rioolwaterzuivering
Er wordt intensief onderzoek gedaan naar de uitstoot van broeikasgassen op rwzi's. (foto: Stichtse Rijnlanden).

STOWA en de waterschappen doen op de rioolwaterzuiveringen intensief onderzoek naar de uitstoot van broeikasgassen, zoals lachgas en methaan. Ook wordt er gekeken hoe de uitstoot van deze broeikasgassen op de zuiveringen kan worden verminderd. Dat antwoordt Rafael Lazaroms, programmamanager Energie bij de Unie van Waterschappen, op de vraag hoe de waterschappen aan de slag gaan met de plannen van de Europese Commissie om sneller de uitstoot van meer CO2 te reduceren.

Woensdag 14 juli presenteerde de  Europese Commissie, onder de naam ‘Fit for 55’, nieuwe voorstellen om sneller meer CO2 te reduceren. In de plannen is bepaald dat de Europese uitstoot van CO2 in 2030 niet met 40 procent, maar met 55 procent moet worden gereduceerd. Deze plannen betekenen een aanscherping van de doelstelling van 49% CO2-reductie die in 2019 is opgenomen in het Klimaatakkoord. “De waterschappen zijn voorstander van een ambitieus nationaal klimaatbeleid en het is duidelijk dat we hiermee met onze rioolwaterzuiveringen voor een stevige uitdaging staan”, stelt Lazaroms.

Kansen voor meer handelingsperspectief

Lazaroms benadrukt dat het handelingsperspectief om de uitstoot van lachgas en methaan te verminderen op dit moment nog relatief beperkt is. “Voor wat betreft methaan zijn er meer mogelijkheden dan voor lachgas. Langzamerhand krijgen we voor lachgas gelukkig ook meer inzicht in de processturing van stikstofverwijdering. Daarmee lopen we in Europa voorop. Volledige verwijdering van lachgas is echter niet haalbaar. Op initiatief van de waterschappen is er een wetsvoorstel in voorbereiding om de klimaatvoetafdruk te compenseren met de opwek van meer duurzame energie. De waterschappen boeken op dat gebied al goede resultaten en er zit nog meer in het vat. Zo willen we de productie van groen gas verder gaan verhogen. In 2030 zouden we in plaats van de 140 miljoen kuub, 200 miljoen kuub biogas kunnen produceren en mogelijk gas gaan leveren aan de omgeving.”

Meten is weten

Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) komt er jaarlijks op een gemiddelde rioolwaterzuivering 700 kiloton CO2-equivalenten aan lachgas vrij. Lazaroms: “Die hoeveelheid lijkt overdreven en zou gemiddeld een factor 2 lager kunnen liggen. De cijfers van het IPCC zijn gebaseerd op internationale metingen op een beperkt aantal zuiveringen gedurende een korte periode. Dit protocol is niet goed toepasbaar op de Nederlandse situatie. Daarom meten we nu volop hoeveel lachgas en methaan er écht op de zuiveringen vrij komt. En onderzoeken we wat we kunnen doen om de uitstoot met regeltechnieken te verminderen.”

Naar een klimaatneutrale en circulaire zuivering

Lazaroms sluit niet uit dat er op basis van de lopende onderzoeken in de toekomst een nieuw type zuivering zal ontstaan. Hij denkt bijvoorbeeld aan het concept van de Waterfabriek. “Maar de levensduur van bestaande rwzi’s is meer dan dertig jaar. Omdat je de zuiveringen niet direct kunt aanpassen, moet je dus in eerste instantie andere maatregelen treffen. Het zou mooi zijn als we ook CO2 kunnen gaan afvangen en aan de tuinbouw of de procesindustrie gaan leveren.”

Klimaatpositief

De waterschappen zouden op langere termijn mogelijk een klimaatpositieve bijdrage kunnen leveren. “De waterschappen beschikken over veel assets en technologische mogelijkheden.” Lazaroms verwijst daarbij naar biogasproductie, het opwekken van duurzame energie, aquathermie, opslag en innovaties als de productie van waterstof, de waterfabriek en het opschalen van de biogasproductie met behulp van superkritische vergassing. Lazaroms: “Daarnaast concentreren we ons ook op energie-efficiëntie. Niet alleen op de zuiveringen, maar in de hele organisatie willen we energie besparen. Naast de zuiveringen gebruiken ook de gemalen veel energie.”

Regie

De potentie van de 313 rioolwaterzuiveringen voor de energietransitie is enorm. Met biogas en aquathermie beschikken we over veel warmtebronnen. Volgens Lazaroms bevindt de warmtetransitie in Nederland zich op dit moment helaas in een impasse: “De aanleg van warmtenetwerken komt niet van de grond. De landelijke overheid richt zich op de markt, maar die beweegt niet als er geen zak geld naast wordt gezet. De overheid moet echt de regie gaan nemen en de gemeenten moeten hiervoor ook de juridische en financiële mogelijkheden krijgen.”

Nieuwe strategie

De waterschappen werken op dit moment ook aan een strategische visie om te kijken wat ze nog meer kunnen doen om klimaatneutraal te worden. Lazaroms: “2050 is te ver. De recente overstromingen, maar ook de droogte van de afgelopen zomers laten zien dat de gevolgen van klimaatverandering gigantisch zijn. De waterschappen staan aan de lat om dit soort problemen te voorkomen. Wij zijn daarom blij met de ambitieuze doelstelling van de Europese Commissie. Dit kunnen we alleen in Europees verband aanpakken.”