De stijging van de watersysteemheffing in 2019 kwam volgens de AWP meer dan volledig op het bordje van de huishoudens terecht (foto: Bru-nO/Pixabay).

De acties die de Algemene Waterschapspartij al een tijd voert tegen de oneerlijke verdeling van de watersysteemheffing, hebben sinds vorige week de aandacht getrokken van de landelijke media. Onder meer Algemeen Dagblad en Trouw schreven naar aanleiding van een AWP-persbericht uitgebreide artikelen. Voor het einde van 2020 wil de Unie van Waterschappen het belastingstelsel aanpassen.

De Algemene Waterschapspartij (AWP) stelt in haar persbericht dat uit cijfers van de Unie van Waterschappen blijkt dat in 2019 de landelijke opbrengst van de watersysteemheffing is gestegen met 52 miljoen euro tot ruim 1,5 miljard euro. Het aandeel van de huishoudens steeg vorig jaar zelfs met 53 miljoen naar bijna 1,2 miljard euro, een stijging van 4,6 procent. ‘Daarmee kwam de stijging van de watersysteemheffing in 2019 meer dan volledig op het bordje van de huishoudens terecht. Het beeld voor 2020 zal niet anders zijn. Dat vindt de Algemene Waterschapspartij onaanvaardbaar’, schrijft de AWP in het persbericht.

‘Solidariteit en profijt zijn niet in balans’
De AWP wijst erop dat de watersysteemheffing onderscheid maakt tussen solidariteit (in de Middeleeuwen moesten alle inwoners van de polder meehelpen) en profijt (voorkómen van schade aan woningen en bedrijven). ‘Maar solidariteit en profijt zijn allang niet meer in balans, omdat de inwoners behalve de solidariteitsheffing tegenwoordig ook het grootste deel van de profijtheffing betalen’, schrijft de AWP. De huishoudens betaalden in totaal 1.199 miljoen euro in 2019 (78,9 procent). De kostenbijdrage vanuit bedrijfsleven (136 miljoen euro: 8,4 procent) en landbouw (145 miljoen euro: 9,5 procent) blijven daar ver bij achter. De Algemene Waterschapspartij pleit voor een ‘eerlijke’ bijdrage van bedrijfsleven en landbouw, zodat de tarieven voor de inwoners omlaag kunnen. Om te beginnen wil de AWP een verlaging van de inwonerstarieven van 10 procent in 2021, gevolgd door een stapsgewijze verdere verlaging in de volgende jaren.

Geborgde zetels zijn een deel van het probleem
Er zijn meer partijen die een andere verdeling van de lasten bepleiten. In december gaf bijvoorbeeld de Vereniging Eigen Huis al aan dat de balans tussen belang, betaling en zeggenschap volledig zoek is en dat de heffing van de waterschapslasten eerlijker verdeeld moet worden. En in een reactie op het artikel in Trouw laat Guus Beugelink van Water Natuurlijk via Twitter weten dat ook zijn partij daarachter staat. Beugelink noemt de geborgde zetels ‘niet meer van deze tijd’. Die geborgde zetels zijn ook volgens de AWP en de Vereniging Eigen Huis een belangrijk deel van het probleem. ‘De afwenteling van de waterschapslasten op de huishoudens wordt in stand gehouden door het bedrijfsleven en de landbouw, die een zware stem hebben in het waterschapsbestuur’, schrijft de AWP. ‘Zowel rechtstreeks via de geborgde zetels voor de Kamer van Koophandel (KvK) en de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), als indirect vanuit politieke partijen met veel oog voor het belang van bedrijven en boeren, zoals VVD, CDA en SGP. Hierdoor loopt de discussie over de modernisering van de waterschapsbelasting telkens vast op het eigen belang van hun achterban. En blijft de burger de melkkoe van de waterschappen.’

Commissie van externe deskundigen
De AWP pleit voor ‘een frisse blik’ door een commissie van externe deskundigen om de waterschapsbelastingen te moderniseren. Met name het pleidooi voor mensen van buiten valt op, aangezien de Unie van Waterschappen al erg lang bezig is met een herziening van het belastingstelsel. De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) onderzocht vanaf begin 2016 hoe het belastingstelsel van de waterschappen toekomstbestendiger gemaakt kan worden. De CAB bracht in mei 2018 haar eindadvies uit aan het bestuur van de Unie van Waterschappen en op basis daarvan heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast. Vervolgens werd de discussie over de waterschapsverkiezingen van maart 2019 heen getild, maar begin juli bleken de standpunten nog dusdanig ver uit elkaar te liggen dat het Uniebestuur besloot de belastingherziening voorlopig ‘on hold’ te zetten. In de Unievergadering van 11 oktober 2019 is vervolgens een voorstel ingediend voor een vervolgtraject waarbij alle 21 waterschappen betrokken worden. Op 13 december 2019 heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden en de planning is dat er eind 2020 een door de waterschappen goedgekeurd plan voor de stelselherziening ligt.

De AWP heeft de watersysteemheffing over 2019 schematisch in kaart gebracht (illustratie: AWP).