Minister bekijkt droogte op hoge zandgronden met eigen ogen

Droogtecoördinator Jos Kruit van Waterschap Aa en Maas, minister Cora van Nieuwenhuizen en dijkgraaf Lambert Verheijen bij de Kleine Aa in Someren (foto: Aa en Maas).

Op 11 juli bracht minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat een veldbezoek aan het werkgebied van Waterschap Aa en Maas. Haar ervaring aldaar vatte zij kort samen: “Het droogteprobleem is in delen van Nederland nog lang niet opgelost en het is belangrijk dat iedereen dat weet.” Dijkgraaf Lambert Verheijen wilde dat graag beamen.

Waterschap Aa en Maas is een van de Nederlandse waterschappen die te kampen hebben met droogte. Al sinds begin juni geldt in het beheergebied van het waterschap een onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater. De minister bezocht samen met de dijkgraaf enkele locaties waar de zorgen over droogte groot zijn. Zoals bij de Kleine Aa, waar geen druppel water meer stroomt. “In het westen van het land denken we wel eens dat er niets meer aan de hand is. Maar op de hoge zandgronden in het oosten en hier in Brabant zien we dat de droogteproblemen zeker niet voorbij zijn”, reageerde de minister op de aanblik van de kurkdroge beek.

Er is opnieuw een fors neerslagtekort
Juist bij de hoge zandgronden hebben waterschappen weinig mogelijkheden om extra water aan te voeren. “Dan zijn we volledig afhankelijk van wat er aan regen valt. We eindigden in 2018 met een flink tekort aan neerslag en nu is er alweer een fors tekort”, aldus dijkgraaf Verheijen tegen de minister. Ondanks de regenbuien van deze week blijft de droogte aanhouden. Het neerslagtekort is verder toegenomen en is volgens Aa en Maas momenteel zelfs hoger dan dat het vorig jaar was. Ook blijven de grondwaterstanden verder zakken en vallen veel waterlopen droog.

‘Samenwerken en investeren zeer noodzakelijk’
Minister en dijkgraaf brachten ook een bezoek aan de Deurnsche Peel, waar het waterschap al sinds de zomer van 2018 intensief bezig is om verdroging van de kwetsbare natuur tegen te gaan. Minister Van Nieuwenhuizen kon zien hoe die maatregelen in de praktijk uitpakken. “Het water wordt vanuit kanalen en via sloten aangevoerd. Het komt terecht in een soort schil om de Peel, waar het wordt gebufferd, zodat het grondwater in de Peel niet verder wegzakt. Juist door dit soort ingrepen kunnen we onherstelbare schade voorkomen. Daarom blijft samenwerken met partners als Rijkswaterstaat belangrijk en investeringen als deze noodzakelijk”, zo legde de dijkgraaf aan de minister uit.