Foto: Rijkswaterstaat / Joop van Houdt

Behalve over het zeer lage waterpeil maken de drinkwaterbedrijven die Maaswater innemen zich zorgen over een verontreiniging met een onbekende stof die vorige week in de Maas werd aangetroffen. Inmiddels is vastgesteld dat de verontreiniging uit het Waalse gedeelte van de rivier de Geul komt. Maar om welke stof het gaat, is nog niet bepaald.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Een verontreiniging gecombineerd met een lage afvoer van Maaswater, dat is dubbele reden tot zorg, stelt Maarten van der Ploeg, directeur van RIWA-Maas, het samenwerkingsplatform van zes Nederlandse en Belgische drinkwaterbedrijven die drinkwater uit Maaswater produceren. “Bij lage afvoeren neemt in het algemeen de concentratie van tal van verontreinigingen toe doordat er minder verdunning plaats vindt. Ook stroomt de rivier bij lage afvoeren langzamer, waardoor verontreinigingen minder snel worden weggespoeld”, aldus Van der Ploeg.

Industriële lozingen

Volgens de RIWA-Maas-directeur is de afgelopen week actief met Rijkswaterstaat en laboratoria samengewerkt om de verontreiniging te identificeren en de locatie te achterhalen, zodat de verontreiniging kan worden aangepakt en gestopt. De bron is gelokaliseerd in het Waalse gedeelte van de Geul, maar het is nog niet bekend om welke stof het gaat. Van der Ploeg: “Dergelijke verontreinigingen in de Maas hebben vaak een industriële oorsprong. Deze situatie benadrukt voor ons het belang om inzicht te hebben in alle industriële lozingen die direct of indirect, via de riolering, in de wateren van de Maas terechtkomen en dat de verstrekte vergunningen actueel zijn. Die informatie en een actieve handhaving dragen bij om verontreinigingen sneller op te kunnen sporen.”

Onderzoek Deltares

Vorige maand presenteerde RIWA-Maas nog een rapport van Deltares, met de resultaten van een onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op de Maasafvoeren. Het onderzoek laat een duidelijke trend zien: in vrijwel alle onderzochte klimaatscenario’s en voor alle onderzochte locaties aan de Maas berekent Deltares meer en langere perioden van lage afvoeren in de zomerperiode. Een afnemende waterbeschikbaarheid uit de Maas is een potentieel risico voor de drinkwatervoorziening voor ruim 7 miljoen mensen in Nederland en België, stelt RIWA-Maas.

Vaker tijdelijke innamestop

De verontreiniging waarnaar nu wordt gespeurd, lijkt geheel te passen in het toekomstplaatje dat Deltares in het onderzoeksrapport schetst. ‘Klimaatverandering heeft nadelige gevolgen voor het Nederlandse drinkwater dat wordt gewonnen uit de Maas’, schrijft het kennisinstituut in het rapport. ‘Tijdens perioden van lage waterafvoer zal de rivier worden blootgesteld aan meer verontreinigingsincidenten of (industriële) lozingen, omdat ze haar vermogen om verontreinigende stoffen te verdunnen verliest. Dit kan leiden tot situaties waarbij drinkwaterbedrijven vaker tijdelijk moeten stoppen met de inname van Maaswater. Verder staat de drinkwatersector op dit moment al voor een aantal uitdagingen, zoals een verwachte groei van de vraag naar drinkwater door bevolkingsgroei en een toegenomen concentratie van schadelijke stoffen in het Maaswater die de kwaliteit van het drinkwater bedreigt.’

Vraag naar kraanwater

Dreigt er nu ook een innamestop? Van der Ploeg: “Wij zien de afvoer van de Maas ook dalen en zien dat de gemiddelde dagafvoer bij Megen deze week rond de 30m3/sec zit. Dat is laag, zeker als er nog een lange droge zomer mocht volgen. In periodes van droogte en warmte neemt de vraag naar kraanwater vaak toe. Daarom is het zaak dat de verontreiniging snel wordt gevonden.” Wanneer drinkwaterbedrijven de inname van Maaswater moeten staken als gevolg van verontreiniging in de Maas, wordt volgens Van der Ploeg gebruikgemaakt van buffervoorraden en/of overgeschakeld op ander bronnen, zoals grondwater of ander oppervlaktewater.