
De huidige technische aanpak kan Nederland blijven beschermen tot aan drie meter zeespiegelstijging. Dit blijkt uit een tussenbalans van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging: een reactie op de in oktober verschenen nieuwe KNMI ‘23-klimaatscenario’s. In het slechtste scenario bereikt de Noordzee die stijging iets na 2100, in het gunstigste scenario pas in 2300. De beschikbaarheid van zoetwater om verzilting tegen te gaan, komt al eerder onder druk.
Uit de Tussenbalans Kennisprogramma Zeespiegelstijging blijkt dat Nederland met de huidige aanpak van zandsuppleties, dijkversterkingen en het vasthouden van zoetwater beschermd blijft, zelfs als de Noordzee drie meter stijgt. In het slechtste geval als het niet lukt de huidige CO2-uitstoot te verminderen en Antarctica versneld gaat smelten zou dat op zijn vroegst over 70 jaar het geval kunnen zijn.
Eindrapport in 2026
In 2026 verschijnt het eindrapport van het kennisprogramma. Dan maken de auteurs de balans op van de wetenschappelijke kennis en de bijhorende onzekerheden. Die kennis gaat mee in de eerstvolgende herijking van het Deltaprogramma.
Fors meer zand nodig
Uit onderliggend verkenningen blijkt dat het instandhouden van de huidige basiskustlijn mogelijk blijft tot drie meter zeespiegelstijging. Voor deze zandige strategie zal dan tussen 2,5 en 4 keer meer zand nodig zijn.
De grote onzekerheden zitten bij de Waddenzee en de Zeeuwse Delta. Daar is meer onderzoek nodig voor de toekomstige zandvraag .
Extra wingebieden
De extra wingebieden moeten nog worden aangewezen en vragen om een goede afstemming met de andere activiteiten langs de kust. In de tussenbalans wijzen de Deltacommissaris en het ministerie van IenW er wel op dat buitendijkse gebieden vaker, en soms permanent onder water zullen komen te staan.
Ruimte voor bredere dijken
Tot 2050 loopt het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Aannemers zullen veel dijkvakken versterken om te voldoen aan de risiconormering. Hierbij gaat het niet alleen om de hoogte maar ook om de faalkans.
Uit de onderliggende studies van de Tussenbalans blijkt dat ook de huidige dijkstrategie houdbaar is bij een zeespiegelstijging van drie meter. Er moet dan wel rekening worden gehouden met hogere en dus 10 tot 90 meter bredere dijken. Lokaal kan dit zelfs tot 150 meter oplopen. Die ruimte moet dan wel vrij worden gehouden.
In de Tussenbalans wordt de aanbeveling gedaan dat zodra er zicht komt op een snelle zeespiegelstijging, dat mee te nemen in de versterkingsprojecten van het HWBP waarbij de dijken extra robuust kunnen worden gemaakt. Ook daar zal meer zand en klei voor nodig zijn.
Oprukkend zout water
De beschikbaarheid van zoetwater gaat al eerder knellen. Bij een zeespiegelstijging van twee meter ontstaat er al een tekort. Rijkswaterstaat kan dan de zoutindringing, bijvoorbeeld op de Nieuwe Waterweg, het Noordzeekanaal en de Afsluitdijk in droge zomers onvoldoende tegengaan. Afhankelijk van de afvoer van de Rijn en Maas kan verzilting optreden en de drinkwatervoorziening in gevaar brengen voor drinkwaterbedrijven die gebruik maken van oppervlaktewater.
Vasthouden zoetwater
Ook de industrie, land- en tuinbouw in de Randstad en Friesland krijgen dan te maken met hogere zoutgehalten in het water dat ze innemen. Maatregelen die mogelijk eerder aan de orde komen zijn, het slimmer vasthouden van zoet rivierwater bij sluizen en stuwen. Ook het inrichten van grotere zoetwaterbekkens, hoort tot de opties.
Nog hogere zeespiegelstijging
Voor de langere termijn moet Nederland blijven nadenken over de waterveiligheid bij nog hogere zeespiegelstijgingen. Denkbare maatregel zijn robuuster bouwen met andere soorten funderingen, flexibelere nieuwbouw met een kortere levensduur, bouwen met demontabele onderdelen.
Begin volgend jaar wordt de uitwerking verwacht van de consortia van de vier mogelijk toekomstscenario’s: (1) beschermen gesloten, (2) beschermen open, (3) zeewaarts en (4) meebewegen.









