Medewerkers Prolander en provincie Drenthe volgen op maat gemaakte cursus ‘Klimaatrobuuste inrichting van beekdalen’

beekdalen

Wateropleidingen verzorgde onlangs voor medewerkers van Prolander en de provincie Drenthe de cursus ‘Klimaatrobuuste inrichting van beekdalen’. De cursus is op maat gemaakt om in te spelen op de specifieke kennisbehoefte waar de twee organisaties voor staan over de opgaven om tot een klimaatrobuuste inrichting van het Drentse landschap te komen. Landschapsecoloog en deelnemer Jorim Kamerling van Prolander is enthousiast en deed volop nieuwe inzichten op.

De provincie Drenthe heeft nog een weg te gaan om de natuur te herstellen en het landschap zo in te richten dat het bestand is tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Zo moeten er oplossingen komen om piekbuien op te vangen en is het voor bestrijding van de droogte nodig het water langer vast te houden. De beleidsuitvoering ligt bij Prolander: de uitvoeringsorganisatie voor het landelijk gebied in de provincies Drenthe en Groningen. Met ruim 100 medewerkers werkt de organisatie sinds 2015 aan een toekomstbestendig, natuurlijk en waardevol landschap. De belangrijkste taak van Prolander is om natuurgebieden te versterken en met elkaar te verbinden, het zogeheten Natuur Netwerk Nederland.

Water en bodem sturend

Landschapsecoloog Jorim Kamerling zit 15 jaar in het vak en werkt voor Prolander. “Ik ben vooral bezig met de uitwerking van ecologische doelen binnen natuurinrichtingsprojecten. Binnen de landschapsecologie horen dan ook water en bodem tot mijn werkzaamheden.”
Een actueel thema, want minister Harbers van het ministerie van IenW maakte eind november bekend dat water en bodem voortaan sturend zijn bij de inrichting van Nederland. Zo moet het grondwaterpeil in heel Nederland omhoog, zowel in veenweiden als op de hoge zandgronden. In de veengebieden hard nodig om de bodemdaling en CO2-uitstoot te verminderen.
“Het klimaat en de bodem zijn uiteindelijk leidend voor de inrichting van het watersysteem”, zegt Kamerling. Het klimaat zorgt in combinatie met hoogteligging en ondergrond immers voor bepaalde hydrologische processen en de vorming van een bodem. En samen met de waterkwaliteit bepaalt dit de mogelijkheid voor het ontwikkelen van specifieke vegetaties.

Beekherstel en hydrologie

Deze onderwerpen komen uitgebreid aan bod in de cursus ‘Klimaatrobuuste inrichting van beekdalen’ van Wateropleidingen. De cursus trok via de website van het opleidingsinstituut de aandacht van Kamerling, die zich verder wilde verdiepen in beekmorfologie en -hydrologie. De sturende processen die hieronder liggen, vindt hij ook interessant en relevant. Dat vonden ook een aantal van zijn collega’s en medewerkers van de provincie Drenthe, die door hem op de cursus werden geattenteerd. Die waren vooral op zoek naar een cursus die ze meer inzicht biedt in de specifieke situatie in Drenthe en vergelijkbare omstandigheden van andere beekdalen en landschappen op de zandgronden.

Op maat gemaakt

Wateropleidingen realiseerde daarom een op maat gemaakte cursus die zich richt op het unieke watersysteem in Drenthe. Vanwege het hoogteverschil liggen hier veel beken en beekdalen. De grondslag en hellingsgraad zijn echter niet te vergelijken met beken in andere provincies. Zo is de ondergrond van een beek in Drenthe niet alleen van een andere samenstelling, maar zijn ook de scheidende lagen tussen de doorlatende bodemlagen van een andere aard. Dat stelt weer specifieke uitgangsposities aan het hydrologisch systeem in de gebieden waar de beken liggen. “Grote watervoerende systemen, zoals in Brabant of Gelderland, hebben wij hier niet”, aldus Kamerling.

Het veld in

De deelnemers kwamen drie dagen bij elkaar om onder leiding van ervaren docenten nieuwe kennis te vergaren. Tijdens de eerste cursusdag kwam vooral theorie over de bouwstenen voor klimaatrobuuste inrichting van gebieden aan bod. “Door de opwarming van het klimaat zal er vooral ‘s zomers meer vocht in de lucht zitten. Hierdoor krijgen we meer hevige piekbuien en stevige buiten die langer kunnen aanhouden, zoals we onlangs in Limburg hebben gezien”, vertelt Kamerling. Daarom is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk water vast te houden, maar ook om benedenstrooms meer waterberging te realiseren. Zoals bijvoorbeeld de Onlanden, die circa 10 geleden is aangelegd om Groningen voor wateroverlast te behoeden. Het langer vasthouden is bedoeld om snelle afstroom te beperken en om het grondwater extra te voeden. Dat kan beide door beken te herstellen en beekdalen her in te richten.
Op de tweede en derde dag gingen de deelnemers in de middag het veld in. De sponswerking van de bodem stond centraal op de tweede dag, terwijl op de derde dag de benodigde bouwstenen voor beekdalherstel aan de orde kwamen. “Wat kun je nu in een beekdal doen om water langer vast te houden?”, licht Kamerling toe. “En als er beperkte ruimte is, waar regel je dan de waterberging en hoe zorg je tevens dat de natuur- en waterkwaliteit op orde is?”

Negatieve effecten

Water vasthouden kan immers ook negatieve effecten hebben, zeker voor de waterkwaliteit. Wanneer bijvoorbeeld water versneld wordt afgevoerd van de flanken en hoger terrein dat agrarisch in gebruik is, betekend dit een aanvoer van slib en daarmee nutriënten naar het beekdal. “Dat water wil je niet vathouden op locaties met schrale natuurdoelen, maar is ook niet prettig voor de KRW-doelstelling. Daar moeten we bij de inrichting goed rekening mee houden.”
Kamerling is enthousiast over de nieuwe kennis en inzichten die heeft opgedaan. “Ik weet onder andere meer over de sponswerking van de bodem. Over de terminologie verschillen de inzichten. Wat houdt het nu precies in? Zo heeft een goed aangelegd bos een enorme sponswerking, maar dat is niet de sponswerking die je voor aanvulling van de grondwaterstand en daarmee een jaarrond stromende beek nodig hebt.” Daarom ging het tijdens de op maat gemaakte cursus ook over manieren om water in de bodem vast te houden zodat het langzaam en richting beken kan stromen.

Gegraven watergangen

Een ander nieuw inzicht is dat bijna alle beken in Drenthe van oorsprong vaak geen beken zijn maar slenkachtige systemen, stelt Kamerling. De historische beken zijn over het algemeen door de mens geholpen door het graven van afwatering, waarna deze tijdens de ruilverkaveling vaak zijn vergroot en recht getrokken. Het water dat zich daar dan concentreert houdt de bedding vervolgens in stand, maar vanwege de grote nutriëntenlast groeien ze ook weer snel vol met vegetatie. Dat de beken er nog zijn komt dan ook door het beheer ervan.

Effect bosontwikkeling

De cursus heeft hem en de andere deelnemers ook meer geleerd over het effect van bosontwikkeling in beekdalen. Dat zien we in Nederland nog niet zo vaak, omdat open beekdalen cultuurhistorisch en landschappelijk de norm zijn. “Dat zien de mensen nu eenmaal graag. Maar als je het beheer van het beekdal minder intensief maakt, ontwikkelt zich al snel weer bos en struweel in het beekdal. Een beek is hierbij gebaat. De schaduwwerking van een bos zorgt immers voor een betere waterkwaliteit.” Uiteindelijk is het volgens Kamerling het mooiste om het watersysteem zelf zijn werk te kunnen laten doen. En dat betekent dat er niet altijd beken worden gevormd, maar eerder moerassystemen.