Bij de overgang van zoet naar zout bij de monding van het Haringvliet is de soortenrijkdom groot. Op 8 mei organiseert de Stichting Ravon een inventarisatie van de verschillende soorten vis aan de zeezijde. (foto: Rijkswaterstaat).

Rijkswaterstaat heeft sinds vorige week de Haringvlietsluizen enkele keren een kwartier opengezet om de bediensystemen te testen en de eerste beperkte zoutverspreidingstesten uit te voeren. Deze korte testen waren mogelijk doordat de rivierafvoer in de Rijn is gestegen door regenval. Als de rivierafvoer nog meer stijgt kunnen de eerste echte onderzoeken voor het Kierbesluit beginnen. Dat zal na de jaarwisseling zijn.

De testopeningen zijn onderdeel van een proef naar visvriendelijk spuisluisbeheer. Vissen kunnen daardoor makkelijker het Haringvliet op. Door deze testopeningen kunnen ook de operators voor het eerst sinds het Kierbesluit in de praktijk aan de slag.
In de huidige situatie gaan de Haringvlietsluizen dicht als het zeewater boven het peil van het Haringvliet staat. Met visvriendelijk sluisbeheer blijft een schuif na het spuien (het lozen van water door een spuisluis), bij nagenoeg gelijke waterstanden op zee en het Haringvliet, circa 15 minuten langer open staan. Vissen die door het spuien worden gelokt, kunnen in normale omstandigheden niet naar binnen vanwege de sterke stroming. Tijdens deze 15 minuten is er een lichte stroming richting het Haringvliet, waarmee vissen naar binnen kunnen. Rijkswaterstaat onderzoekt of het zout dat hiermee naar binnen komt, tijdens de volgende spuiperiode en via de zoutriolen (een soort drainagesysteem) afgevoerd kan worden. De bedoeling is dat deze proef zoutneutraal uitgevoerd kan worden. Als na een aantal proeven blijkt dat dit goed en veilig werkt, dan wordt dit op termijn het sluisbeheer in tijden van lage rivierafvoer.

Lees hier het nieuwsbericht