Op sommige plaatsen op en rond de Veluwe wil dijkgraaf Tanja Klip-Martin van Vallei en Veluwe het belang van de boeren niet langer leidend laten zijn (foto: PxHere).

In het Radio 1 Journaal heeft dijkgraaf Tanja Klip-Martin van waterschap Vallei en Veluwe gepleit voor ‘functie volgt waterpeil’ op de Veluwe. Het lage grondwaterpeil op de Veluwe is een groot probleem. De keuze voor ‘functie volgt peil’ is al eerder gemaakt voor de veenweiden, maar mag van de dijkgraaf worden uitgebreid naar andere bodems.

“Het lage grondwaterpeil op de Veluwe heeft een ingrijpend effect op alles wat groeit en bloeit”, zei dijkgraaf Tanja Klip-Martin op 30 juni in een reportage van het Radio 1 Journaal. “We moeten daarom af van het denkpatroon dat we altijd hadden: dat het waterpeil de functie volgt. We zullen dat echt moeten omdraaien.” Op sommige plaatsen op en rond de Veluwe wil de dijkgraaf van Vallei en Veluwe het belang van de boeren niet langer leidend laten zijn.

Ook bodembeleid moet anders
Het denken over functies in relatie tot de natuurlijke omstandigheden is volgens Klip-Martin sowieso aan het schuiven. “Een mooi voorbeeld is het rapport dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur op 29 juni heeft gepresenteerd, waarin ze het adagium doorbreken dat ook de bodem de functie zou moeten volgen. De raad stelt dat de bodemgesteldheid bepalend moet zijn voor welke activiteiten je er kunt laten plaatsvinden.” Op de vraag van verslaggever Maino Remmers of dat betekent dat boeren moeten verhuizen of andere gewassen moeten telen, antwoordde de dijkgraaf: “Dat zou kunnen.”

Tanja Klip-Martin (foto: Vallei en Veluwe).

Meer dan alleen de landbouw
“Maar het gaat natuurlijk niet alleen om agrarische functies”, vervolgde ze. “We hebben het ook over andere functies die veel water vragen, zoals bepaalde industriële activiteiten.” En ingrijpen in de natuurfuncties sluit ze ook niet bij voorbaat uit: “Op de Veluwe komt 80 procent van het waterverlies door verdamping door bomen. Er staan hier heel veel naaldbomen en die verdampen procentueel gezien het meeste, omdat ze het hele jaar door groen zijn.”

‘Grensontkennend samenwerken’
De dijkgraaf liet zich door de Radio 1-verslaggever niet verleiden tot de uitspraak dat er dus naaldbomen moeten worden gekapt en vervangen door loofbomen, maar gaf wel aan dat het waterschap het niet alleen kan: “We moeten dit met andere partijen aanpakken. Dat noemen we ‘grensontkennend samenwerken’. Denk aan andere overheden, natuurbeheerders, boeren en bedrijfsleven.” Daarmee deed Klip-Martin een duidelijke handreiking aan de zeven Gelderse natuurorganisaties die op 24 juni een brandbrief stuurden aan haar, het provinciebestuur en de collega-dijkgraven van de waterschappen Rivierenland en Rijn & IJssel, met een pleidooi voor een herijking van het waterbeleid.

‘Voldoende zoetwater niet langer vanzelfsprekend’
“Alleen maar water afvoeren is gezien de klimaatverandering geen optie meer”, constateerde de dijkgraaf. “En voldoende zoetwater is geen vanzelfsprekendheid meer. Maar laten we het wél op een verstandige manier aanpakken. Het is heel belangrijk om dit te doen in samenhang met natuurontwikkeling en met de aanpak van de stikstofproblematiek.”