Water en bodem sturend
De uitwerking van water-bodem-sturend in de IJssel-Vechtdelta (bron: Land-iD).

Het werken aan een veerkrachtig water- en bodemsysteem is complex en kan pijnlijke keuzes vergen. Maar door terug te grijpen op de talenten van het gebied en de ondergrond, ontstaan ook kansen om samen aan een hoopvol toekomstperspectief te bouwen. Dat is volgens het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) de opbrengst van een aantal regiobijeenkomsten met water- en RO-professionals en bestuurders.

Vier regio’s – Kennisregio aan Zee, Fryslân, Regio IJssel-Vechtdelta en Groene Metropool Arnhem-Nijmegen – gingen in de eerste helft van 2024 aan de slag met de vraag ‘Water en bodem sturend, hoe dan?’ Dat heeft volgens het CRa tien waardevolle lessen opgeleverd. Het College heeft die gebundeld in het document ‘Water en bodem als basis’.

Oer-Hollandse aanpak

Wat volgens het CRa doorklonk in de regiobijeenkomsten, is dat er meer mogelijk is dan gedacht. Het is een complexe opgave en er moeten soms pijnlijke keuzes worden gemaakt, maar er ontstaan ook kansen om samen te bouwen aan een toekomstperspectief: een veiliger, aantrekkelijker en economisch krachtiger Nederland. “Werken met water en bodem in de hoofdrol is eigenlijk een oer-Hollandse aanpak”, stelt het CRa. “Een aanpak die voortbouwt op onze traditie van de grote wateringrepen, maar dan met het gereedschap van deze tijd.”

Vier verschillende regio’s

De vier regio’s die met de onderzoeksvraag aan de slag zijn gegaan, zijn niet toevallig gekozen. Zo heeft de Kennisregio aan Zee een kwetsbaar water- en bodemsysteem en een forse verstedelijkingsopgave. Hoe kan deze regio omgaan met extreme neerslag, droogte en verzilting, terwijl het boezemsysteem overbelast is en water vasthouden lastig blijkt in verstedelijkte gebieden? En het Friese veenweidegebied kampt met bodemdaling door veenoxidatie, wat leidt tot funderingsschade, verzilting, verdroging en hoge beheerkosten. Met grote gevolgen voor de aangrenzende zand- en kleilandschappen. De uitdaging is hier om het veen te behouden met een waterverzadigde bodem, wat een grote omschakeling vraagt in landgebruik.

De IJssel-Vechtdelta staat voor de uitdaging om woningbouw, infrastructuur en landbouw te combineren met waterveiligheid en klimaatadaptatie. Het water- en bodemsysteem vereist hier meer ruimte voor het vasthouden van water, terwijl bodemdaling en stijgende waterniveaus verdere complicaties veroorzaken. En de Groene Metropool Arnhem-Nijmegen ten slotte vormt de ‘hoofdkraan’ van de Nederlandse waterverdeling. Deze regio kampt met lage grond- en rivierwaterstanden, afgewisseld met gevaarlijk hoge waterstanden. Tegelijkertijd staat de regio onder druk door woningbouw, mobiliteit en economische ontwikkeling, waardoor het maken van samenhangende systeemkeuzes cruciaal is.

Tien lessen

De lessen die de regiobijeenkomsten hebben opgeleverd, zijn door het CRa gerubriceerd:
1. Denken vanuit water en bodem geeft een aantrekkelijk toekomstperspectief
2. Soms is een pijnlijke keuze beter dan doorgaan op dezelfde voet
3. Verder kijken dan de technische maatregelen
4. Ademruimte behouden en creëren
5. Nu bijsturen bespaart uiteindelijk kosten
6. Samen over grenzen heen kijken
7. Starten met een gedeelde kennisbasis
8. Schaalniveaus verbinden, vanuit de regionale bril
9. Het instrumentarium verfijnen
10. Kleine stappen helpen ook

Toekomstperspectief

Door steeds vanuit de ondergrond, het boezemsysteem en de gebouwde omgeving te redeneren (les 1), ontstaan aantrekkelijke vergezichten. Die eerste les kwam met name naar voren uit de sessies van de Kennisregio aan Zee. Daar ontstonden enkele ontwerpen om concreet invulling te geven aan ‘water en bodem sturend’ in stedelijk gebied. Zoals een aantrekkelijk wijkpark als waterbatterij, superwadi’s of nieuwe compacte gebouwtypologieën. Of een groene campus, als onderdeel van een landschapspark waar polders en bodem een onderdeel van zijn.

Pijnlijke keuzes

De pijnlijke keuzes (les 2) kwamen vooral bovendrijven bij de regiosessies in het veenweidegebied in Fryslân. Blijven pompen en ontwateren veroorzaakt in heel Fryslân verdroging, verzilting en bodemdaling. Dat heeft gevolgen voor de landbouw in de hele provincie en daarbuiten, en ook voor de woningen van mensen (funderingsproblematiek). De situatie zal om steeds meer aanpassingen en investeringen in het boezemsysteem vragen en de effecten zullen steeds verder reiken, tot ver buiten het veengebied. Maatregelen zoals een verhoogd peil, hebben voor een deel van de inwoners of ondernemers pijnlijke gevolgen. Maar geen actie ondernemen en doorgaan op de huidige weg heeft ingrijpende gevolgen voor de lange termijn en voor het hele gebied. Een forse omschakeling van het diepe veen, zo’n 20 procent van het totale Friese landbouwgebied, is nodig om daarmee Fryslân als geheel weerbaarder te maken. De deelnemers aan deze regiosessies stelden vast dat de keuzes dus niet te lang moeten worden uitgesteld en dat ze als gebied een aantrekkelijk toekomstperspectief moeten formuleren met de groepen waar de pijnlijke gevolgen terechtkomen.

Verder kijken

‘Water en bodem sturend’ wordt vaak als een technische opgave benaderd. Maar door verder te denken dan de technische maatregelen (les 3), kan de impact concreter worden gemaakt. Dat kan door water-bodem-sturend te koppelen aan het gezonder en mooier maken van de leefomgeving. Zoals in de regio IJssel-Vechtdelta. Hier hebben de vier gemeenten, het waterschap en Deltares de wisselwerking tussen de gebieden en het watersysteem in beeld gebracht. Door gebruik te maken van de talenten die de gebieden van nature hebben (bijvoorbeeld water vasthouden), kan het hele systeem veerkrachtiger worden.

Samenwerking

Samenwerking over (bestuurlijke) grenzen is nodig voor visie, samenhang en solidariteit. Maar dit kan beter: gemeenten kunnen meer over hun grenzen heen kijken, waterschappen kunnen pro-actiever en assertiever worden – groeien van wateringenieur naar ruimtelijk waterplanoloog – en de provincie kan als regisseur keuzes afdwingen (les 6). Bovendien kan het Rijk vaker aansluiten en vanuit zijn eigen rol meedenken aan de gebiedsopgaven. In de regio Groene Metropool Arnhem-Nijmegen bestaat al zo’n samenwerkingsverband waarop kon worden voortgebouwd tijdens de regiosessie. In de regio Zwolle-Kampen-Dalfsen- Zwartewaterland is het regionale overleg van de IJssel-Vechtdelta een nieuw leven ingeblazen. De vier gemeenten, de provincie Overijssel en het waterschap gaan intensiever en gebiedsgericht samenwerken.

Praktijkgids

De bijeenkomsten in de vier regio’s bouwen voort op de Praktijkgids Water en bodem sturend, die het CRa een jaar eerder heeft uitgebracht. Daarin staan zes stappen om in projecten, programma’s en bij beleidsontwikkeling te werken vanuit het principe water-bodem-sturend: 1. Analyseer de ondergrond; 2. Kijk ver vooruit en naar het grote geheel; 3. Breng kantelpunten in beeld; 4. Betrek alle gebiedskenmerken en -plannen; 5. Verken de toekomst met scenario’s en inrichtingsvarianten; 6. Maak een ontwikkelstrategie. De sleutel is volgens het CRa een samenhangende, ontwerpende aanpak met een cyclisch proces van onderzoek, gesprek en ontwerp, samen met de betrokkenen in een gebied. Zo verkennen partijen gezamenlijk de complexe opgaven en ontwikkelen zij een gedragen toekomstperspectief. Precies dat is in de verschillende regiosessies gebeurd.