slibgeul
En er is minder kennis opgedaan over de toepassing van slib als innovatieve aanlegmethode dan vooraf werd gehoopt (foto: Straystone pictures, Peter Leenen).

De aangelegde slibgeul in de Marker Wadden blijkt niet zo goed te werken als aanvankelijk werd gedacht. Doel was om hierin dun slib te vangen, het op te zuigen en het als bouwmateriaal in te zetten. In de praktijk bleek er echter te weinig slib te liggen om het tegen acceptabele kosten te kunnen winnen. Daarom is over toepassing van dun slib als innovatieve aanlegmethode minder kennis opgedaan dan vooraf werd gehoopt. Dat blijkt uit de recent verschenen beleidsevaluatie Marker Wadden 2022 van het Kennis- en Innovatieprogramma Marker Wadden (KIMA).

Uit de ervaringen met de Marker Wadden komen een aantal aandachtspunten naar voren, stelt het KIMA in de evaluatie. Zo bleek vanwege de afwijkende bulkdichtheid meer slib nodig voor vulling van de compartimenten dan waarvoor bij het ontwerp was uitgegaan. Hoeveel slib is ingebracht en hoeveel er nog moet worden ingebracht, is onduidelijk.
Consolidatie van de sliblaag en zetting van de ondergrond zijn natuurlijke processen waarmee volgens het KIMA vooraf rekening is gehouden. Hoe deze processen uiteindelijk uitpakken moet de voortgaande monitoring van de eilanden aantonen.

Te weinig slib in geul

Een ander punt is de slibgeul. Deze was onderdeel van het ontwerp. Doel was om dun slib in te vangen, het op te zuigen en als bouwmateriaal in te zetten. In de praktijk liep dat echter niet zo. Sterker nog: er bleek te weinig slib in de geul terecht te komen. Daarom is holocene klei toegepast. En er is minder kennis opgedaan over de toepassing van slib als innovatieve aanlegmethode dan vooraf werd gehoopt.

Internationale profilering

Dergelijke inzichten over het bouwen met slib zijn wezenlijk voor andere, soortgelijke projecten, stelt het KIMA. Maar ook voor de internationale profilering. Zo wil Nederland verder inzetten op bouwen met slib. Ook wil Nederland de leidende positie op het gebied van waterbouw internationaal behouden en verstevigen.
Daarom is het belangrijk om gebruik te maken van de voorbeelden die hiertoe voorhanden liggen. De ervaringen bij de Marker Wadden laten volgens het KIMA zien dat het bouwen met slib mogelijk is. Dat geldt in ieder geval voor natuurprojecten, gezien de beperkte eisen aan de sterkte van de ondergrond.

Woningbouw op slibondergrond

De inschatting van de uitvoerder is dat op termijn ook bijvoorbeeld woningbouw op slibondergrond mogelijk kan zijn. Er zal dan wel eerst meer onderzoek nodig zijn, onder meer voor de specifieke aanpassingen die daarbij nodig zijn en of het financieel haalbaar is, stelt het KIMA. De eilanden zullen door voortschrijdende bodemdaling blijven zakken. Daarom zullen ze naar verwachting periodiek moeten worden opgehoogd. Dat kan volgens het KIMA in theorie met dun slib uit de slibgeul, omdat er wel genoeg wordt ingevangen voor het toekomstige onderhoud van de eilanden. Vanwege het gebrek aan praktijkervaring met dun slib als bouwmateriaal zijn er echter belangrijke aandachtspunten: de lage dichtheid en onzekerheid over de kwaliteit van dun slib als productief substraat. Het KIMA beveelt aan hiermee te gaan testen voor onderhoud van Marker Wadden en de gevolgen hiervan te monitoren.

Groot succes

Roel Posthoorn, directeur Natuurmonumenten, spreekt ondanks de tegenvallende onderzoeksresultaten van een groot succes. “Het bouwen met slib en holoceen materiaal is goed gelukt.” Hij benadrukt dat het bouwen met de mobiele sliblaag op voorhand als heel onzeker werd gezien. Daarom is het in ‘innovatiestelpost’ opgenomen: geen resultaat verplichting, alleen een plausibele aanpak en onderzoek. “De geul liep inderdaad minder snel vol en de plausibele aanpak was lastig, maar we hebben dit dus ook zo bedoeld.” Posthoorn vindt het onterecht om het als mislukt te beschouwen. “Zo is het lastig om ruimte te maken voor risicovolle innovatieve aanpakken.”