Stadsvijvers blijken een aanzienlijke bron van broeikasgassen te zijn. (foto: Esther Rasenberg).

Onderzoek toont aan dat Nederlandse stadsvijvers jaarlijks evenveel broeikasgassen kunnen uitstoten als 193.000 auto’s. Biologen van de Radboud Universiteit hebben een jaar lang metingen verricht in een stadsvijver in het Gelderse Malden. Op basis van deze metingen is vervolgens berekend wat de landelijke uitstoot van stadsvijvers kan zijn.

Micro-organismen die op vijverbodems leven produceren kooldioxide en methaan. Die broeikasgassen komen vrij als de bacteriën organisch afval afbreken dat in het water terechtkomt. Nog niet eerder is de uitstoot van methaan en kooldioxide van stadsvijvers berekend en deze uitstoot wordt ook niet meegenomen in de huidige klimaatmodellen.

Klimaatmodellen aanpassen

De onderzoekers publiceerden de resultaten van hun onderzoek 18 april in het wetenschappelijke tijdschrift van de Association of the Sciences of Limnology and Oceanography (ASLO). Volgens de onderzoekers is het verstandig om de uitstoot door stadsvijvers voortaan wel mee te nemen in klimaatmodellen. Zeker omdat die uitstoot waarschijnlijk toeneemt in een opwarmend klimaat, vanwege hogere vijvertemperaturen. De onderzoekers constateerden dat de vijver bij een watertemperatuur van 25 graden twee keer zo veel methaan produceerde als bij een watertemperatuur van 15 graden.

Gedragsverandering

Tamara van Bergen van de Radboud Universiteit leidde de studie. Zij vertelt deze week in de dat de stadsvijver in Malden qua grootte en algengroei representatief is voor andere stadsvijvers.  Volgens Van Bergen is het overigens niet nodig om stadsvijvers te dempen, maar zou een gedragsverandering de uitstoot van broeikasgassen kunnen verminderen. ‘Wij zorgen dat er te veel voedingsstoffen in het water komen. Veel mensen lopen langs zo’n vijver om hun hond uit te laten, of voeren de eenden. Die hondenpoep en broodkruimels spoelen allemaal het water in. Daardoor gaan algen en methaanproducerende organismen woekeren.’

Onzekerheidsmarge

Klimaatwetenschapper Bart van den Hurk, hoogleraar bij de Vrije Universiteit en onderzoeker bij kennisinstituut Deltares, zegt in de Volkskrant dat hij de bevindingen verrassend vindt. ‘Bij methaanuitstoot denk je toch vooral aan grote wetlands en bijvoorbeeld rijstvelden, niet aan stadsvijvers. Hij wijst er op dat de onzekerheidsmarge van het onderzoek heel groot is, omdat de  onderzoekers de bevindingen van een vijver opschalen naar waardes voor heel Nederland. Dat is grote stappen, snel thuis’, stelt Van den Hurk.

Meer onderzoek nodig

Voor de impact op het klimaat is het daarnaast belangrijk om te weten waarmee je de uitstoot vergelijkt, benadrukt hij. ‘Als organisch afval niet de vijvers inspoelt, komt het elders in de natuur terecht. Daar wordt het ook verteerd. Linksom of rechtsom komen er dus altijd broeikasgassen vrij.’ Welke precies, verschilt per afbraakproces, en dat is belangrijk om te vergelijken. Zo is methaan een 25 keer sterker broeikasgas dan kooldioxide. Van den Hurk: ‘Het is aan makers van klimaatmodellen om te berekenen hoe groot de verschillen tussen die afbraakscenario’s precies zijn, om de nettobijdrage van stadsvijvers te kunnen bepalen.