Minister Ollongren wil de Omgevingswet op 1 januari 2022 invoeren. (foto: Arenda Oomen).

Er dreigt opnieuw uitstel voor de invoering van de Omgevingswet. De Eerste Kamer vreest dat het project mislukt omdat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog niet op orde is en de kosten uit de hand lopen. De Eerste Kamer is niet bereid om op korte termijn in te stemmen met invoering in januari volgend jaar is te lezen in een artikel in Trouw.

Het parlement moet deze maand akkoord geven om de invoering in januari 2022 mogelijk te maken. De invoering van de Omgevingswet is al diverse keren uitgesteld: van 2017 naar 2019, naar 2021. Minister Kasja Ollongren van Binnenlandse Zaken wil dat de wet op 1 januari 2022 van kracht wordt.

Rapport BIT

Alle fracties in de senaat hebben vlak voor de kerst in een uitvoerige brief aan Ollongren hun zorgen geuit. De senatoren zijn geschrokken van het rapport van het Bureau ICT-toetsing (BIT) uit oktober 2020. Het BIT blijft bezorgd over de tijdige en succesvolle invoering van het DSO. Kritieke onderdelen van digitale stelsel zijn niet af en nog niet voldoende beproefd om er op te kunnen vertrouwen dat het systeem werkbaar en beheersbaar is. Het BIT adviseert om alle bestuurlijke en managementaandacht te richten op het in gebruik nemen van het digitaal stelsel op het basisniveau per 1 januari 2022. Volgens het BIT zal het dan nog zeker een paar jaar kosten om het stelsel in stapjes door te ontwikkelen. Pas daarna kan aan uitbouw van de functionaliteit gedacht worden.

Monitoring

Ook de Raad van State vindt dat er pas een besluit kan vallen als álle gemeenten op het computersysteem zijn aangesloten en alle functies goed werken. Om te kunnen bepalen op welk moment de Omgevingswet in werking kan treden, moet duidelijk zijn wat de verschillende bestuursorganen daarvoor allemaal nog moeten doen en hoeveel tijd zij nodig hebben. Het advies is om de monitoringsrapportages inzichtelijk te maken en om pas over de inwerkingtreding van de Omgevingswet te besluiten als daarover zekerheid is.

Brief

De minister stuurt komende week een brief naar de Eerste Kamer waarin zij hoopt de zorgen weg te kunnen nemen. Daarna zal de senaat de tijd willen nemen voor een debat en de finale afweging.