drinkwater
Minister Mark Harbers (foto: Rijksoverheid).

Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt dat er zeker tot 2040 voldoende grondwater beschikbaar is voor het bereiden van drinkwater. Dat staat in zijn antwoord op Kamervragen over de waarschuwing van Vewin. Die brancheorganisatie stelde dat de levering van drinkwater aan de 900.000 nieuwe woningen die het kabinet wil bouwen, erg onzeker is.

De waarschuwing die Vewin half maart naar buiten bracht, was voor de VVD-Kamerleden Fahid Minhas en Peter de Groot aanleiding tot het stellen van een serie Kamervragen. Zij wilden onder meer van de minister weten wat hij vindt van het feit dat het vinden en benutten van nieuwe drinkwaterbronnen steeds moeizamer gaat en dat er daarom onzekerheid heerst of drinkwaterbedrijven straks drinkwater kunnen leveren voor alle nieuwe woningen tot 2030. De minister probeert in zijn antwoord zijn partijgenoten gerust te stellen: “Drinkwaterbedrijven hebben op grond van de Drinkwaterwet de plicht aan huishoudens drinkwater te leveren. De drinkwaterbedrijven stellen leveringsplannen op waarin vraag en aanbod per bedrijf is uitgewerkt. De ILT houdt hier toezicht op. Dit is wettelijk geregeld en daarmee is de levering voor ten minste de komende 10 jaar geborgd.” Hij wijst erop dat provincies en drinkwaterbedrijven samen onderzoek hebben gedaan naar de toenemende drinkwatervraag en het beschikbare aanbod van bronnen. “Provincies wijzen Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) aan, zodat er tot 2040 voldoende grondwater beschikbaar is voor het bereiden van drinkwater. Het Rijk wijst daarnaast Nationale Grondwaterreserves (NGR’s) aan”, aldus minister Harbers.

RIVM-onderzoek

Vorig jaar ontving de Tweede Kamer een onderzoeksrapport van het RIVM over de huidige staat van de drinkwaterbronnen, maar dat onderzoek gaat vooral in op de kwaliteit van de drinkwaterbronnen. Het RIVM werkt aan een aanvullend rapport over de beschikbaarheid van bronnen, dat medio 2022 zal worden afgerond. “Het beeld uit de onderzoeken is dat klimaatverandering en sociaaleconomische ontwikkelingen de beleidsopgave voor de waterkwaliteit (zowel oppervlaktewater als grondwater) en waterbeschikbaarheid vergroten”, geeft de minister toe. “De opgave om voor de ontwikkeling van de bevolking tot 2040 en de daaraan verbonden extra woningen drinkwater te leveren is aanzienlijk en vergt van alle betrokken partijen inzet. Met de genoemde acties van drinkwaterbedrijven, provincies en Rijk wordt hier hard aan gewerkt en met de betrokken overheden volgen we de voortgang via de Stuurgroep Water.”

Brandbrief

De drinkwaterbedrijven is gevraagd de knelpunten die zij zien in kaart te brengen, zodat er gericht naar oplossingen kan worden gezocht. Drinkwaterbedrijf Vitens stuurde eind 2021 een brandbrief aan de provincie Overijssel met de waarschuwing dat er al op korte termijn leveringsproblemen ontstaan, onder andere door het niet tijdig beschikbaar komen van vergunningen voor uitbreiding van winningen. De provincie en Vitens zullen de knelpunten op korte termijn verder bespreken, schrijft de minister in zijn antwoord. De provincies werken volgens hem momenteel samen met de drinkwaterbedrijven, in het kader van de structuurvisie ondergrond (STRONG), aan een robuuste drinkwatervoorziening. Het proces om strategische voorraden aan te wijzen loopt en is in een aantal provincies afgerond. In de overige provincies gebeurt dit medio 2022. Het is volgens minister Harbers aan de provincies, drinkwaterbedrijven, waterschappen en omgevingspartners om keuzes te maken over de ruimtelijke inrichting. Er wordt in dit proces ook gekeken naar alternatieve bronnen voor de bereiding van drinkwater, zoals het ontzilten van brak water en het uitbreiden van oppervlaktewaterwinningen en naar de mogelijkheden voor waterbesparing.

Meer investeringsruimte

Onder Harbers’ voorganger, demissionair minister Barbara Visser, werd voor de drinkwaterbedrijven al de financieringsruimte verruimd om te investeren in nieuwe productie-, zuiverings- en distributiecapaciteit. Volgens Harbers is deze nu voor de komende jaren voldoende. Er is bovendien een onderzoek gestart naar toekomstbestendige financierbaarheid van investeringen door de drinkwatersector. Daarbij zijn de drinkwaterbedrijven betrokken.

Samenwerking met bouwsector

Vewin stelde half maart dat de drinkwatervoorziening vanaf het begin integraal onderdeel moet zijn van het realiseren van de grote woningbouwopgave en bij de uitwerking van het principe dat water de ruimtelijke ordening moet sturen. “De beschikbaarheid van te benutten drinkwaterbronnen moet daar onderdeel van zijn, en dus ook van de aangekondigde ‘dwingender’ watertoets”, aldus Vewin. Reden voor de twee VVD-Kamerleden om de minister te vragen in hoeverre drinkwaterbedrijven op dit moment worden betrokken bij de plannen van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor de bouw van 900.000 woningen tot 2030. Ook wilden ze weten hoe de minister een goede samenwerking tussen de (drink)watersector en de bouwsector denkt te gaan waarborgen.

Programma Woningbouw

“Drinkwaterbedrijven worden ook vanwege de bescherming van drinkwaterbronnen in het algemeen betrokken bij de ruimtelijke planvorming”, schrijft de minister. “En ze hebben via de Drinkwaterwet ook zelf de verantwoordelijkheid om te investeren in de levering van voldoende en veilig drinkwater. De ILT houdt hier toezicht op. Over de investeringsplannen en eventuele knelpunten daarbij vindt afstemming plaats met de drinkwatersector. Hier is tevens aandacht voor in het Programma Woningbouw van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het mitigeren van knelpunten voor de woningbouw is onderdeel van actielijn 2 van het Programma. Er wordt op dit moment via de bestaande kanalen aan gewerkt om ervoor te zorgen dat de levering van kwalitatief goed drinkwater gegarandeerd blijft voor zowel de nabije als de verre toekomst. Samen met mijn collega van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening overleg ik hierover met de drinkwaterbedrijven.”

Watertoets

Ten slotte vertrouwt de minister ook op de toekomstige watertoets. Deze watertoets verplicht een initiatiefnemer de waterbeheerder vroegtijdig te betrekken. Het is een wettelijk verplicht instrument dat ervoor zorgt dat het belang van water en klimaatadaptatie wordt meegewogen in de relevante besluiten over het fysieke domein. Harbers: “Onder de Omgevingswet wordt de watertoets versterkt, doordat deze is opgenomen in instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Gemotiveerd moet worden waarom het advies van een waterbeheerder eventueel niet wordt gevolgd. Het advies vanuit de waterbeheerder wordt daarmee minder vrijblijvend dan het huidige watertoetsadvies.”