industriële lozingen
Industriële lozing in de Westerschelde (foto: Rijkswaterstaat).

Een consortium van drie ingenieurs- en adviesbureaus houdt in opdracht van Rijkswaterstaat complexe industriële lozingsvergunningen tegen het licht. Witteveen+Bos, Royal HaskoningDHV en Tauw beoordelen de vergunningen van circa 120 door Rijkswaterstaat geselecteerde bedrijven die direct lozen op rijkswateren of indirect op rwzi’s. Het doel is te beoordelen of deze vergunningen actueel, adequaat en volledig zijn.

In feite gaat het om de voortzetting (en uitbreiding) van een onderzoek naar 66 lozingsvergunningen, dat in de zomer van 2018 onder de titel ‘Bezien vergunningen’ als pilot is gestart. Voor die pilot kregen de adviesbureaus Witteveen+Bos en Royal HaskoningDHV de opdracht van Rijkswaterstaat. Het onderzoek was een van de acties die waren beschreven in de intentieverklaring Delta-aanpak waterkwaliteit en zoetwater, die in 2016 door het Rijk, regionale overheden, bedrijfsleven en een groot aantal maatschappelijke organisaties was ondertekend. Behalve een beoordeling van de vergunningen op actualiteit, adequaatheid en volledigheid, werd in die pilot in het bijzonder gelet op relatief recent beleid en/of nieuwe documenten voor Best Beschikbare Technieken (BBT), Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), potentiële ZZS en opkomende stoffen.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Effectiviteit en knelpunten

De pilot was echter vooral belangrijk om een beeld te krijgen van de effectiviteit van het bezien van vergunningen (opbrengst versus kosten) en welke knelpunten worden ervaren bij de werkzaamheden (bijvoorbeeld capaciteit, kennis, procedures, regelgeving, et cetera). Het project resulteerde in de zomer van 2019 dan ook in een samenvattend projectrapport met advies, dat de aan de basis lag van het huidige, meer grootschalige onderzoek naar de industriële lozingsvergunningen.

Omvangrijke operatie

Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor ongeveer 800 watervergunningen, vaak van grote bedrijven. Deze lozen op rijkswater, rechtstreeks of via een zuiveringsinstallatie. De screening van al die vergunningen kost veel tijd en menskracht. “Rijkswaterstaat heeft een consortium van drie adviesbureaus ingeschakeld om een groot aantal complexe vergunningen, ongeveer 120 stuks, te bezien en indien nodig te herzien”, zegt woordvoerster Yvonne Fernhout van Rijkswaterstaat. “Daarnaast zijn inmiddels 13 fte’s extra vergunningverleners geworven, die na inwerken en het krijgen van een specifieke opleiding ook aan de slag gaan met het bezien en herzien van de overige watervergunningen Dat zijn er circa 600.” Rijkswaterstaat noemt het daarom niet ten onrechte een “omvangrijke en complexe operatie die ertoe moet leiden dat alle vergunningen actueel zijn en blijven”. De meest complexe vergunningen worden cyclisch elke vier jaar bezien, de overige eens in de zes tot acht jaar.

Drinkwater

Net als bij de eerdere pilot worden de vergunningen bezien om te controleren of ze nog actueel, adequaat en volledig zijn. Er wordt gecheckt of de toegepaste zuiveringstechnieken nog steeds gelden als BBT en er wordt gecontroleerd op aanwezigheid van ZZS in de lozing. Bovendien wordt bij het bezien van de vergunningen ook specifiek gekeken naar stoffen die vanwege drinkwater aandacht vragen (relatief slecht afbreekbare, maar goed in water oplosbare stoffen).

Ontbrekende inzichten

Het bezien wordt gedaan door het hele vergunningsdossier  – dit zijn vaak zeer uitgebreide dossiers – door te nemen en te controleren of de aangevraagde lozingssituatie nog goed overeenkomt met de praktijk bij het bedrijf. Hierbij worden ook de bevindingen van toezicht en handhaving meegenomen. “Op alle punten waar Rijkswaterstaat van mening is dat de vergunning moet worden aangepast, wordt dit herzien met een nieuwe vergunning”, legt Fernhout uit. “Gangbaar is dat er met de bedrijven in vooroverleg wordt gesproken over de noodzaak tot actualisatie van de vergunning, en waar nodig vraagt Rijkswaterstaat in dat gesprek naar ontbrekende inzichten in processen of gebruikte stoffen. Zo streeft het ZZS-beleid bijvoorbeeld naar minimalisatie van de lozing. In de herziene of nieuwe vergunning wordt dan een rapportageplicht opgenomen. Dat betekent dat het bedrijf moet rapporteren over hoe de lozing van ZZS kan stoppen of, stapsgewijs, kan worden geminimaliseerd in een periode van meestal een aantal jaar.”

Digitalisering

Het consortium van de drie adviesbureaus heeft van Rijkswaterstaat drie jaar de tijd gekregen om de 120 lozingsvergunningen te bezien. Daarvan is nu de helft verstreken. Na een aanvankelijk moeizame start – vooral veroorzaakt doordat lang niet alle vergunningen gedigitaliseerd waren – zijn de bureaus nu behoorlijk op streek. Wel geven ze aan dat er sprake is van ‘een enorme klus’.

Aanpassingen nodig

Volgens Rijkswaterstaat zijn de bevindingen voor de vergunningen die nu worden bezien, in grote lijnen hetzelfde als destijds bij de pilot. Toen bleek voor circa 25 procent van de vergunningen een aanpassing op korte termijn nodig te zijn. Voor ongeveer de helft van de gevallen bleek er een aanpassing van de vergunning op middellange termijn nodig. Deze aanpassingen zijn nodig omdat geoordeeld is dat de vergunningen niet actueel, adequaat en/of volledig zijn.

ZZS-beleid

Er zijn overigens geen lozingen op oppervlaktewater geconstateerd waarbij direct ingrijpen noodzakelijk was vanwege risico’s voor mens en milieu. Wel blijkt het wenselijk veel van de oudere vergunningen te actualiseren vanwege administratieve redenen, maar ook vanwege het ZZS-beleid (dat relatief nieuw is). “Overigens is het beleid voor ZZS niet helemáál nieuw”, tekent Fernhout aan. “De eisen aan deze stoffen, die eerst nog geen ZZS werden genoemd, zijn vergelijkbaar gebleven. Alleen is er door de rapportageplicht meer druk op het continue verbeteren. Het ZZS-beleid is dus voornamelijk de actualisatie van het bestaande beleid voor deze stoffen. De terminologie is actueel gemaakt en aangepast aan Europese richtlijnen.”

Best Beschikbare Technieken

Uit de tussentijdse resultaten van de beziening van de lozingsvergunningen blijkt dat het in een aantal gevallen nodig is de vergunning te controleren op de nieuwe BBT-conclusies uit Europese regels (Bat Reference Documents; BREF). Het is namelijk verplicht om vier jaar na publicatie van de BBT-conclusies de betreffende vergunningen te controleren. Volgens Rijkswaterstaat komt het overigens niet vaak voor dat er geheel andere zuiveringstechnieken de voorkeur krijgen.