Het gebruik van de veenweiden zal veranderen als niet langer ‘peil volgt functie’ van toepassing is (foto: Hardscarf/CC).

De ontwatering van Nederlands veenweidegebied moet stoppen. Dat schrijft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in een advies aan de ministers Ollongren van binnenlandse zaken en Schouten van landbouw en natuur. Doorgaan met ontwatering, met aanhoudende bodemdaling en CO2-uitstoot tot gevolg, is volgens de Raad op de lange termijn economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord. Daarom pleit de Raad voor een omslag: van peilverlaging naar peilverhoging.

Dat bodemdaling nadelige gevolgen heeft, is genoegzaam bekend bij overheden, onderzoeksbureaus en maatschappelijke partijen. Er wordt al zeker twintig jaar over gesproken. Vele onderzoeken en adviezen over het onderwerp zijn gepubliceerd. Toekomstperspectieven voor de veenweidegebieden zijn ontwikkeld. Diverse pilots zijn opgezet om te onderzoeken. Desondanks is de daadwerkelijke uitvoering van de aanpak van bodemdaling lange tijd achterwege gebleven, stelt de Raad in het advies. De bodem daalde ondertussen gestaag verder.

Niet op de oude voet verdergaan

De Raad stelt dat doorgaan met deze neergaande spiraal geen begaanbaar pad is:

• omdat ontwatering leidt tot een verminderde natuur- en waterkwaliteit, tot grotere veiligheidsrisico’s en lokaal ook tot verzilting en het ongecontroleerd naar boven komen van grondwater (opbarsting);

• omdat drooggelegd veen relatief veel CO2 uitstoot, terwijl de uitstoot van CO2 volgens het Klimaatakkoord van Parijs en de nationale Klimaatwet de komende dertig jaar juist sterk moet worden beperkt (voor Nederland met 95% ten opzichte van 1990)

• omdat bij ongewijzigd beleid de kosten voor het waterbeheer in veen-weidegebieden steeds hoger worden

Landelijke doelen voor vermindering van bodemdaling

Om bodemdaling tegen te gaan is er volgens de Raad een omslag nodig in het waterbeheer van onze veenweidegebieden: van peilverlaging naar peilverhoging. Om deze omslag te realiseren moet de rijksoverheid hier gericht op sturen. Dat gebeurt nu onvoldoende. De Raad adviseert om 50% bodemdalingsreductie wettelijk verplicht te stellen in 2030, en om voor 2050 een streefdoel van 70% bodemdalingsreductie vast te leggen. Deze doelen vloeien rechtstreeks voort uit de verplichtingen in de Klimaatwet. Ook moet het Rijk investeren in een solide kennisbasis en een meetnetwerk voor bodemdaling in veenweidegebieden.

Gebiedsgerichte uitvoering

De Raad pleit als het gaat om de uitvoering van het bodemdalingsbeleid voor een regionale gebiedsgerichte aanpak. Provincies moeten in overleg met belanghebbende partijen met behulp van zoneringskaarten aangeven waar en hoever de waterpeilen moeten verhoogd, met een prioritering van gebieden. De daadwerkelijke uitvoering kan het beste plaatsvinden in die gebieden zelf. Daarom stelt de raad voor om regionale uitvoeringstafels in te stellen. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij bestaande samenwerkingsinitiatieven. Bij die uitvoering spelen de waterschappen een belangrijke rol.

Overheidssteun voor boeren

Voor de boeren in de veenweidegebieden kan de stijging van het grondwaterpeil ingrijpende gevolgen hebben: die leidt immers tot ‘vernatting’ van hun percelen. Meestal zullen zij hun bedrijfsvoering daarop moeten aanpassen, bijvoorbeeld door extensivering daarvan, met minder vee per hectare en/of andere teelten. Zij moeten daarbij door de overheid worden ondersteund, financieel en met kennis, vindt de Raad.