Kribverlaging Pannerdensch Kanaal start in 2018

Het Pannerdensch Kanaal en Nederrijn stromen niet goed door bij hoogwater. Door de klimaatverandering neemt de afvoer van de Rijn de komende decennia alleen maar toe. Hierdoor is het rivierengebied gevoelig voor overstromingen. 
Royal HaskoningDHV en Rijkswaterstaat maken daarom een waterbouwkundig ontwerp om de kribben in het kanaal te verlagen. De twee partijen maken hierbij gebruik van kennis die eerder samen is opgedaan bij de kribverlaging langs de Waal. Eind 2017 moet duidelijk zijn hoe de kribverlaging wordt uitgevoerd, zodat aannemers in 2018 met het werk kunnen starten. 

Vormgeving

“Het modelinstrumentarium is verbeterd, waardoor we nu nog beter met de vormgeving van de kribben aan de slag kunnen”, legt Gert-Jan Meulepas, projectmanager van Royal HaskoningDHV, uit. “Zo kunnen we nu bijvoorbeeld voorspellen wat het effect zal zijn van meer gestroomlijnde kribben in plaats van traditionele kribben.”
Uit het eerdere project Kribverlaging Waal neemt het team ook de ervaringen mee, zoals neveneffecten op de bodemligging van het zomerbed. De kribben ligger er immers om ervoor te zorgen dat het kanaal diep genoeg blijft voor het scheepvaartverkeer. “In de Waal zijn we de effecten nog steeds aan het monitoren. Deze kennis kunnen we goed gebruiken voor het Pannerdensch Kanaal”, stelt Meulepas. 

Afvoer

In de berekeningen gaat het projectteam uit van een waterafvoer van de Rijn van maximaal 16.000 kubieke meter per seconde. “Dat is immers het huidige wettelijke kader. We maken ook berekeningen bij andere afvoeren om de afvoerverdeling op de splitsingspunten onder alle omstandigheden te waarborgen”, zegt Meulepas. De projectmanager wijst erop dat er langs het kanaal boerderijen en bedrijventerreinen buitendijks liggen. De eisen en wensen uit de omgeving voor het ontwerp neemt het team mee om tot kribspecifieke oplossingen te komen.