Slim waterbeheer hield zoetwaterbuffer op Hollandsche IJssel in stand

De stuw bij Hagestein (foto Rijkswaterstaat).

Nog een keer zette Rijkswaterstaat op 13 september de stuw op de Lek bij Hagestein op een klein kiertje. Doel was om met een kleine afvoer van Rijnwater, de zoutprop op de Lek tegen te kunnen gaan. Vanwege springtij op de Noordzee was de zoutprop ver opgerukt. Hierdoor dreigde verzilting van de Hollandsche IJssel. Door slim gebruik te maken van de kier kon Rijkswaterstaat de hele zomer op de Hollandsche IJssel een zoetwaterbuffer in stand houden. De waterschappen in de Randstad maakten er dankbaar gebruik van. 

Begin augustus zakte de afvoer van de Rijn naar een historisch minimum van 689 m3/s. Pas recentelijk steeg de afvoer naar boven de 1.000 m/3. Maar het zal nog even duren voordat de maatgevende afvoer voor deze tijd van het jaar, 1.500 m3/s, weer is bereikt.

Twee maanden lang heeft Rijkswaterstaat alle middelen ingezet om de Rijntakken zoveel mogelijk bevaarbaar te houden en het opdringende zoute water vanuit zee tegen te houden. Dat lukte dit jaar veel beter dan in de droge zomer van 2018.

In het geval van de Hollandsche IJssel speelden daar volgens Pieter Beeldman van Rijkswaterstaat West-Nederland- Zuid twee factoren een grote rol: “We konden nu de zoutconcentraties veel beter monitoren en de waterschappen zijn heel gedisciplineerd geweest met de inname van zoetwater uit de Hollandsche IJssel bij Gouda”.

Zoutprop

Beeldman is vanuit Rijkswaterstaat West-Nederland-Zuid nauw betrokken geweest bij de beheersing van de zoutprop op de Lek en op de Hollandsche IJssel. “Als de Rijn weinig water afvoert dan krijgt het zoute zeewater op de Nieuwe Waterweg minder tegendruk en kan het tot op de Hollandsche IJssel en de Lek doordringen.

Veel zoutwater op de Hollandsche IJssel is een probleem voor de waterschappen in de Randstad. Die nemen daar zoetwater in uit de Hollandsche IJssel om daarmee hun polder te spoelen en brak kwelwater af te kunnen voeren”, legt Beeldman uit. “Samen met de waterschappen zijn we er deze zomer in geslaagd om een deel van de Hollandsche IJssel zoet te houden. Het grote voordeel hiervan was dat waterschappen in de Randstad de beschikking hielden over een derde zoetwaterbron”.

Slimme inzet

Bij de instandhouding van die zoetwaterbuffer op de Hollandsche IJssel, speelde de stuw Hagestein op de Lek een grote rol. “Door die stuw op een kier te zetten, konden we de zoutprop iets terugdringen waardoor de Hollandsche IJssel minder verzilte. Dat is heel goed gelukt, vooral ook omdat de waterschappen minder water uit de Hollandsche IJssel innamen. Daardoor zogen ze de zoutprop minder aan”, aldus Beeldman.

De slimmigheid zit erin dat Rijkswaterstaat de kier zo klein mogelijk wil houden en de stuw zoveel mogelijk dichthoudt om zo weinig mogelijk Rijnwater te verliezen. Bovenstrooms op de Lek is veel water nodig om de verzilting van het IJsselmeer en het Amsterdam-Rijnkanaal te bestrijden. Hierdoor blijft er nog maar heel weinig zoetwater over voor het bestrijden van de verzilting van West-Nederland. Dat maakt de uitdaging des te groter.

Twee kanten

“Bovenstrooms konden we de Hollandsche IJssel zoet houden met aanvoer van zoetwater uit het Amsterdam-Rijnkanaal. Benedenstrooms hielden we de zoutwater toevoer minimaal door de stuw Hagestein soms op een kleine kier te zetten. Zo werkten we van twee kanten aan een stootkussen om na Lekkerkerk het water zoet te kunnen houden. De waterschappen konden dat zoetwater prima gebruiken voor het doorspoelen van hun polders zolang ze maar niet meer onttrokken dan uit het Amsterdam-Rijnkanaal werd aangevoerd”, legt Beeldman uit.

Dit voorbeeld van slim waterbeheer laat zien dat Rijkswaterstaat de droogtebestrijding steeds beter in de vingers heeft gekregen. De samenwerking met de regionale waterbeheerders verloopt beter. Daarnaast zijn er nu meer meetpunten van de zoutconcentraties.

“Op de Lek en op de Hollandsche IJssel zijn het aantal meetpunten verdubbeld”, vervolgt Beeldman. “Hierdoor kunnen we precies zien wanneer en hoelang we de stuw bij Hagestein het beste op een kier kunnen zetten. Zonder daarbij veel Rijnwater kwijt te raken. Dit jaar hebben we ook kunnen kijken naar de menging van de zoutprop. Op de Nieuwe Waterweg zijn het nog diepliggende lagen met verschillende concentraties maar na Rotterdam gaat het water zich mengen en ontstaat er een homogene zoutconcentratie. We vermoedden dat al, maar door de extra monitoring konden we dat nu ook zien.”

Springtij

Hoever de zoutprop de Hollandsche IJssel binnendringt, is heel erg afhankelijk van het waterpeil bij Hoek van Holland. “Springtij en sterke westenwind bij Hoek van Holland zijn heel maatgevend voor het waterpeil in ons gebied. Vorige week werd nog zo’n hoog waterpeil verwacht. Naast springtij werd ook een harde westenwind voorspeld. Die bleef echter achterwege en daarom hebben we stuw Hagestein maar een heel kort moment open hoeven te zetten”, aldus Beeldman. De strijd tegen de verzilting lijkt in West-Nederland nu gestreden. “De Rijnafvoer is alweer behoorlijk toegenomen en geeft meer tegen druk aan de zoutprop op de Nieuwe Waterweg. Maar we zitten pas echt goed als de afvoer boven de 1500 m3/s komt. En dat kan volgens de voorspelling nog wel even duren. Intussen blijven wij gewoon paraat. Springtij is er iedere twee weken maar nu we later in het jaar komen, verwachten we meer harde westenwind. Bij deze lage Rijnafvoer moeten we op de Lek bij stuw Hagestein nog wel even alert zijn.”