fosforbelasting. Ook de zware metalen nikkel en cadmium in het oppervlaktewater zijn grotendeels van de landbouw- en natuurgebieden afkomstig: respectievelijk 76 en 64 procent van de landelijke belasting. Bij deze zware metalen is er echter geen correlatie met de hoeveelheid neerslag.
Tekst loopt verder onder de grafiek

Landbouw meer belastend dan natuur

Als de uit- en afspoeling van landbouw- en natuurgronden wordt uitgesplitst, dan blijkt dat de grootste belasting komt van de landbouw. In 2019 was bijna 17 procent van de uit- en afspoeling van stikstof afkomstig van natuurgronden. Voor fosfor was dat 17,5 procent. Binnen de landbouw is in het Compendium een inschatting gemaakt van de bron erfafspoeling en van de mest die onbedoeld bij het uitrijden in sloten terechtkomt, het zogeheten mee-mesten van sloten. Erfafspoeling betreft de hoeveelheden nutriënten die vanuit opslag van kuilvoer op het erf van veeteeltbedrijven met hemelwater afspoelen naar omliggende oppervlaktewateren. De bijdrage van deze twee bronnen aan het totaal van de belasting vanuit de landbouw bedraagt in 2019 bijna 3,5 procent voor stikstof en 7 procent voor fosfor. Een andere kleine bron is de rechtstreekse emissie naar oppervlaktewater vanuit de glastuinbouw. Deze bedraagt voor stikstof 1 procent van de totale belasting vanuit landbouw en natuur, voor fosfor is dat 1,4 procent.

Gewasbeschermingsmiddelen

De indicator signaleert ook een duidelijke trend bij de belasting door gewasbeschermingsmiddelen. Daar is het resultaat te zien van regels en verboden. Zo mogen sinds maart 2016 professionele gebruikers bij het stedelijk groenbeheer geen gewasbeschermingsmiddelen meer op een verharde ondergrond gebruiken. Deze ontwikkeling is zichtbaar in de trend van de herbicides glyfosaat en MCPA. Vooruitlopend op het verbod was het verbruik van deze middelen in 2015 ook al lager.

Geneesmiddelen: lichte stijging

Door gebruik in huishoudens komen geneesmiddelen via het riool en de effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties in het oppervlaktewater terecht. De trend per middel is vaak direct gerelateerd aan het gebruik, maar volgt over het algemeen de stijging van het aantal inwoners. Bij alle middelen die in de indicatoren van het compendium worden weergegeven, is in 2019 de belasting van het oppervlaktewater licht gestegen ten opzichte van 2018. Het gaat om de pijnstiller Diclofenac, de bloeddrukverlager Metoprolol, het antibioticum Azithromycine, het anti-epilecticum Carbamazapine en het anti-diabetesmiddel Metformine.
Tekst loopt verder onder de grafiek

Maatregelen

Om de belasting van het oppervlaktewater te verminderen zijn de afgelopen decennia de meeste, relatief gemakkelijk te nemen maatregelen al genomen, zo stellen de samenstellers van het Compendium vast. De belangrijkste resterende bronnen zijn volgens hen aanzienlijk lastiger om aan te pakken: “Bij de landbouw duurt het lang voordat de effecten van genomen maatregelen zichtbaar zijn en bij de aanpak van diffuse bronnen is er sprake van complexe regelgeving en veel emissieoorzaken.” Verder is de atmosferische depositie voor een (groot) deel uit het buitenland afkomstig. Voor de aanpak van al deze bronnen is daarom intensieve samenwerking op verschillende niveaus noodzakelijk: regionaal, nationaal en internationaal, benadrukken de partijen achter het Compendium.