Drinkwaterbedrijven
Foto: Drinkwaterplatform

Het lukt Nederlandse drinkwaterbedrijven niet voldoende om meer drinkwater te winnen. Daardoor ontstaan tekorten, met name in perioden van droogte. Vijf van de tien bedrijven komen dan in de problemen. De vijf beschikken over minder ‘operationele reserve’ dan de 10 procent die geldt als een minimale norm. Dat blijkt uit een onderzoek van NRC.

De tekorten zijn soms acuut, schrijft NRC, maar betreffen ook de langere termijn, als ook vraag naar drinkwater stijgt door een groeiende bevolking, economische groei en meer individueel gebruik. Waterbedrijf Groningen zit op 0 tot 2 procent van deze strategische reserve. Het Zuid-Hollandse Dunea koerst volgens een woordvoerder langzaam maar zeker af op 0 procent operationele reserve en het Noord-Hollandse PWN stevent de komende jaren af op een operationele reserve van 5 procent. Vitens kampt met een operationele reserve van ruim 6 procent en Brabant Water haalt de reserve van 10 procent nét. Maar het Brabantse drinkwaterbedrijf noemt de situatie in Midden-Brabant ‘nijpend’ en in West-Brabant is de veiligheidsmarge ‘duidelijk niet meer aanwezig’.

De andere vijf

De andere vijf drinkwaterbedrijven halen de marge nog wel, volgens het artikel in NRC. WML in Limburg heeft ruim 10 procent reserve en Oasen werkt in het Groene Hart met een reserve van 20 procent. Ook het Zeeuwse en Zuid-Hollandse Evides zegt voorbereid te zijn op voorziene groei en extra watervraag, maar maakt zich wel zorgen over een mogelijk drinkwatertekort na 2030 in Midden-Zeeland. Het Drentse WMD heeft nu nog voldoende reserves, maar schat in vanaf 2027 onder de 10 procent operationele reserve terecht te komen. Het Amsterdamse Waternet heeft volgens een woordvoerder niet te maken met tekorten.

Experimenten

Waterbesparende maatregelen zijn hard nodig, nu het dreigend tekort aan drinkwater steeds nijpender wordt. De Nederlandse waterbedrijven hebben onvoldoende capaciteit om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag naar drinkwater, veroorzaakt door een groeiende bevolking maar ook door stijgend gebruik door huishoudens en bedrijven. NRC bezocht voor het artikel onder meer Silvolde, bij Doetinchem. Daar loopt een van de tien Vitens-experimenten om de vraag naar drinkwater te dempen. Door grijswater en regenwater beschikbaar te maken voor een deel van het watergebruik in woningen – bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet en het gebruik van de wasmachine – hoopt Vitens uiteindelijk 30 tot 40 procent te besparen op het drinkwaterverbruik van bewoners. In Silvolde blijft het gemiddelde dagelijkse verbruik van water jaarlijks 120 tot 130 liter per persoon. Maar het aandeel nieuw geproduceerd drinkwater neemt af, volgens Vitens.