De extended producer responsibility in de duurzaamheidsstrategie biedt volgens EurEau de mogelijkheid om bedrijven die het milieu met chemische stoffen schaden meet te laten betalen aan kostbare waterzuiveringstechnieken (foto: Pixabay).

De Europese Commissie publiceerde op 14 oktober de duurzaamheidsstrategie voor chemische stoffen. De Europese koepel van drinkwater- en afvalwaterbedrijven EurEau stelt uit monde van Michaël Bentvelsen, voorzitter van het afvalwatercomité van EurEau, dat het principe van ‘extended producer responsibility’ in de strategie de mogelijkheid moet bieden om bedrijven die het milieu met chemische stoffen schaden mee te laten betalen aan kostbare waterzuiveringstechnieken.

De Europese Commissie beschrijft in de strategie voor chemische stoffen, onderdeel van de ‘EU Green Deal’ de stappen die nodig zijn om een ‘non toxic environment’ te realiseren. Ook wil de Commissie ervoor zorgen dat chemische stoffen op zo’n manier worden geproduceerd en gebruikt dat zij een zo groot mogelijke bijdrage aan de samenleving leveren. Tegelijkertijd wil de Commissie met de strategie vermijden dat schade wordt toegebracht aan de planeet en de huidige en toekomstige generaties.

Zo voorziet de strategie erin dat de schadelijkste chemische stoffen – de zogeheten zeer zorgwekkende stoffen- worden vermeden voor toepassingen die niet essentieel zijn voor de samenleving en dat alle industriële chemische stoffen veiliger en duurzamer worden gebruikt.

Vervuiling bij de bron aanpakken

“De belangrijkste manier om de belasting van het milieu door chemische stoffen aan te pakken is bij de bron. Want wat er aan vervuiling niet ingaat, hoeven waterschappen er in de rioolwaterzuiveringsinstallaties ook niet uit te halen”, stelt Bentvelsen. Dat voorkomt dat deze installaties uitgerust moeten worden met een kostbare vierde zuiveringsstap, zoals in Duitsland en Zwitserland al het geval is. Zulke investeringen zouden waterschappen dan moeten bekostigen met belastingcenten.

Bovendien is het voor veel chemische stoffen, zoals PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen), onbekend waar ze nu precies vandaan komen. Daarom is de overheid nu bezig om de bronnen in kaart te brengen. “Naar verwachting is hier in 2021 meer duidelijkheid over”, zegt Edith Kruger-Schippers, beleidsadviseur waterkwaliteit bij de Unie van Waterschappen.

“Het is te vroeg om over de uitbreiding van de zuiveringen met een vierde stap te praten. Laten we eerst afwachten tot de belangrijkste bronnen van verontreinigingen in beeld zijn.”

Veroorzaker laten meebetalen

De ‘extented producer responsibility’ in de strategie biedt volgens Michaël Bentvelsen de mogelijkheid om degene die het milieu met chemische stoffen schaden, mee te laten betalen aan kostbare fysisch-chemische waterzuiveringstechnieken, zoals omgekeerde osmose. Dat geldt ook voor chemiebedrijven die chemische stoffen produceren en volgens de vergunningseisen lozen.

“De stoffen komen in allerlei toepassingen voor. Neem bijvoorbeeld microplastics in autobanden. Door afbraak en verspreiding door consumenten komen de stoffen weer in het milieu terecht. Dan ben je in onze ogen als producent medeverantwoordelijk voor wat er uiteindelijk met je product gebeurt. Logisch als je dan als veroorzaker moet meebetalen aan het opruimen van de vervuiling van het water.”

Beoordeling stoffen gaat te langzaam

Brancheorganisaties van chemiebedrijven, zoals de VNCI en Cefic, stellen in een reactie op de strategie dat de Europese stoffenwetgeving REACH de basis moet blijven om de doelen van de strategie te bereiken. Ze wijzen erop dat de EU met REACH de meest vooruitstrevende stoffenregelgeving ter wereld heeft, met als resultaat de meest uitgebreide stoffendatabase.

“REACH is een goed instrument. Maar de beoordeling van stoffen door het Europees Agentschap voor chemische stoffen in Helsinki gaat veel te langzaam”, stelt Bentvelsen. Bovendien komen er in snel tempo veel nieuwe stoffen op de markt, waardoor de beoordeling nog meer vertraging oploopt. Daarom pleit hij ervoor om bijvoorbeeld voor de PFAS-stoffen geen individueel stoffendossier aan te leggen, maar voor de hele groep stoffen beleid te maken.

Goed voor circulaire economie

Bentvelsen draagt nog een argument aan waarom het goed is om de vervuiling bij de bron aan te pakken. Hij verwijst hierbij naar de moeilijkheden die een bedrijf als AquaMinerals – dat namens verschillende waterschappen struviet uit rioolwater als meststof voor de landbouw probeert te vermarkten – in de praktijk heeft ondervonden.

“Er zijn jarenlange discussies geweest of landbouwers het wel veilig zouden kunnen toepassen als meststof omdat er restanten van medicijnresten in zouden kunnen zitten. Wanneer we werkelijk de overgang willen maken naar een circulaire economie is het belangrijk om ervoor te zorgen dat deze problemen worden voorkomen. En dat kan, nogmaals, door vervuiling bij de bron aan te pakken en niet alleen op end-of-pipe oplossingen, zoals waterzuiveringen van waterschappen, te focussen.”