De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur vraagt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om meer sturing bij het maken van een nationale Omgevingsvisie. (foto: Arenda Oomen).

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) slaat alarm en stelt dat er meer politieke aansturing en interbestuurlijke samenwerking nodig is bij het realiseren van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het kritische Rli-advies ‘Nationale Omgevingsvisie: lakmoesproef voor het omgevingsbeleid’ is dinsdag 20 november aangeboden aan minister Kasja Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die begin 2019 wordt verwacht, is voor het kabinet de leidraad voor het bewaken van de kwaliteit van de leefomgeving. Ook water- en milieuzaken worden in de toekomst met behulp van de nationale omgevingsvisie afgehandeld. Bij het nieuwe beleid voor de fysieke leefomgeving zijn maar liefst negen ministeries betrokken. En volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur werken die ministeries niet samen als één overheid. De raad pleit dan ook voor meer politieke sturing vanuit het kabinet om verkokering binnen de rijksdienst te doorbreken.

Samenhang ontbreekt
Op 5 oktober 2018 stuurde het Kabinet de notitie ‘Kabinetsperspectief NOVI’ naar de Tweede Kamer. Deze notitie is een tussenstap op weg naar de Nationale Omgevingsvisie. De Rli signaleert dat er in het Kabinetsperspectief een samenhangende visie op de toekomst van Nederland ontbreekt. Belangrijke vraagstukken worden helemaal niet aangeroerd. Bijvoorbeeld hoe we vorm gaan geven aan duurzame groei van de economie of wat de ruimtelijke randvoorwaarden voor de toekomst van de luchtvaart in ons land zijn. De raad vindt dat deze onderwerpen wel aan bod moeten komen omdat er anders geen piketpalen worden geslagen die nodig zijn voor het maken van belangrijke keuzes in de diverse regio’s.

Onverantwoord
‘Het beleid voor de leefomgeving is in de afgelopen jaren sterk gedecentraliseerd. Steeds meer opgaven zijn door het rijk in de regio belegd, vaak zonder voldoende budget’, aldus de Rli. Met de grote opgaven waar Nederland voor staat is dit, volgens de Rli, onverantwoord. Het rijk moet meer in de regio moet investeren, bijvoorbeeld met de inzet van medewerkers. Daarbij moet het rijk zich richten op alle dertig de regio’s in Nederland en afzien van het selectieve instrument perspectiefgebieden. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur vindt dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de beschikking moet krijgen over een eigen NOVI-budget.

Rol van de Omgevingsvisie
De omgevingsvisie is een nieuw instrument uit de Omgevingswet. Het is een politiek-bestuurlijk document met een integrale visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. Deze strategische visie moet meer zijn dan een optelsom van sectorale beleidsvisies want de Nationale Omgevingsvisie moet richting kunnen geven aan het nationale en regionale beleid.

Ook bezorgdheid bij koepels
Eind juni uitten ook diverse koepelorganisaties hun zorgen over het gebrek aan regie bij de invoering van de Omgevingswet. IPO, VNG en de Unie van Waterschappen boden minister Ollongren van BZK een manifest met vergelijkbare strekking aan. ‘Werk als één overheid’ en ‘laat transities elkaar versterken’. Zo luidden de hartenkreten in hun manifest. Het doel was om de diverse departementen meer op één lijn te krijgen en het beleid en middelen te ontschotten. Ook vroegen zij de minister verder te kijken dat het huidige regeerakkoord en een wenkend langetermijnperspectief te schetsen voor Nederland. Daarbij zouden scherpe doelen moeten worden gesteld voor 2030 en 2050.