hoogwater-limburg
Overstroming van de Geul op 14 juli 2021 (foto: Defensie)

Op 14 juli is het een jaar geleden dat er een enorme hoeveelheid regen viel in Zuid-Limburg, waardoor de beekdalen snel volliepen met grote overstromingen als gevolg. De Maas kon de ontstane piekafvoer maar net aan. De vraag is of we op dit moment een ramp bij een soortgelijke neerslag inmiddels wel kunnen voorkomen. Helaas is dat niet zo, en het is zeer de vraag of dat ooit helemaal het geval zal zijn.

Direct na de hoogwaterramp is, onder leiding van Rijkswaterstaat en waterschap Limburg, veel herstelwerk uitgevoerd aan het watersysteem. Gemeenten pakten de openbare ruimte aan. Bewoners en bedrijven maakten hun panden weer bewoonbaar. Maar een jaar na dato is het werk nog niet helemaal afgerond: zo werkt de gemeente Valkenburg nog aan het herstel van de brug over de Geul en zijn enkele tientallen bewoners nog steeds niet naar hun huis teruggekeerd. De schadevergoeding procedures verlopen traag en verbouwingen duren extra lang, door onvoldoende capaciteit bij de lokale aannemerij.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Op het vlak van het waterbeheer was er veel bestuurlijk overleg tussen het ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, provincie Limburg en het waterschap Limburg. Er verschenen evaluatierapporten die betrekking hadden op de rampbestrijding: de evacuaties en de aanleg van noodkeringen. Al snel na de ramp kwamen lokale Limburgse bestuurders met een eerste actieplan dat inzette op een versnelde uitvoering van de bestaande plannen voor dijkversterkingen langs de Maas (HWBP) en lokale wateroverlast voorkomen (Water in balans programma van het waterschap).
In maart 2022 verscheen een tussenevaluatie van de speciaal ingestelde Beleidstafel, waaruit naar voren kwam dat piekafvoeren in de Limburgse beekdalen lastig te voorspellen zijn. Dat maakt het lastig voor het waterschap en de Veiligheidsregio’s om hier adequaat, en vooral snel, op te reageren.

Stijgsnelheid water 40 cm per uur

Uit een case-onderzoek van Deltares bleek dat van de Geul in Valkenburg tussen 18:00 en 22:00 uur op 14 juli de gemiddelde stijgsnelheid 40 cm per uur moet zijn geweest. Meer dan 60 procent van het water kwam uit België.

hoogwater-limburg
Foto: neerslagsommen in het stroomgebied van de Geul van 13 juli 10:00 tot 15 juli 10:00. (bron Deltares, maart 2022)

Topvervlakking

De oplossingen in de Limburgse beekdalen zijn niet eenvoudig. Zo concludeerde de onderzoekers in de case studie naar de overstroming in Valkenburg dat die alleen te voorkomen is met een drainagetunnel onder de stad, 3 meter hoge keringen of door de inrichting van extra bergingsruimte voor 6 tot 10 miljoen m3 regenwater. “Een versnelde afvoer bij Valkenburg leidt benedenstrooms bij Meerssen tot meer overstromingen”, zo laat Nathalie Asselman van Deltares weten. “Iedereen is het erover eens dat de beste oplossing het water bovenstrooms opvangen is. Maar voor een topafvlakking bij een hevige regenval zijn bovenstrooms weinig mogelijkheden”, zo constateert Asselman. “Je hoort dat iedereen het heeft over de sponswerking vergroten, maar bovenstrooms in het Belgische deel van de Geul is de bodem een vaatdoek. De bergingscapaciteit in de bodem is daar heel gering.”

Flessenhalzen

Hoe de topvervlakking wel het beste kan worden aangepakt, is nog steeds onderwerp van onderzoek. “We zijn nu voor het hele stroomgebied van de Geul aan het onderzoeken wat de effecten zijn van verschillende typen maatregelen, waaronder bovenstrooms vasthouden, maar ook flessenhalzen aanpakken. Dat doen we ook voor ander type maatregelen. Dan krijgen we een grof beeld van de effectiviteit voor het hele stroomgebied. Vervolgens kunnen we de studie verfijnen naar de inzet ervan lokaal.” Asselman verwacht dat deze studies eind dit jaar voor de Geul, de Roer (Nederlandse deel) en de Geleenbeek klaar zijn.

Grote lokale verschillen hoogwater

De werkwijze, van grof naar fijn, bij de stroomgebied studies heeft volgens Asselman een duidelijke aanleiding. “Vooraf aan het hoogwater op 14 en 15 juli waren overstromingen bij Eygelshoven. Opvallend was dat daar in juli nauwelijks grote problemen waren. De eerdere bui in juni liet veel regenwater samenstromen en er was onvoldoende bovengrondse afvoercapaciteit. In juli waren de problemen in Eygelshoven minder groot, omdat de neerslagintensiteit minder was dan in andere delen van Zuid-Limburg en de bodem veel regenwater opving. De vergelijking van de twee buien, leerde dat, afhankelijk van de lokale neerslagintensiteit, in de Limburgse beekdalen grote verschillen kunnen ontstaan in het type en de omvang van overstromingen.”
Asselman verwacht dat de werkwijze van grof naar fijn uiteindelijk gaat leiden tot lokaal maatwerk, waarbij ook combinaties denkbaar zijn van bovenstroomse berging, versnelde afvoer en topvervlakking.
Het waterschap Limburg heeft het bestaande programma Water in Balans geïntensiveerd en het contact met landbouworganisaties en gemeenten verstevigd, met als doel maatregelen te nemen die de afstroming naar de beekdalen vertragen.

Risiconormering

Veel Limburgse gemeenten hanteren een wateroverlast norm van 1:25. In de rest van Nederland is dat meestal 1:100. Het verschil is een gevolg van de hoge kosten die de Limburgse gemeenten moeten maken om in de beekdalen bescherming te bieden bij extreem hoge afvoeren. De verhoging van de norm naar 1:100 zadelt gemeenten op met enorme complexe vraagstukken met dure oplossingen. “In het centrum van Valkenburg zit niemand te wachten op 3 meter hoge keringen”, aldus Asselman.
Ook de Delftse hoogleraar waterveiligheid Matthijs Kok noemt de wateroverlastnormering als een van de onopgeloste bestuurlijke vraagstukken. “Er zijn al wel maatregelen in voorbereiding, maar dat zijn al geplande projecten”, aldus Kok. Het gaat dan onder meer om de resterende dijkversterkingen langs de Maas uit het HWBP. “Voor de Geul ontbreekt het nog aan een totaalbeeld. Dat is er nog niet en ik denk dat bewoners daar recht op hebben na een jaar.”
“In het geval van Valkenburg speelt ook het risico op slachtoffers. Die risiconormering is anders dan bij alleen wateroverlast. De risicoanalyse moet onafhankelijk worden uitgevoerd en de risico-afwegingen moeten transparant zijn zodat daar een maatschappelijke discussie over kan worden gevoerd. Als je alleen met hele dure maatregelen het risico omlaag krijgt, dat moet dat heel duidelijk zijn.”

Nieuwe Maaswerken

Langs de Maas stond het water maar enkele centimeters onder de rand van de dijken en kademuren. Daarom wordt nu door het ministerie IenW de afvoercapaciteit van de Maas verder verhoogd, voor de Maaswerken tot 3.250 m3/s. Het hoogwater in juli 201 kwam daar met een super piekafvoer van 3.260 m3/s iets overheen. Voor de toekomst houdt men 4.250 m3/s aan. Echter, de waterveiligheid staat niet op zichzelf en gaat ook om de scheepvaart, de zandwinning, de recreatie en de natuur. Het ministerie wil via het programma Integraal Riviermanagement voor de Maas en Rijn tot een integrale aanpak komen en dat in de nieuwe Omgevingswet vastleggen.