SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Natuureigenaren zijn het niet eens met de nieuwe opzet van de waterschapsbelastingen. Tot nu toe betaalden natuurorganisaties nauwelijks voor het schone water in de door hen beheerde gebieden, maar in de nieuwe voorstellen van de Unie van Waterschappen moeten zij meer gaan betalen. Zij vrezen in grote financiële problemen te komen, stellen de natuurbeheerders deze week in een artikel op Binnenlands Bestuur.

Natuureigenaren vrezen in grote financiële problemen te komen door de voorgestelde nieuwe opzet van de waterschapsbelastingen. Daarin wordt degene die direct profijt trekt van het werk van de waterschappen zwaarder belast. Tot nu toe betaalden natuurorganisaties nauwelijks voor het schone water in de door hen beheerde gebieden.

Onacceptabel
‘Disproportioneel’ noemt de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE) het plan van de Unie van Waterschappen. ‘Een adequate onderbouwing van deze lastenverzwaring ontbreekt en bovendien is de voorgestelde bekostigingssystematiek voor de watersysteemheffing onnodig ingewikkeld, hetgeen een gevoel van onrechtvaardigheid en subjectiviteit voedt. De VBNE acht het voorstel daarom ‘onacceptabel’.

Bijdrage
De VBNE verwacht dat de waterlasten voor natuureigenaren door deze maatregel gemiddeld met een factor vijf of zes zullen stijgen. Volgens de vereniging zullen vooral de kleinere, particuliere eigenaren daardoor in de problemen komen. Volgens de Unie van Waterschappen is in het huidige belastingstelsel een schappelijk bedrag voor natuurorganisaties gerekend, nauwelijks meetbaar in procenten. Natuur brengt van de 2,8 miljard euro die waterschappen jaarlijks binnen halen, slechts 2 miljoen euro op. ‘Wij vinden het redelijk dat je hun gezien de beperkte draagkracht van natuurorganisaties straks niet het volle pond in rekening brengt. Dus geven we ze in de nieuwe opzet een korting van 70 procent. Maar, inderdaad, die resterende 30 procent is nog steeds substantieel meer dan ze nu betalen’, reageert voorzitter Hans Oosters van de Unie van Waterschappen.

Niet voor 2022
Het in mei verschenen advies van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) werd in juni grotendeels overgenomen door het bestuur van de Unie van Waterschappen en ligt nu ter beoordeling bij de individuele waterschappen. Die nemen er uiterlijk eind dit jaar een definitief besluit over. ‘Dat is nog maar de halve wedstrijd’, aldus Oosters. ‘Want dan moeten het kabinet, de Tweede en Eerste Kamer en de Raad van State er nog over besluiten. Dus de wijziging van de waterschapsbelastingen zal naar verwachting niet eerder dan in 2022 aan de orde zijn.’