Richtlijn stedelijk afvalwater
Foto: Marianne Cornelissen-Kuyt/CC

Als het aan EurEau ligt, mogen grote industriële afvalwaterzuiveringen niet langer lozen op het riool. Als die wens niet haalbaar blijkt, pleit de Europese federatie van waterbeheerders ervoor om rioolbeheerders structureel te betrekken bij lozingen van gevaarlijke stoffen op hun stelsel. EurEau wil dat een gelijk speelveld wordt gecreëerd in de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater.

U gaat nu een PREMIUM artikel op WaterForum lezen. Benieuwd wat dat verder inhoudt? U vindt hier onze uitleg: Uitleg WaterForum online PREMIUM artikelen.

EurEau formuleerde een standpunt over het lozen van industrieel afvalwater als input voor de op handen zijnde herziening van de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater. De Europese wetgeving hapert volgens de federatie. Zo zijn voor 50.000 grote Europese installaties specifieke emissiewaarden opgelegd voor het lozen van afvalwater, maar vallen zij daardoor niet onder de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater. Dit creëert volgens EurEau een ongelijk speelveld met kleinere installaties die er wél onder vallen. De federatie van drinkwaterbedrijven en waterbeheerders beveelt daarom enkele verbeteringen aan en stelt onder meer voor om artikel 11 aan te passen, zodat ook rioolbeheerders structureel worden betrokken bij lozingen van gevaarlijke stoffen op de riolering. EurEau pleit bovendien voor een systeem dat de (milieu)veiligheid garandeert van stoffen die uit industrieel afvalwater worden gewonnen voor hergebruik.

Industrieel effluent

Brussel heeft de ambitie geuit om een aantal tekortkomingen in de vigerende Europese wetgeving te herstellen in de nieuwe Richtlijn stedelijk afvalwater. Volgens EurEau hoort daarbij ook het lozen van industrieel effluent in rioleringen. Daaraan kleven immers risico’s voor mens en milieu. Zo kan industrieel effluent gevaarlijke stoffen bevatten, die de werking van een rwzi kunnen verstoren. Bovendien kan het effluent stoffen bevatten die niet goed verwijderd worden in het rioolwaterzuiveringsproces, waardoor deze in het oppervlaktewater terechtkomen. Ook kunnen deze gevaarlijke stoffen via overstortwerking terechtkomen in het milieu. Dat maakt ook van de rioolbeheerders een betrokken partij, stelt EurEau.

Vergunningen met voorwaarden

Volgens de Europese federatie van drinkwaterbedrijven en waterbeheerders zijn de maatregelen die nu van kracht zijn om de geschetste gevaren te beheersen, niet overal even succesvol. Zo moeten industriële bedrijven volgens artikel 11 van de Richtlijn stedelijk afvalwater een toelating en vergunning voor het lozen van hun effluent in de riolering verkrijgen via de bevoegde instanties. Aan deze vergunningen zijn bepaalde voorwaarden gekoppeld, zoals emissienormen waaraan het effluent moet voldoen voordat het wordt geloosd in de riolering. In bepaalde gevallen is daardoor een voorbehandeling van het effluent nodig. Daarnaast komen de extra kosten voor bijkomende monitoring en behandeling vaak ten laste van de exploitant van de waterzuiveringsinstallatie. In praktijk worden ze dus doorgerekend naar de belastingbetaler. Dit is volgens EurEau strijdig met het principe dat de vervuiler betaalt. En tot slot zijn voor 50.000 grote Europese installaties specifieke emissiewaarden opgelegd voor het lozen van hun afvalwater in de riolering. Daardoor vallen zij niet onder de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater, waar de kleinere installaties wél onder vallen. Een ongelijk speelveld, vindt EurEau.

Aanbevelingen

EurEau doet een aantal aanbevelingen om de Europese richtlijn te verbeteren. Zo stelt de Europese koepelorganisatie onder andere voor om artikel 11 aan te passen. Naast de operatoren van rioolwaterzuiveringsinstallaties worden ook de rioolbeheerders best structureel geïnformeerd en betrokken bij de eventuele lozingen van gevaarlijke stoffen op hun stelsel. Aanvullend pleit EurEau voor volledige transparantie waarbij de industrie alle informatie over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in het effluent en hun mogelijke impact moet doorspelen naar de operatoren. Dit maakt het mogelijk om een betere controle uit te oefenen en vervuiling meteen aan te pakken bij de bron. Ook zouden extra kosten voor de rwzi-exploitanten en rioolbeheerders door het lozen van industrieel effluent op de riolering, via een economische overeenkomst moeten verhaald worden op het lozende bedrijf.

Bij voorkeur niet meer lozen op riool

De grote industriële awzi’s zouden volgens EurEau ook moeten voldoen aan de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater en zouden bij voorkeur zelfs niet meer mogen lozen op de riolering. Verder beveelt EurEau aan om een systeem te hanteren dat de milieuveiligheid garandeert van stoffen die uit industrieel afvalwater gewonnen worden voor hergebruik. En tot slot pleit EurEau ervoor om nog meer in te zetten op innovatie om incidenten en inbreuken op de vergunning sneller te kunnen vaststellen. De exploitant van de waterzuiveringsinstallatie, de rioolbeheerder, milieutoezichthouder en nooddiensten moeten meteen ingelicht worden bij dergelijke calamiteiten. In geval van een incident in beschermd drinkwatergebied moet ook de drinkwatermaatschappij op de hoogte gebracht worden. Volgens EurEau is de Europese Richtlijn milieuaansprakelijkheid die in dit geval van toepassing is, niet altijd even effectief. Aanvullend zouden ook watergebruikers altijd volledige toegang moeten krijgen tot relevante informatie voor hun afnamegebied.

Eerste voorstel Brussel

Alle stakeholders krijgen van Europa tot midden 2022 de tijd om voorstellen voor de herziening van de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater in te dienen. Een eerste wetgevend voorstel van de Europese Commissie wordt verwacht tussen juli en september van dit jaar.