RVS-kooi waarin velletjes siliconen zijn bevestigd. De kooi wordt in het water gehangen waarna de siliconenvelletjes stoffen uit het water opnemen (foto: Henry Beeltje)

Deze maand verdedigt onderzoeker Foppe Smedes zijn proefschrift bij de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij laat zien dat stoffen die zeer slecht in water oplossen, gewoon in water gemeten kunnen worden. Het monitoren van deze stoffen hoeft niet perse in vissen te gebeuren, zoals de EU nu voorschrijft. Smedes paste passieve bemonstering – het plaatsen van een vel siliconen in bijvoorbeeld water – toe waarin chemische stoffen zich ophopen net als in vissen.

Milieuvervuilende en slecht in wateroplosbare stoffen, zoals PCB’s, hexachloorbenzeen, DDTs en veel vlamvertragers hopen zich op in organismen en uiteindelijk ook bij mensen. De concentraties verschillen sterk tussen de milieucompartimenten zoals water, sediment, vissen die allen verschillende bindende eigenschappen hebben in tijd en ruimte.
Concentraties in vissen worden sterk beïnvloed door het type vis en biologische factoren zoals lipidengehalte, groeisnelheid, trofisch niveau, voedselvoorziening en voedselketen. De gemeten concentraties voor deze hydrofobe stof zijn dus niet of slecht vergelijkbaar.

Passieve bemonstering

Passieve bemonstering voegt volgens Smedes in principe een compartiment toe aan de omgeving met constante opname-eigenschappen. De siliconen absorberen de stoffen, omdat ze daarin miljoenen maal beter oplossen in vergelijking met water. De oplosbaarheid in siliconen verschilt niet veel van die in vet. De resultaten van passieve bemonstering kunnen nauwkeurig worden omgezet naar een op vet gebaseerde concentratie en zo worden vergeleken met die in vissen.
Lees hier het proefschrift

Lees hier het proefschrift