De 21 waterschappen in Nederland brengen in 2023 in totaal ongeveer 3,5 miljard euro aan belastingen in rekening. In 2022 was dat nog 3,2 miljard euro. Daar tegenover staan ook meer investeringen: in de periode 2023-2026 wordt gemiddeld 2,25 miljard euro per jaar geïnvesteerd.
Dat investeringsbedrag ligt jaarlijks ruim 200 miljoen euro hoger dan wat vorig jaar werd gereserveerd voor de periode 2022-2025. Veel van de investeringen betreffen een antwoord op de klimaatverandering. Dit blijkt uit de digitale rapportage ‘Waterschapsbelastingen 2023 – Het hoe en waarom’, die op 21 maart is gepubliceerd.
Extreme omstandigheden
Vincent Lokin, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “De waterschappen werken er hard aan om de extreme omstandigheden aan te kunnen. Waterschappen moeten investeren om in te spelen op ontwikkelingen zoals extremer weer, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking en verzilting. Dijken moeten verhoogd en verstevigd worden en er worden meer gebieden ingericht om water op te slaan.”
Stikstof
Volgens Lokin zijn er ook andere uitdagingen: “Denk aan steeds strengere milieunormen vanuit Europa en de stikstofproblematiek. En bij de ruimtelijke ordening speelt het vraagstuk waar je verstandig kunt bouwen, gezien de klimaatverandering.” De waterschappen zijn bovendien druk bezig om circulair, energieneutraal en in 2035 volledig klimaatneutraal te worden. Lokin: “De waterschappen moeten zich steeds aanpassen om hun taken goed en zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Daar is geld voor nodig. Die investeringen hebben invloed op de hoogte van de waterschapsbelasting.”
3,5 Miljard euro
Waterschappen brengen in 2023 in totaal ongeveer 3,5 miljard euro aan belastingen in rekening, ongeveer 300 miljoen meer dan vorig jaar. Een gezin van vier personen met een eigen woning van 280.000 euro betaalt dit jaar gemiddeld 380 euro aan waterschapsbelasting; 27 euro meer dan in 2022. Dat is een grotere verhoging dan in de vorige jaren. Een gezin van vier personen in een woning van 400.000 euro betaalt dit jaar gemiddeld 413 euro. Naast de opgaven en investeringen waar de waterschappen voor staan, zijn volgens de Unie van waterschappen ook de sterk gestegen prijzen een belangrijke oorzaak van de verhoging.
Verschillen
Tussen de waterschappen zijn er grote verschillen in de (bruto) belastingopbrengst. Het Hoogheemraadschap van Delfland haalt in 2023 het meeste op: 278 miljoen euro. Dat is fors meer dan de ‘nummer laatst’ Noorderzijlvest, dat 83,1 miljoen euro aan bruto belastingopbrengst heeft begroot. Ook wat betreft de tarieven die de waterschappen berekenen, zijn er grote verschillen. Het tarief voor ingezetenen is het laagst bij De Dommel, waar een huishouden 50,20 euro betaalt, en het hoogst bij Amstel, Gooi en Vecht, waar het tarief 136,48 euro bedraagt. Voor de zuiverings- en verontreinigingsheffing is de ranglijst overigens weer anders. Die is het laagst bij Aa en Maas (52,08 euro) en het hoogst bij Delfland (98,92 euro).
Tekst loopt door onder de grafiek

Niet in één keer
De waterschappen berekenen de investeringskosten overigens niet in één keer door aan de belastingbetalers. Ze doen dat over een langere periode. Het waterschapsbestuur stelt de tarieven voor de waterschapsbelasting vast.
Dashboard
De Unie van Waterschappen maakt de belastingen, investeringen en kosten van de waterschappen inzichtelijk via een interactief belastingendashboard. Hierin is per waterschap te zien wat er aan belasting wordt opgehaald, wat inwoners en bedrijven betalen en waar het geld aan wordt besteed.










