De landbouw geldt als een van de grootste veroorzakers van de hoge belasting aan nutriënten in het oppervlaktewater, zo blijkt uit de Nationale analyse waterkwaliteit (foto: E. Dronkert/CC).

Op 16 juni bespreekt de Tweede Kamer de Nationale analyse waterkwaliteit. Deze verscheen eind april en laat zien hoe Nederland er qua waterkwaliteit voor staat en waar extra inspanningen nodig zijn om in 2027 de doelen uit de Kaderrichtlijn Water te kunnen halen. Op 8 juni stuurde minister Van Nieuwenhuizen nog een laatste aanvulling op de analyse naar de Kamer, met herberekeningen op basis van de definitieve doelen en aandacht voor drinkwater. De projecten die lopen binnen de Kennisimpuls Waterkwaliteit kunnen bijdragen aan oplossingen.

Met de Nationale analyse waterkwaliteit is de huidige waterkwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in de Nederlandse stroomgebieden in beeld gebracht en onderzocht in hoeverre de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 gehaald kunnen worden met de voorgenomen maatregelen van Rijk, waterschappen en provincies. Daarnaast gaat de Nationale analyse in op de resterende opgaven voor het bereiken van de beoogde kwaliteit van grond- en oppervlaktewater voor nutriënten, biologische parameters, gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten en andere opkomende stoffen, en microplastics.

Discussies voorkomen
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de kar getrokken, maar de Nationale analyse waterkwaliteit is het resultaat van een gezamenlijk feitenonderzoek van het Rijk, waterbeheerders, provincies, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten. Projectleider Frank van Gaalen: “Het uitgangspunt was dat we met elkaar een beeld van de waterkwaliteit zouden neerzetten dat herkend en erkend wordt door alle betrokken partijen. Op deze manier wilden we voorkomen dat de analyse aanleiding geeft voor discussies over de juistheid van getallen en uitgangspunten. Het moet vooral het startpunt vormen voor de vraag: hoe gaan we verder? Hoewel het nooit zal lukken alle betrokken partijen volledig op één lijn te krijgen, hebben we wel een flinke stap in de goede richting kunnen zetten. We hebben het idee dat de belangrijkste conclusies breed onderschreven worden.”

Spoiler alert: we gaan het niet halen
In een begeleidende Kamerbrief bij het addendum dat het PBL heeft uitgebracht, schrijft minister Van Nieuwenhuizen dat ze alles uit de kast wil halen om de KRW-doelen te halen, maar dat waarschijnlijk niet alles gehaald zal worden. ‘Bij velen bestaat de vrees dat onze gezamenlijke inzet onvoldoende is om te voorkomen dat de Europese Commissie na 2027 juridische stappen zal zetten vanwege niet behaalde KRW-doelen’ schrijft Van Nieuwenhuizen. ‘Ik zal aankomende tijd, samen met mijn collega’s, alles in het werk stellen om de doelen te halen. Daarbij wil ik herhalen dat het niet haalbaar is om in 2027 overal en voor iedere parameter de doelen te behalen. Als de maatregelen genomen zijn, dan kunnen natuurlijke omstandigheden een reden zijn dat doelen later bereikt worden. Natuurlijk blijft het streven om alle doelen zo snel als mogelijk te realiseren. Mijn indruk is dat de regionale overheden en Rijkswaterstaat goed op weg zijn om een adequate invulling te geven aan de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027, juist ook in deze moeilijke tijden. Ik ben daarom van mening dat alle partijen zich samen goed inzetten om in 2027 aan de eisen van de KRW te voldoen en om chemisch schoon en ecologisch gezond water te bereiken en te behouden.’

Waterkwaliteit verbetert
Met de huidige en voorgenomen maatregelen van de waterbeheerders, aangevuld met vrijwillige landbouwmaatregelen vanuit het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), zal volgens de uitgevoerde modelberekeningen de waterkwaliteit zeker verbeteren, stelt PBL-projectleider Van Gaalen. Maar we gaan volgens hem inderdaad niet alle doelen halen. Daarmee nuanceert hij zijn uitspraken in een eerder vraaggesprek over de Nationale analyse waterkwaliteit. “Het aandeel wateren dat in 2027 voldoet aan de normen voor biologische kwaliteit (uitgedrukt in gewenste soorten en aantallen vissen, waterplanten, algen en macrofauna voor de uiteenlopende watertypen, red.) ligt tussen de 35 en 65 procent”, zegt Van Gaalen nu. Het realiseren van de doelen is volgens de opstellers van de Nationale analyse ook afhankelijk van andere beleidsdomeinen, zoals de landbouw, industrie en huishoudens. Van Gaalen: “Hierdoor ontbreekt het soms aan gemeenschappelijke doelen. Wij breken in de analyse dan ook een lans voor meer coördinatie, afstemming en integratie van het waterbeleid in ander beleid en voor een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.”

Nutriënten zijn een knelpunt
Het PBL geeft aan dat de opgave voor verontreinigende stoffen de afgelopen jaren scherper in beeld is gebracht. Metalen, PAK’s en organische microverontreinigingen laten veelal een dalende trend zien, al stagneert deze voor PAK’s. Voor sommige stoffen dient aanvullende informatie gezocht te worden. Er is soms meer kennis nodig van de bronnen om de maatregelen te kunnen benoemen. Maar in een deel van de waterlichamen resteert een opgave voor nutriënten. De Nationale analyse waterkwaliteit noemt drie hoofdoorzaken voor de hoge belasting met nutriënten: import vanuit buurlanden, effluent van rioolwaterzuiveringen en de landbouw.

“Op dat gebied moeten we meer doen, zo blijkt uit de analyse. Vrijwillige maatregelen in het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer kunnen bijdragen aan het halen van de doelen. Maar dan moeten er meer boeren meedoen”, zegt Van Gaalen. In delen van Nederland, waaronder delen van het Maasstroomgebied, is de opgave zo fors, dat je er daarmee volgens de onderzoekers niet komt. Daar zijn structurele maatregelen in de landbouw nodig. “Daarbij moet je denken aan bemesten onder het bemestingsadvies, het op grote schaal toepassen van mestvrije stroken of het verbod op het kweken van bepaalde gewassen in bepaalde gebieden. Hier kunnen beleidstrajecten als de ontwikkeling van kringlooplandbouw en de herbezinning van het mestbeleid de gewenste structurele oplossingen bieden.”

Verbeteren ecologische toestand
Naast het terugdringen van nutriënten en verontreinigingen, wijst het PBL op mogelijke verbeteringen in inrichting en beheer om verbetering van de ecologische toestand te bereiken. In hoog-Nederland gaat het met name om het verdergaand hydrologisch herstel en/of hermeanderen van beken. In laag-Nederland liggen mogelijkheden voor verbetering van de oeverinrichting en een extensiever oever- en slootbeheer.

Kennisimpuls Waterkwaliteit
Het verbeteren van de ecologie, in feite het halen van de KRW-doelen voor vissen, waterplanten, algen en macrofauna, is dus een lastig punt. Van Gaalen: “Dat heeft deels te maken met de nutriëntenbelasting. Maar ook omdat we vaak nog te weinig inzicht hebben in de manier waarop watersystemen functioneren, bijvoorbeeld brakke wateren, welke doelen gesteld kunnen worden en hoe effectief de uiteenlopende maatregelen precies zijn. Dit zijn precies de vragen waar de Kennisimpuls Waterkwaliteit zich op dit ogenblik mee bezighoudt.” In de Kennisimpuls Waterkwaliteit (KIWK) werken Rijk, provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en kennisinstituten Deltares, KWR, WUR en RIVM aan meer inzicht in de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden, zoals nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten en nog onbekende chemische stoffen. Met dit inzicht kunnen waterbeheerders en andere partijen de juiste maatregelen nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten.

Inconsistentie wegnemen
Peter Schipper van Wageningen Environmental Research is nauw betrokken bij de Kennisimpuls. Volgens Schipper sluit die goed aan op de vragen en onzekerheden die uit de Nationale analyse naar voren komen. “Voor de analyse is input gebruikt van alle waterschappen. Daar zit een zekere inconsistentie in, bijvoorbeeld omdat men maatregelen net even anders definieert, of net weer andere modellen gebruikt. Binnen de Kennisimpuls nemen we een belangrijk deel van deze inconsistentie weg. Onder andere door kennisleemten over systeemgedrag, bronnen en emissieroutes in te vullen en door een gemeenschappelijke kennisbasis op te bouwen waarmee eenduidig effecten van maatregelen op de waterkwaliteit ingeschat kunnen worden. Dat levert bij een volgende analyse een scherper beeld op.”

Kosteneffectieve keuzes maken
Zo blijkt uit de analyse dat het nog steeds lastig is om de effecten van maatregelen op bijvoorbeeld de biologie en op de emissies van stoffen naar het water te kunnen kwantificeren en daarbij rekening te houden met gebiedsspecifieke factoren. Dat maakt het moeilijk om kosteneffectieve keuzes te maken, stelt Schipper: “Een groot deel van de KIWK-projecten is erop gericht meer helderheid te scheppen op dit punt. In het project Ecologische kwaliteit worden bijvoorbeeld belangrijke kennisleemten ingevuld over de werking van het ecologische systeem en welke herstelmaatregelen zinvol en effectief zijn. Op dat moment kun je beter sturen op maatregelen.”

‘Een scherp, breed gedragen beeld’
Christa Groshart van het ministerie van IenW is voor de Nationale analyse waterkwaliteit en de Kennisimpuls Waterkwaliteit aanspreekpunt namens de gezamenlijke opdrachtgevers. Dat zijn, naast haar eigen ministerie, IPO, de drinkwaterbedrijven, STOWA en de gezamenlijke waterschappen. Ze is blij met de resultaten van de Nationale analyse: “Het geeft een scherp, breed gedragen beeld van de huidige stand van zaken, waar we kunnen komen in 2027 en waar de uitdagingen liggen.” Groshart verwacht dat de Kennisimpuls antwoorden gaat opleveren waar water- en terreinbeheerders in de praktijk echt verder mee kunnen. “Ik heb er goede hoop op, want aan alle projecten is een gebruikerscommissie toegevoegd die dat moet waarborgen. Dat noem ik de inhoudelijke winst. Maar ik hoop ook dat we ‘organisatorische winst’ kunnen boeken. In de Kennisimpuls dagen we kennisinstellingen en adviesbureaus uit om samen te werken en alle in ons land aanwezige expertise te bundelen voor de best mogelijke antwoorden. Ik hoop dat deze winst blijvend is.”

Gerard Doornbos: ‘Keuzes maken!’
De Kennisimpuls Waterkwaliteit en de Nationale analyse waterkwaliteit maken deel uit van de Delta-aanpak Waterkwaliteit. Deze richt zich op het versneld verbeteren van de waterkwaliteit in de breedste zin van het woord. Om de gewenste versnelling aan te brengen, zijn er voor de belangrijkste knel- en aandachtspunten bestuurlijke ‘versnellingstafels’ ingesteld, onder voorzitterschap van oud LTO-voorzitter en oud-dijkgraaf Gerard Doornbos. De uitkomst is duidelijk, vindt Doornbos: “Het gaat de goeie kant op, maar het duurt te lang. We moeten oppassen dat we deze boodschap niet voor kennisgeving aannemen. Vandaar dat ik de bestuurders aan de versnellingstafels heb uitgedaagd op korte termijn aan te geven wat zij zelf op de uiteenlopende terreinen gaan doen: nutriënten, opkomende stoffen, medicijnresten en dergelijke. Maar ook wat ze op dit gebied verwachten van anderen. Het wordt echt tijd dat we keuzes gaan maken. De resultaten van de Kennisimpuls kunnen ons daarbij helpen.”