Het winnen van zand uit diepe plassen is te veel gericht op het economisch verdienmodel en te weinig op ecologie. Deze boodschap herhaalde Wim Kuijken nogmaals op 14 oktober tijdens een technische briefing aan Tweede Kamerleden van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat over de storting van granuliet in verschillende plassen. Kuijken voerde hierover onafhankelijk onderzoek uit op verzoek van staatssecretaris Van Veldhoven van I&W.

Kuijken verwees meerdere malen naar het onderzoek dat hij eerder over de stortingen publiceerde. Verschillende Kamerleden vroegen zich af hoe het toch kan dat granuliet juridisch als grond wordt bestempeld, terwijl er volgens biologen nog geen plantje in kan groeien.

Dat komt volgens Kuijken omdat er in het besluit Bodemkwaliteit een hele belangrijke rol is weggelegd voor de private sector en de zelfregulering daarvan. De commissie van deskundigen, certificerende instellingen, toetsing- en harmonisatiecommissies bepalen hierin welk materiaal als grond wordt bestempeld.

Onafhankelijke wetenschappers

“Ik snap dat bodemkundigen zich afvragen hoe dat nu kan”, aldus Kuijken. Daarom beveelt hij aan om onafhankelijke wetenschappers en vertegenwoordigers van de overheid in de commissie van deskundigen op te nemen om zo de verbinding met de publieke regelgeving te maken.

Kamerlid Ziengs van de VVD vroeg Kuijken of er onderzoeken bekend zijn waaruit blijkt dat polyacrylamide – de chemische stof die aan granuliet wordt toegevoegd – gevaarlijk is. Hij zei daarbij dat drinkwaterbedrijven polyacrylamide gebruiken omdat het een bindmiddel is dat zich ook aan vervuiling hecht. Daardoor kunnen drinkwaterbedrijven vervuiling makkelijker uit het water halen.

Voorzorgsprincipe

Kuijken antwoordde dat hij geen rapporten is tegengekomen waaruit blijkt dat de chemische stof gevaarlijk is. Maar over het effect op de lange termijn is volgens hem niets bekend. Uit zijn gesprekken met experts, zoals Jos Vink van Deltares en milieuchemicus Joop Harmsen, heeft de voormalig Deltacommissaris opgemaakt dat zij bij hun opvatting over de storting van granuliet uitgaan van het voorzorgsprincipe.

Aan het einde van de briefing deed Kuijken nog een opvallende uitspraak. Hij wees erop dat bij de definiëring in 2008 wellicht bewust is gekozen voor een ruimere definitie uit het oogpunt van de beoogde circulaire economie en het mogelijk maken van het hergebruik van reststoffen. “Ik denk dat het heel belangrijk is ons te realiseren dat het circulariteit in 2008 een belangrijk aspect was. Het hergebruik van materialen. Ik denk dat de juridische definitie van grond toen zo gekozen is om zoveel mogelijk materiaal daaronder te kunnen laten vallen voor hergebruik.”