strengere aanpak milieucriminaliteit
Tijdens haar eerste optreden als demissionair minister van IenW verwees Barbara Visser naar een nieuw kabinet. (Beeld: Tweede Kamer).

Een nieuw kabinet moet veelplegers van milieudelicten aan gaan pakken. Uit recent onderzoek bleek dat de aanpak van milieucriminaliteit en -overtredingen ver onder de maat is. De nieuwe demissionaire minister van Infrastructuur en Waterstaat Barbara Visser (VVD) en staatssecretaris Steven van Weyenberg (D66) ontkennen de ernst van de situatie niet, maar stelden dinsdag 7 september in een commissiedebat dat zij vanwege hun demissionaire status weinig kunnen betekenen.

Volgens de Inspectie van leefomgeving en Transport (ILT) is de jaarlijkse schade van milieudelicten 4,35 miljard. Het gaat om vervuiling van bodem, lucht, grond- en oppervlaktewater met gevolgen voor milieu, klimaat, flora en fauna en de gezondheid van de mens. De kersverse bewindslieden beloofden de Kamerleden tijdens het commissiedebat dat zij de mogelijkheden onderzoeken om in te grijpen en de wet aan te passen zodat een nieuw kabinet direct aan de slag kan. Visser gaf ook aan dat Inspectie van leefomgeving en Transport (ILT) rond Prinsjesdag een technische briefing aan de Kamer zal geven over de prioriteitsverdeling bij de milieuhandhaving.

Veelplegers

Uit het onderzoek ‘Aanpak milieucriminaliteit is tasten in het duister’ van de Algemene Rekenkamer blijkt dat een kleine groep van circa 500 bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen de milieuwetgeving veelvuldig overtreedt. De Algemene Rekenkamer kreeg deze groep veelplegers voor het eerst in beeld dankzij de intensieve bewerking van data van 500 bedrijfsvestigingen. Het onderzoek bracht in beeld dat de aanpak van milieucriminaliteit en -overtredingen ondanks het grote aantal van bijna 20.000 milieu-inspecties in vijf jaar ontoereikend is.

Gebrek aan informatie

Hoofdoorzaak van ontoereikende handhaving van milieuwetgeving is het ontbreken van goede, betrouwbare gegevens over de uitkomsten van inspecties bij de bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Zo is van een op de drie geconstateerde overtredingen onbekend hoe zwaar zij was. Ook is vaak niet bekend hoe er is gehandhaafd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de helft van alle geconstateerde middelzware en zware overtredingen.

Door het gebrek aan informatie tasten de toezichthouder en de verantwoordelijke bewindslieden, volgens het rapport, in het duister. Zij hebben immers geen zicht op de aard en omvang van milieucriminaliteit en -overtredingen, op de veelplegers onder de bedrijven, de effectiviteit van sancties, tekortkomingen in het toezicht en inconsequenties in de handhaving. Dit maakt het onmogelijk effectief te sturen.

Te lage strafmaat

Daarnaast eindigt het merendeel van de strafzaken met een transactie of een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie (OM) van minder dan 10.000 euro. Het gaat vaak om bedragen die minder dan 1% van de winst of omzet van het bedrijf uitmaken. Bovendien gaat zo’n transactie niet gepaard met vaststelling van schuld. Hierdoor is de afschrikwekkende werking laag en leiden sancties zelden tot betere naleving van de milieuwetgeving. De Algemene Rekenkamer vindt dat de maatschappelijke afkeuring van milieucriminaliteit beter vorm moet krijgen.

Incidentenpolitiek

Eva van Esch van Partij voor de Dieren verwees tijdens het debat naar de incidentenpolitiek. Er zijn genoeg voorbeelden, zoals het giftig blusschuim in Doetinchem, de opslag van 14,5 miljoen kilo aan kunstgrasmatten in Dongen en de grafietregens door Harsco. Zij is van mening dat dit het moment is om die incidentenpolitiek te doorbreken. Visser beaamde dat. Zij stelde dat we naar een stelsel moeten dat duidelijk uitlegbaar en transparant is, om te voorkomen dat incidenten zich voordoen.

 

Meer nieuws uit de watersector