zeekatten
De sepia officinalis, ofwel de gewone zeekat (foto: Bas Kers/CC).

Om sepia’s (of zeekatten) te helpen bij de voortplanting, liet Rijkswaterstaat wilgentenen in de bodem van de Oosterschelde planten. Daarin kan deze inktvissoort haar eitjes afzetten. Jaarlijks trekken de sepia’s van de Noordzee naar de Oosterschelde om te paren. Ze doen dat vanaf half april, als het Oosterscheldewater opgewarmd is tot ongeveer 12 graden Celsius.

Duikers plaatsten begin april ongeveer honderd wilgentenen in de bodem, op ongeveer 10 m diepte. Daarop kunnen de sepia’s hun eitjes kwijt. De wilgentenen zijn beschikbaar gesteld door Boskalis. Met het plaatsen van wilgentenen voorkomen de duikers dat zeekatten hun eitjes afzetten op visfuiken. Met het ophalen van de visfuiken worden immers de eitjes vernietigd.

Een jaar later vanwege corona
Oorspronkelijk was het de bedoeling de wilgentenen in 2020 te planten, maar corona gooide roet in het eten. Dit voorjaar kon de plaatsing wel doorgaan. Begin april doken daarom de duikers van duikvereniging Scaldis uit Zierikzee bij de Zeelandbrug en duikplaats Zoetersbout bij Bruinisse het water in om de wilgentenen op de bodem te planten, in de vorm van een wigwam. Op de gekozen locaties komen sepia’s veel voor. Duikers weten dat en komen daar in mei en juni uit het hele land naartoe om het paaien te bekijken.

Breukstenen
De samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de duikers gaat verder dan het plaatsen van de wilgentenen voor zeekatten. In samenwerking met de duikers plaatste Boskalis ook zes grote breukstenen bij Wemeldinge. Deze grote stenen zijn verdeeld over drie locaties.

Onderwaterleven onder druk door werkzaamheden
De Nederlandse Onderwaterbond (NOB) is blij met de aandacht van Rijkswaterstaat voor de onderwaternatuur en de invulling daarvan door Boskalis. Desmond van Santen van de NOB: “De werkzaamheden in de Oosterschelde zijn natuurlijk nodig om onze veiligheid te waarborgen. Maar door het werk gaat de onderwaternatuur op zo’n plek tijdelijk verloren. We zijn daarom ook blij met de riffen van breuksteen, waardoor de onderwaternatuur sneller kan herstellen en grotendeels kan terugkomen in de variatie zoals deze was.” Hij hoopt dat dat ook bij toekomstige projecten gebeurt, maar is bezorgd: “Het is niet vanzelfsprekend dat bij een volgende vooroeverversterking er opnieuw structuren van breuksteen worden geplaatst.”