geborgde zetels
Minister Harbers, Laura Bromet en Tjeerd de Groot tijdens de behandeling van de initiatiefwet in de Eerste Kamer (foto: Eerste Kamer).

De initiatiefwet voor het schrappen van geborgde zetels voor bedrijven wordt niet voor 1 december in het Staatsblad gepubliceerd. Dat kán betekenen dat bedrijven na de waterschapsverkiezingen hun geborgde zetels behouden.

Dit bericht is aangepast op 23 november, 13u34. In de oorspronkelijke versie werd gesteld dat het zeker is dat de bedrijven hun geborgde zetels na de verkiezingen kunnen behouden, maar dat ligt genuanceerder. Mocht de wetswijziging vóór 19 december in het Staatsblad gepubliceerd worden, dan treedt deze de dag erna in werking en dat kan betekenen dat de bedrijven hun geborgde zetels moeten inleveren.


Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen
De Eerste Kamer besloot na een lang en heftig debat op 21 en 22 november de stemming over de initiatiefwet naar volgende week te verplaatsen. Dat gebeurde nadat de stemmen staakten over een eerste motie betreffende die wet: 34 tegen 34. De Kamervoorzitter deed toen het ordevoorstel om alle stemmingen die betrekking hebben op de initiatiefwet van Tweede Kamerleden Laura Bromet en Tjeerd de Groot, door te schuiven naar de zitting van 29 november. Dat ordevoorstel werd aangenomen.

Hoofdelijke stemming

Het mag gezien worden als een overwinning van de tegenstanders van de wet, met name VVD, CDA, JA21 en SGP. Doordat SGP’er Diederik van Dijk een hoofdelijke stemming aanvroeg voor de door hem mede namens VVD, CDA en, JA21 ingediende motie, kon de motie niet worden weggestemd. Er waren 68 van de 75 senatoren aanwezig en bij de voorstanders van de wet ontbraken er meer mensen dan bij de tegenstanders. Normaliter is in de Eerste Kamer sprake van stemming bij zitten en opstaan, waarbij wordt geteld welke fracties voor of tegen zijn. Zou dat nu zijn gebeurd, dan was de motie verworpen en zou vervolgens waarschijnlijk de initiatiefwet gewoon zijn aangenomen. De fracties die voor deze wet zijn (GroenLinks, D66, PvdA, PVV, SP, CU, PvdD en 50Plus), hebben samen namelijk 39 zetels in de Eerste Kamer.

Tijdpad

Doordat de stemming is uitgesteld naar 29 november, gaat het zeker niet meer lukken om de initiatiefwet op 1 december in het Staatsblad gepubliceerd te krijgen. Die datum heeft minister Harbers van IenW als deadline gesteld om de wet voor de waterschapsverkiezingen van 2023 in werking te kunnen stellen. Op 19 december is het namelijk de laatste dag dat nieuwe partijen zich kunnen aanmelden voor deelname aan de verkiezingen. “Op die datum begint dus in feite het verkiezingsproces”, zei Harbers tijdens het debat. “De datum van 1 december is daar een directe afgeleide van, want mensen die door de nieuwe wet geen aanspraak meer kunnen maken op een geborgde zetel, moeten de tijd hebben om een nieuwe partij op te richten om deel te nemen aan de reguliere verkiezingen.”

Pyrrusoverwinning?

Het laatste deel van het betoog van de minister is volgens Laura Bromet echter juridisch niet relevant: “1 december is niet de juridisch uiterste deadline. Volgens de Kieswet is 19 december de uiterste datum waarop groeperingen zich bij het centraal stembureau kunnen laten registreren onder de aanduiding (naam partij of lijst) waarmee zij mee willen doen met de verkiezingen. Dit betekent dat als de wetswijzing op 18 december in het Staatsblad staat, de wet nog tijdig gewijzigd is voor de komende verkiezingen.” Dat zou betekenen dat de week uitstel die de oppositie nu heeft bedongen, uiteindelijk een pyrrusoverwinning zal blijken te zijn.

geborgde zetels
Saskia Kluit (GroenLinks) diende een motie in (foto: Eerste Kamer).

Gefaseerde inwerkingtreding

Of de initiatiefwet nu wel of niet op tijd in het Staatsblad staat, de kans is groot dat de geborgde zetels de komende bestuursperiode niet langer automatisch aanspraak kunnen maken op een plaats in het dagelijks bestuur van de waterschappen, zoals in de huidige wetgeving het geval is. Er ligt namelijk ook een motie klaar van GroenLinks-senator Saskia Kluit, die de regering vraagt om indien de wetswijziging niet voor 19 december gepubliceerd wordt in het Staatsblad, het wetsvoorstel dan gefaseerd in werking te laten treden. Het onderdeel van het wetsvoorstel waarin wordt geschrapt dat ten minste één lid in het dagelijks bestuur een vertegenwoordiger is met een geborgde zetel, zou dan na de verkiezingen van 15 maart 2023 in werking kunnen treden. De kans is levensgroot dat de partijen die voor de initiatiefwet stemmen, ook hun steun geven aan deze motie. Bovendien lieten ook andere senatoren, onder wie CDA’er Joop Atsma, tijdens het debat al weten geen principiële bezwaren te hebben tegen het afschaffen van de positie van geborgde zetels in het dagelijks bestuur van het waterschap.

geborgde zetels
VVD-senator en voormalig dijkgraaf Tanja Klip-Martin (foto: Eerste Kamer).

Dak repareren

Het debat in de Eerste Kamer verliep wat de kern van het wetsvoorstel betreft – de afschaffing van de geborgde zetels voor bedrijven en het toekennen aan natuur en landbouw van ieder twee geborgde zetels – langs voorspelbare lijnen. Net als in de Tweede Kamer waren VVD, CDA, JA21 en SGP tegen. De argumenten die de partijen tegen de initiatiefwet inbrachten, kwamen in grote lijnen neer op de vraag ‘waarom zou je een probleem willen oplossen dat er niet is?’. Met name VVD-senator Tanja Klip-Martin en SGP’er Van Dijk stelden die vraag. In haar antwoord haalde Laura Bromet de OESO aan, die heeft vastgesteld dat in de waterschapsbesturen bepaalde groepen oververtegenwoordigd zijn. “Bovendien moet je het dak repareren als de zon schijnt. De wereld verandert en er liggen grote uitdagingen”, aldus Bromet. Het argument van Klip-Martin dat er kennis uit de waterschappen zou verdwijnen als de geborgde zetels voor bedrijven zouden worden afgeschaft, wuifde Bromet weg: “Die kennis blijft bij aanname van het wetsvoorstel gewoon bij de waterschappen aanwezig.” Mede-indiener Tjeerd de Groot voegde daar even later aan toe: “Bedrijven kunnen hun zienswijzen via lobby en overlegstructuren gewoon blijven inbrengen. Daar zijn geen geborgde zetels voor nodig.”

Novelle

De motie van SGP-senator Diederik van Dijk die er vanwege de stakende stemmen uiteindelijk toe leidde dat de stemming een week is uitgesteld, behelst een zogeheten novelle. Een novelle is een wijziging van een wetsvoorstel dat al wel door de Tweede Kamer is aangenomen, maar nog niet door de Eerste Kamer. De Tweede Kamer moet zich dan eerst uitspreken over die wijziging, voordat het wetsvoorstel in de Eerste Kamer verder kan worden behandeld. In de motie van Van Dijk werd de twee initiatiefnemers verzocht om middels een novelle het initiatiefwetsvoorstel zodanig aan te passen dat ook het bedrijfsleven per waterschap twee geborgde zetels krijgt. Met zo’n ‘2-2-2-verdeling’ zouden er volgens CDA-senator Joop Atsma alleen maar winnaars zijn. “De motie die collega Van Dijk heeft ingediend, steunt het CDA van harte, omdat dit betekent dat het aantal zetels van de geborgde partijen fors terugloopt”, zei hij. “De landbouw gaat terug van 71 naar 42, het bedrijfsleven van 67 naar 42 en de natuur gaat van 26 naar 42 zetels. Dat zou een compromis kunnen zijn dat via een novelle wellicht ook in deze Kamer op een zeer breed draagvlak zou kunnen rekenen.”

Mandaat van de Tweede Kamer

Uiteraard zou de novelle ook betekenen dat de wet voorlopig niet kan worden gewijzigd en de geborgde zetels voorlopig in hun huidige vorm blijven bestaan. Het was daarom niet vreemd dat Bromet en De Groot de motie Van Dijk ontraadden. “Ik ben drie jaar geleden met deze initiatiefwet begonnen en we hebben een enorm lang en zorgvuldig proces doorlopen. Deze motie doet daaraan geen recht.” Ook stelde Bromet dat zij en De Groot daar met een vastgesteld mandaat van de Tweede Kamer stonden. Daardoor konden ze de motie sowieso niet uitvoeren.

geborgde zetels
SP-senator Rik Janssen (foto: Eerste Kamer).

Kabinet neutraal

Ondertussen kon minister Harbers zijn handen schoon houden. In zijn bijdragen aan het debat bleef hij benadrukken dat het kabinet een neutraal standpunt inneemt. Beide moties gaf hij ‘oordeel Kamer’, wat betekent dat hij geen standpunt voor of tegen inneemt. Maar door de deadline van 1 december diverse keren te benadrukken, wist hij toch zijn stempel te drukken. SP-senator Rik Janssen wees in zijn bijdrage op het alsmaar krapper wordende tijdspad: “Het is qua planning allemaal wat ongelukkig, omdat wij allemaal, inclusief de minister zo heb ik begrepen, klaarstonden om dit wetsvoorstel op 8 november te behandelen en er door een aantal collega’s nog om extra voorlichting is gevraagd bij de Raad van State. Dit kon niet in het weekeinde ervoor, maar wel net de dag na de 8ste. De 15de was de minister verhinderd. Die weken breken ons nu aan het eind op. Dat is toch wel jammer, alles terugkijkend en afwegend.”

‘Geklets’

GroenLinks-senator Saskia Kluit weigerde echter de handdoek nu al in de ring te gooien. Zij accepteert niet dat de minister blijft vasthouden aan 1 december, waar in feite 19 december de uiterste datum is: “Als wij er als Kamer een uitspraak over doen, wil de minister dan wel deze stappen versnellen? Ik hoor nu aan de andere kant wat geklets terwijl het aan deze kant een beetje stilvalt. Wij staan regelmatig tegenover het kabinet en krijgen als parlement de vraag om ons enorm te haasten omdat het heel snel klaar moet zijn. Dus als wij als parlement de minister verzoeken om het te versnellen, zou de minister dan binnen zijn neutrale taakopvatting wel doen wat het parlement uitspreekt?”

Harbers reageerde: “Dan begrijp ik het zo dat de Kamer de uitspraak doet: na 1 december is voor ons reëel, mits het maar voor 19 december is en zet alles op alles! Ik moet op mij laten inwerken wat zo’n uitspraak van de Kamer zegt.”

Kortom, alles staat of valt op 29 november met het aantal Eerste Kamerleden dat bij de stemming aanwezig is.