Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (foto: Arenda Oomen).

Staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat in een brief aan de Tweede Kamer bezorgd te zijn over de geringe aandacht van bedrijven en bevoegd gezag voor de uitstoot van de 76 zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in het milieu.

Van Veldhoven reageert met de brief op een rapportage van de Inspectie Leefomgeving voor Transport (ILT) over de gebruikmaking van de (tijdelijke) uitzondering voor bedrijven op de geldende emissie-eisen voor 76 zeer zorgwekkende stoffen. Bij de start van het Activiteitenbesluit op januari 2016 is voor emissies naar het milieu het ZZS-beleid met strengere emissie-eisen en minimalisatieplicht voor ZZS ingevoerd. De overheid identificeerde toen voor het eerst een groep van 76 stoffen als ZZS. Om de industrie in de gelegenheid te stellen onderzoek te doen om het productieproces aan te passen, of andere maatregelen te treffen om emissies naar het milieu terug te dringen, is voor deze groep ZZS een overgangsperiode tot 1 januari 2025 afgesproken. Hierdoor gelden tot deze tijd minder strenge emissiewaarden. Voor deze stoffen geldt echter wel dat bedrijven continu streven naar het verminderen van de emissie (minimalisatieverplichting). Hoewel de ILT geen volledig beeld heeft, bestaat volgens de organisatie het risico dat bedrijven die ZZS uitstoten, niet voldoen aan de verplichting om de emissies van deze stoffen te minimaliseren.

Vergunningaanvragen
De ILT bekeek de afgelopen twee jaar vier vergunningaanvragen van bedrijven die een of meer van de 76 ZZS-stoffen uitstoten. Hierbij gaat het om ZZS-stoffen die tot 2025 uitgezonderd zijn van de strenge emissie-eisen. Bij drie van deze vergunningaanvragen heeft de ILT geconstateerd dat bedrijven en/of bevoegd gezagen geen maximale aandacht hadden voor het inperken van emissies van deze ZZS. Bij twee vergunningaanvragen hadden de bedrijven niet de intentie om te voldoen aan hun minimalisatieplicht. Bij het ene bedrijf ging het bijvoorbeeld om de toxische zware metalen lood en cadmium, bij het andere om het kankerverwekkende nikkeloxide. Een van deze bedrijven verwees specifiek naar de uitzonderingstermijn in het Activiteitenbesluit als legitimatie om nog geen actie te ondernemen. Bij de derde casus bleek zelfs dat zowel door het bedrijf als door bevoegd gezag niet opgemerkt werd dat er sprake was van ZZS. Het ging in dit geval om een stof die schadelijk is voor het ongeboren kind.

Bezorgd
Van Veldhoven schrijft in de brief dat ze de zorg deelt dat voor de 76 ZZS onvoldoende aandacht bestaat bij bedrijven en bevoegd gezag. Hierdoor kunnen mogelijk onnodig ruime emissiegrenswaarden worden toegepast. De overgangstermijn tot 2025 voor deze stoffen is volgens haar zo niet bedoeld. Het is geen standstill-periode, maar een periode waarin door middel van de minimalisatieplicht de emissies stap voor stap beperkt worden. Bedrijven voldoen zo makkelijker aan de in 2025 toepasselijke emissie-eisen.
Van Veldhoven deelt de ILT-rapportage met alle bevoegde gezagen, zodat ze adequate maatregelen kunnen nemen. Daarnaast is met de provincies afgesproken de emissies van ZZS versterkt aan te pakken. Dat heeft onder meer geresulteerd in de landelijke uitvraag van bevoegde gezagen naar de vergunde en daadwerkelijke emissies van ZZS. Het minimaliseren van de emissies van deze groep van 76 ZZS sluit daar volgens de staatssecretaris goed bij aan. Bevoegde gezagen kunnen vervolgens met bedrijven afspraken vastleggen over invulling van de wettelijke minimalisatieplicht. Van Veldhoven vraagt de ILT in 2021 opnieuw te rapporteren over de voortgang met betrekking tot de minimalisatie van de emissie van deze stoffen.

Lees hier de Kamerbrief