Minister Cora van Nieuwenhuizen tijdens het Wetgevingsoverleg Water op 1 december.

Als een rode draad liep de balans tussen ecologie en economie 1 december door het halfjaarlijkse overleg in de Tweede Kamer over alle lopende waterdossiers. De toekomst van de Waddenzee zorgde voor een fel debat tussen D66 en VVD. Maar ook bij dijkversterking kwam het onderwerp aan bod. Volgens veel politieke partijen mag dat best groener. Tijdens het debat over de waterkwaliteitsdoelen voor de Kaderrichtlijn Water ging het vooral om de balans tussen landbouw en natuur.

De Tweede Kamer stond uitgebreid stil bij de toekomst van de Waddenzee. Daarbij ging het vooral om de economische druk op het gebied. D66-Kamerlid Tjeerd de Groot en VVD-Kamerlid Remco Dijkstra gingen uitgebreid met elkaar in debat over de balans tussen de natuur en economische activiteiten. Volgens De Groot hebben visserij,  landbouw, toerisme en mijnbouw een zware wissel getrokken op de natuur en is de balans verstoord. Hij pleitte voor herstel van die balans met meer nadruk op natuurbeheer. Dijkstra vindt dat de Waddenzee economisch niet op slot moet en iedereen die er nu een boterham verdient dat in de toekomst ook moet kunnen doen.

Kernwaarden

Carla Dik-Faber van de ChristenUnie stelde voor om eerst criteria te ontwikkelen voor de kernwaarden van het gebied: rust, ruimte en stilte. Als die kernwaarden vastliggen kan daarna worden onderzocht welke economische activiteiten daarbij passen, zo luidt haar redening. Ze wil voorkomen dat belanghebbenden zonder een kader, in alle vrijheid op zoek gaan naar compromissen. Ook Kamerlid Eva van Esch van Partij voor de Dieren drong aan op kwantitatieve doelen voor de natuurontwikkeling.

Gas- en zoutwinning

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat wilde tijdens het debat niet ingaan op Kamervragen over de zout- en gaswinning in de Waddenzee. Van Nieuwenhuizen stelde dat zij alleen verantwoordelijk is voor de cumulatie van economische activiteiten in de Waddenzee.  Voor zout- en gaswinning verwees ze door naar haar collega Wiebes van Economische Zaken. Die wil in februari een brief aan de Tweede Kamer sturen over de mijnbouw in de Waddenzee. Partij voor de Dieren wilde niet wachten op de brief van minister Wiebes en diende een motie in die de regering oproept tot uitfasering van de gas- en zoutwinning.

Sobere dijkversterkingen

Natuurbeheer speelde ook een grote rol tijdens het debat over dijkversterking. De Tweede Kamer wil waterveiligheid structureel verbinden met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Zoals dat ook is gebeurd bij de uitvoering van Ruimte voor de Rivier. Kamerlid De Groot vindt het jammer dat waterbeheerders zelf potjes moeten vinden om ruimtelijke opgaves te kunnen combineren. Volgens De Groot is Nederland daarvoor te klein en zijn de opgaves te groot. Hij wilde weten wat de minister gaat doen om het meekoppelen actief te stimuleren.

Waterveiligheid

In haar reactie gaf Van Nieuwenhuizen aan dat er wel degelijk successen worden geboekt. Zij verwees daarbij naar het recent bereikte akkoord met vijf gemeenten langs de IJssel voor de aanleg van het Rivierklimaatpark IJsselpoort. Daarnaast benadrukte ze nog eens dat waterveiligheid het primaire doel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is. Aanvullende opgaven zijn voor rekening van de gebiedspartners. Van Nieuwenhuizen weerlegde dat de opdracht aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma om de dijkversterkingen ‘sober en doelmatig’ uit te voeren,  meekoppelen van natuurherstel in de weg zou staan. “Het gaat erom dat we voor waterveiligheid niet onnodig geld uitgeven. Juist ook vanuit de NOVI en de Omgevingswet blijkt behoefte aan nieuwe manieren om invulling te geven aan gebiedsvisies. Ik ga daarover graag in gesprek met de medeoverheden.”

Kaderrichtlijn Water

VVD-Kamerlid Dijkstra wilde weten of de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027 nog te realiseren zijn. “Wat gebeurt er als straks blijkt dat het overleg met de landbouw niet voldoende is. Moeten we dan heel Nederland platleggen om de KRW-doelen te halen?” Volgens De Groot is het zaak om de juiste balans te zoeken tussen landbouw en natuur. Als voorbeeld noemde hij het project Panorama Waterland van Vitens waarbij de sponswerking van de bodem centraal staat en de landbouw zich daarop aanpast.

Uitdagingen

“In een aantal delen van het land komen de doelen echt in zicht”, stelde Van Nieuwenhuizen, “maar in het Maasstroomgebied ligt nog een flinke uitdaging.” Volgens de minister gaat de aandacht uit naar een mix van verplichte en vrijwillige maatregelen in de landbouw die aansluiten bij het verminderen van de stikstofuitstoot. Volgend jaar komt er een studie naar de voorgestelde maatregelen uit de ontwerp Stroomgebiedsbeheerplannen 2021-2027. Deze 3e generatie SGBP-plannen moeten in december definitief worden vastgesteld. De toegevoegde maatregelen moeten Nederland in staat stellen de KRW-doelen te halen. De Tweede Kamer vertrouwt minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat en blijft geloven dat het in 2027 allemaal goed komt met de waterkwaliteitsdoelen.