Industriële bedrijven maken zich steeds meer zorgen over de gevolgen van lokale watertekorten voor hun bedrijfsvoering. De grote waterverbruikers hebben het risico op hun netvlies, maar krijgen mede door de lage drinkwaterprijs circulaire waterbesparingsprojecten maar moeizaam van de grond. Dat bleek 30 juni tijdens het Nationaal Water Symposium van de Stichting Kennisuitwisseling Industriële Watertechnologie (SKIW) en de Vereniging voor Energie Milieu- en Water (VEMW) bij Royal HaskoningDHV in Amersfoort.

De media stonden de afgelopen weken vol met berichten over de gevolgen van het lokale drinkwatertekort. Zo heeft drinkwaterbedrijf Vitens dit jaar al vijf bedrijven nee moeten verkopen op hun aanvraag voor nieuwe drinkwaterleveringen, blijkt uit een artikel in het FD. Daartoe werd Vitens gedwongen door het watertekort. Het gaat om ondernemingen in Overijssel en Gelderland, voornamelijk uit de voedingssector.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Industriële waterkringloop sluiten

Het thema waterbesparing kwam dan ook uitgebreid aan de orde op het Nationaal Water Symposium van de Stichting Kennisuitwisseling Industriële Watertechnologie (SKIW) en de Vereniging voor Energie Milieu- en Water (VEMW). Maar in de praktijk blijkt het om meerdere redenen toch lastig om de industriële waterkringloop te sluiten.

Iets waar Jan Appelman, Project Manager Industrial Water van Royal HaskoningDHV, tien jaar geleden al voor pleitte. Toen kwamen internationaal de eerste signalen van watertekorten en de gevolgen daarvan voor onder meer de industrie in beeld. Na de extreme droogte in 2018 in Nederland kwam ook hier meer aandacht voor het onderwerp. En gingen industriële bedrijven ook in Nederland steeds meer nadenken over manieren om efficiënter met water om te gaan.

De waterprofielen die eerder zijn opgesteld in opdracht van de ministeries van IenW en EZK kunnen hierbij helpen, gaf Roy Tummers, directeur Water van VEMW aan. Die laten zien waarvoor de bedrijven water nodig hebben en wat voor soort water ze gebruiken. Ook tonen de profielen welke gevoeligheden er zijn en welke effecten optreden bij een tekort. De pilot in de Botlek is inmiddels afgerond. Ook in andere regio’s worden nu waterprofielen opgesteld, liet Tummers weten.

Alternatieve bronnen

Nu op sommige plaatsen in Nederland, zoals Overijssel en Gelderland, het steeds moeilijker wordt voor drinkwaterbedrijven om drinkwater aan industriële bedrijven te leveren, moeten ze op zoek naar alternatieve bronnen. Hoewel er al de nodige stappen zijn gemaakt, is er volgens Appelman nog ruimte voor verbetering. Hij benadrukte nog eens dat het bij droogte en watertekorten om een lokaal probleem gaat, waarvoor geen landelijke oplossing voorhanden is. Daarom is hij ook geen voorstander van nationale regels voor waterbeprijzing.

Technologie beschikbaar

De technologie om efficiënter met drinkwater om te gaan is in ieder geval geen beperking. Maar er is wel een drijfveer nodig voor industriële bedrijven om circulaire waterprojecten op te zetten. Grote ondernemingen, zoals SABIC, krijgen de businesscase vooralsnog niet rond. Samen met Brabant Water bracht het chemiebedrijf de afgelopen jaren de vijf grootste kansen in beeld, maar het omvangrijkste project gaat vooralsnog niet door. Drinkwater is immers nog steeds spotgoedkoop.

En waar moeten bedrijven met het zout naartoe dat na het zuiveringsproces overblijft? Voor een bedrijf als Dow Chemical in Terneuzen is het geen probleem door de ligging aan zee. Maar voor bedrijven die halverwege de Maas actief zijn, waarvan miljoenen mensen afhankelijk zijn voor de drinkwatervoorziening, is dat geen optie. Zeker nu door de gevolgen van de klimaatverandering de Maas met steeds lagere afvoeren te maken krijgt. Appelman riep de industriële bedrijven dan ook op om zich goed voor te bereiden op mogelijke watertekorten. Hebben ze in beeld wanneer water voor ze belangrijk wordt? En in hoeverre zijn ze afhankelijk van een rivier die over een tijd wellicht droog staat? En wat gaan ze hieraan doen? En waar blijven ze met de reststromen, zoals zout?

Samenwerken met andere bedrijven

Bedrijven zouden ook kunnen overwegen om vaker waterstromen met elkaar uit te wisselen. Bijvoorbeeld als de verdringingsreeks in beeld komt. In de Waterwet is immers vastgelegd waarvoor het water bij beperkte beschikbaarheid gebruikt mag worden gebruikt. De industrie staat op de laatste plaats.
Dat blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Bijvoorbeeld op een industrieterrein als Chemelot. De tientallen fabrieken die hier staan zijn in handen van verschillende eigenaren. Met één eigenaar was het niet moeilijk om een afschakelsysteem in te richten, gaf een van de aanwezigen aan. Maar nu is het veel lastiger. “Wie gaat het betalen als de ene onderneming wel kan produceren en de andere niet? Dat is het grootste obstakel.”

Belasting industrieel watergebruik

Moeten we het industrieel gebruik van drinkwater dan maar fors gaan belasten? En kan de prijs met een factor vijf omhoog? Zo luidde een van de stellingen tijdens de afsluitende forumdiscussie met Johan Raap (Royal Cosun), Ignaz Worm (ENVAQUA), Roy Tummers (VEMW) en Steffie Paardekooper (ministerie van IenW).
Daar was Tummers het niet mee eens. Hoewel het oppompen van grondwater, het gebruik van oppervlaktewater en de prijs van drinkwater betrekkelijk goedkoop is, is het volgens hem allemaal relatief. Bedrijven die water innemen moeten het immers koelen en of verwarmen. Ook voor lozingen moeten ze volgens hem fors betalen. Daarnaast gaat het grootste deel van het drinkwater, zo’n 75 procent, naar de consument.

Bovendien is het Nederlandse drinkwater niet goedkoper in vergelijking met andere landen, stelde Tummers. Toch is VEMW niet tegen een verhoging van belasting op drinkwater. Maar dan moeten duurzame leveringen niet in gevaar worden gebracht. Hij verwees hierbij naar de papierfabrieken in Eerbeek. Die moesten belasting betalen op het gezuiverde afvalwater dat ze hergebruiken omdat het door een leiding liep. “Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.” En verder zouden de opbrengsten moeten terugvloeien naar bedrijven die daarmee het watergebruik verder kunnen verduurzamen.

Belemmerende wet- en regelgeving

Industriële bedrijven die drinkwater willen besparen, lopen in de praktijk vaker tegen belemmerende wet- en regelgeving aan. Zo schrijft de wetgever voor dat voedselverwerkende bedrijven mestwagens met drinkwater moeten schoonspoelen. En bedrijven die hun gezuiverde afvalwater in Zeeland aan de boeren beschikbaar stellen om verdroging tegen te gaan, lopen ook tegen problemen aan omdat de overheid het als een afvalstroom ziet. Daarom heeft de overheid met aangescherpte wet- en regelgeving een grote troef in handen om waterbesparing en circulaire waterprojecten te versnellen, gaf Ignaz Worm van ENVAQUA aan. De prijs van drinkwater mag wat hem betreft omhoog. Dat geldt ook voor het grondwater dat bedrijven oppompen. “De maatschappelijke waarde van drinkwater en grondwater mogen we best in een hogere prijs vertalen. Dan komen de businesscases wel rond.”