Rijkswaterstaat en waterschappen gestopt met aanvoer IJsselmeerwater naar West-Nederland

De aanvoer van zoet water uit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek naar West-Nederland via de kleinschalige wateraanvoer (KWA)is niet langer nodig. Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden heeft daarom op 28 september gemaal de Aanvoerder uitgezet.

De aanvoer via de kleinschalige waterafvoer is niet langer nodig omdat de watervraag is gedaald. Hoewel er nog altijd zeer beperkt water kan worden ingenomen bij Gouda, kan Rijnland aan de huidige vraag voldoen. Dat is mogelijk omdat het aangrenzende hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zonder inzet van de KWA een hoeveelheid van 3 kubieke meter water per seconde blijft leveren. Bovendien is de verwachting dat er de komende periode geregeld neerslag valt.

Onderdeel stelsel
Het Hoogheemraadschap zette het gemaal de Aanvoerder op 24 juli voor het eerst dit jaar aan. De afgelopen twee maanden pompte het gemaal gemiddeld zo’n 10 kubieke meter water per seconde naar het verzorgingsgebied van Rijnland. Het gemaal is onderdeel van de kleinschalige wateraanvoer: een stelsel van stuwen, watergangen en gemalen dat in tijden van watertekort zoet water aanvoert vanuit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal.

Alternatieve route
Het is een alternatieve route voor de aanvoer van water, als het water bij het innamepunt bij de Hollandse IJssel in Gouda dreigt te verzilten. Dat gebeurt bij een lage waterstand van de Rijn, waardoor water uit de Noordzee bij gebrek aan tegendruk via de Nieuwe Waterweg kan doordringen tot aan het innamepunt bij Gouda.
Door het warme en droge weer was de watervraag zo hoog dat zelfs de extra aanvoer via de KWA van de afgesproken 7 m3 niet voldoende was. Daarom zijn er extra aanvoerroutes ingezet in het gebied van De Stichtse Rijnlanden, waardoor de capaciteit onder optimale omstandigheden incidenteel kon worden verhoogd tot 15 kubieke meter per seconde.

Lees hier het persbericht