Chemours breidt grondwaterzuivering uit met koolstofbedfilter

Chemours in Dordrecht gaat de grondwaterzuivering uitbreiden. Het chemiebedrijf koppelt een tweede koolstofbedfilter aan de bestaande koolstoffiltering van het grondwater. Zo voorkomt Chemours de verspreiding van fluororganische stoffen die al langer in het grondwater onder het fabrieksterrein zitten.

Chemours wil de emissies van alle fluororganische stoffen terugbrengen tot 99 procent in 2030. Dit ondanks dat Chemours een vergunning heeft voor de directe lozing op de Beneden Merwede van water met sporen PFOA en GenX-stoffen.

“Onze eigen doelstelling gaat verder dan de vergunning. Deze hoeveelheden zijn overigens dermate klein dat ze niet noodzakelijk zijn om de reductie van minimaal 99 procent van de GenX stoffen voor het einde van 2020 te behalen”, zegt woordvoerder Harmen Geers.

Het chemiebedrijf is gestart met de uitwerking van de projectscope. De uitvoering is opgenomen in de planning voor 2020, maar het kan ook 2021 worden. De fysieke ruimte bij de huidige grondwaterzuivering is beperkt. Daar zit volgens Geers de uitdaging voor de uitvoering van het project.

Proefinstallatie
Het chemiebedrijf startte in juni 2017 met watertechnologieleverancier Logisticon Water Treatment met het ontwerp en de bouw van een proefinstallatie om verschillende waterzuiveringstechnieken te testen om de lozing van FRD902/903 te reduceren. Hierbij gaat het om een lamellenseparator om de vaste deeltjes van de afvalwaterstroom af te scheiden, evenals een DAF-installatie (dissolved air flotation) en een zandfilter.

Definitieve installatie
De proefinstallatie functioneert volgens Geers uitstekend. Zo werden de indirecte lozingen naar de RWZI dankzij koolstofbedden in 2018 al met 90 procent teruggebracht. Chemours werkt inmiddels aan een definitieve, automatische waterzuiveringsinstallatie. De koolstoftechnologie vormt volgens Geers nog steeds de basis. Deze technologie heeft volgens hem een zeer hoge effectiviteit dankzij de voorfiltering.

Strikter scheiden
De Inspectie ILT meldde onlangs dat er onvoldoende zicht is op de verspreiding van FRD in afvalstromen. Geers wijst erop dat het ILT-onderzoek eind 2017 begin 2018 met name was gericht op afvalstromen waarin je eigenlijk geen FRD zou verwachten, zoals sloophout en afvalwater uit installaties die geen FRD gebruiken. “Het gaat dan ook over zeer lage concentraties”, aldus Geers. “Chemours heeft extra maatregelen genomen om die stromen te monitoren en strikter te scheiden. Al het afvalwater uit de installaties wordt inmiddels verwerkt door de koolstofbedden.”