Den Helder vanaf de dijk (foto: CommonsWikiMedai).

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Witteveen+Bos kiezen ervoor om de dijken tussen Den Oever en Den Helder in delen te versterken. Niet alle dijkdelen zijn even hard toe aan versterking. Als eerste pakken ze faalmechanismen op die urgent zijn uit veiligheidsoogpunt, zoals de binnenwaartse macrostabiliteit en dijkbekleding. Voor stukken die nu geen directe versterking nodig hebben, onderzoeken de partijen een geleidelijke uitvoering.

De dijken tussen Den Oever en Den Helder voldoen op sommige stukken niet aan de nieuwste veiligheidseisen. Het gaat om Wieringer Zeewering (12 km), de Amsteldiepdijk (2,3 km) en de Balgzanddijk (8 km). Samen zijn de dijken 22 km lang, waarvan HHNK 13 km moet versterken. Het gaat in totaal om circa 13 kilometer dijk.

De opgave voor het Balgzandkanaal is binnenwaartse macrostabiliteit, voor de Wieringer Zeewering dijkbekleding met gras, en voor alle drie de trajecten dijkbekleding met zetsteen en met asfalt.

Momenteel is het veilig, maar de dijken moeten sterker om de veiligheid van de inwoners in de toekomst te garanderen, stellen de partijen. HHNK en Witteveen+Bos pakken deze werkzaamheden op in het kader van het nationale Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Geleidelijke uitvoering

Niet alle dijkdelen zijn even hard toe aan versterking. Dit leidde tot de keuze voor een geleidelijke uitvoering. Dit maakt het mogelijk om de opgave verder te optimaliseren, natuurlijke processen te incorporeren en beter aan te sluiten bij andere ontwikkelingen in de omgeving. Ook zijn de effecten op natuur mogelijk minder groot omdat er niet op meer plekken tegelijk gewerkt wordt.

HHNK en Witteveen+Bos bekijken – zonder dat de waterveiligheid uit het oog wordt verloren – per dijkvak wat het ideale moment van versterken is. Daarom heeft het project twee parallelle sporen. “In het eerste spoor pakken we de faalmechanismen op die urgent zijn vanuit veiligheidsoogpunt”, licht de woordvoerster van HHNK toe. “Voor delen van de dijk die nu nog wel voldoen, maar ergens in de komende 50 jaar niet meer, kijken we naar de mogelijkheid om geleidelijk te versterken.”

Monitoring

De dijkvakken in het eerste spoor, de meest urgente, landen uiteindelijk in een Projectbesluit. Voor de dijkvakken in het tweede spoor (geleidelijk) wordt via monitoring bekeken wanneer en of er versterking plaats moet vinden. De indeling van deze sporen staat niet vast en dijkvakken kunnen gedurende het proces wisselen tussen sporen.

De partijen onderzoeken bijvoorbeeld de grasbekleding in de golfoploopzone. Een uitzondering hierop vormt het faalmechanisme stabiliteit steenzetting. “Bij de dijken zijn er delen van de steenzetting die in spoor 1 vallen -nu afgekeurd – en delen die in spoor 2 vallen. Het verschil hiertussen komt door een combinatie van verschil in type steenzetting, profiel en golfbelasting”, aldus de woordvoerster.

Projectbesluit

Daarnaast ontwikkelt de techniek snel. “Misschien zijn er over een tijd betere of goedkopere dijkversterkingstechnieken. Maar ook, de Waddenzee verandert steeds. De bodem van de Waddenzee stijgt. Dat heeft invloed op de golven en is gunstig voor de veiligheid van de dijk. We volgen de ontwikkeling van de zeebodem een aantal jaren zodat we veranderingen beter kunnen voorspellen en onze plannen hierop kunnen aanpassen.” Het goedgekeurde Projectbesluit ligt naar verwachting in 2023 op tafel waarna de uitvoering kan starten.