Het uitrijden van de klei (foto: Louis Bolk Instituut)

Vier boeren in de Krimpenerwaard kijken eind maart of ze klei uit de Betuwe kunnen toepassen. Doel van de proef is om de veenafbraak te verminderen en bodemdaling te vertragen. Klei in veen maakt veengrond immers robuuster. Ook in Friesland en Utrecht lopen vergelijkbare proeven.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat klei zich hecht aan organische stof. Daardoor is organische stof beter beschermd tegen afbraak. Voor veengrond zou dat kunnen betekenen dat er minder bodemdaling optreedt. Het Louis Bolk Instituut onderzoekt veenverrijking met klei als kansrijke maatregel om bodemdaling in het veenweidegebied tegen te gaan.

Testopstelling

Om het effect van kleine hoeveelheden klei opbrengen op veenweidebodems te onderzoeken is er een onderzoekstraject gestart. Hierbij wordt het effect van klei op veen zowel in het lab als in het veld onderzocht. Onderzoekers bootsen nu in het laboratorium van Universiteit Utrecht in testopstellingen de veenweidebodem na. Hier voegen ze acht verschillende kleisoorten aan toe. Een sensor meet periodiek twee dagen lang elke twee uur hoeveel CO2 er vrijkomt uit veenbodems waar wel en geen klei is toegevoegd.

Labopstelling met kleisoorten bij Universiteit Utrecht (Ifoto: Louis Bolk Instituut).

Effect kleisoorten vergelijken

De uitkomsten worden onderling vergeleken. Het proces van het mengen van het klei met het veen en de hechting van de kleideeltjes aan het organische stof uit het veen is volgens de onderzoekers een langzaam proces. Maar de metingen laten al wél zien dat verschillende kleisoorten verschillende effecten hebben op CO2 emissie/uitstoot. Sommige kleisoorten geven 50 tot 60 procent minder uitstoot. Samen met de effecten in het veld is dit volgens de betrokken partijen voldoende om dit perspectief serieus te nemen.

Primeur in Krimpenerwaard

De Krimpenerwaard had in 2019 de primeur in Nederland. Hier startte een onderzoeks- en ervaringstraject rondom kleitoepassing op veen. In juni 2019 vond op het bedrijf van Marinus de Vries een demodag over deze maatregel. Ook werden de eerste resultaten uit het onderzoek en het veld gepresenteerd. Daarnaast vond kleiloterij plaats, waarin agrarisch ondernemers die ervaring wilden opdoen met kleitoepassing op veen zich konden aanmelden. Daarom krijgen de geïnteresseerde agrariërs elk nu een paar vrachten klei.

Uitdagingen

Op proefpercelen van de veehouderij van De Vries werd een laagje van 1 centimeter aangebracht op het veen, meldt het AD. “Vroeger kwam het regelmatig voor dat een weiland door overstroming onder water kwam te staan en met een klein laagje rivierslib werd bedekt. In polders waar dat regelmatig voorkwam is de bodem van betere kwaliteit en daalt die minder snel. Tegenwoordig hebben we betere dijken, met als gevolg dat het hier pure veengrond is.”
Uitdagingen zitten er nog genoeg aan het project. Hoe breng je de klei op de plaats van bestemming? Frequent transport over tere veenweidewegen is niet wat onderzoekers willen. Ook kijken ze naar de CO2-balans, dus of de uitstoot van het transport van al die klei wel opweegt tegen de voordelen.

Nadelige gevolgen bodemdaling

Dat bodemdaling nadelige gevolgen heeft, is genoegzaam bekend bij overheden, onderzoeksbureaus en maatschappelijke partijen. Er wordt al zeker twintig jaar over gesproken. Ook zijn er vele onderzoeken en adviezen over het onderwerp gepubliceerd en toekomstperspectieven voor de veenweidegebieden ontwikkeld. Daarnaast zijn er diverse pilots zijn opgezet. Desondanks is de daadwerkelijke uitvoering van de aanpak van bodemdaling lange tijd achterwege gebleven, stelde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur vorig jaar in een advies aan de ministers Ollongren van binnenlandse zaken en Schouten van landbouw en natuur.