Banner Delft Meet Regen (WaterLab)

Ruim 180 Delftenaren brengen sinds 18 juli iedere dag met een zelfgemaakte regenmeter thuis in kaart hoeveel regen er is gevallen. Doel van het project Delft Meet Regen van de TU Delft en WaterLab is tweeledig: op welke plaatsen in de stad valt de meeste regen en waar kunnen beleidsmakers het beste maatregelen nemen om wateroverlast te voorkomen?

Het onderzoek is opgezet door de TU Delft in nauwe samenwerking met WaterLab, de gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland. Om de hoeveelheid regen die valt in beeld te brengen, schakelden ze de bewoners van Delft in. Valt er overal evenveel regen? Of regent het op sommige plekken meer of minder?

De bewoners ontvingen voor het project een meet-kit van het WaterLab om zelf een regenmeter te maken. Die kunnen ze in een zelfgekozen periode elke dag aflezen. Het project zou parallel lopen met een vergelijkbaar project in Ghana waar van juli tot september het regenseizoen is. “Door de coronapandemie heeft het project in Ghana echter vertraging opgelopen”, zegt Marit Bogert, coördinator van het WaterLab. “Wij wilden het project in Delft toch door laten gaan, zeker omdat veel mensen in deze tijden niet op vakantie naar het buitenland gaan.”

Regenmeting op elke vierkante kilometer

Het KNMI heeft in heel Nederland gemiddeld 1 regenmeter per 100 vierkante kilometer, in totaal zijn dit ruim 300 regenmeters in het hele land. Apps, zoals bijvoorbeeld buienradar, meten regen per 1 vierkante kilometer, maar omdat de radar op een indirecte manier de regen meet, is deze vaak onnauwkeurig. Tijdens het project Delft Meet Regen, vergroten de initiatiefnemers het aantal regenmeters. Hierdoor kunnen ze in Delft op elke vierkante kilometer een regenmeting doen. Hierbij streven ze naar 1 meting per dag voor tenminste 2 maanden lang.

Bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek

De uitkomsten dragen bij aan wetenschappelijk onderzoek van de Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de TU Delft. Hoofdonderzoeker Marie Claire ten Veldhuis onderzoekt namens de TU Delft hoe de inrichting van steden plaatselijk de regenval beïnvloedt. Het kan binnen de stad per buurt verschillen hoeveel het regent, ondanks de relatief kleine afstand tussen de buurten. “Samen met de studenten gaat zij de data analyseren. Zo hebben dichtbebouwde gebieden wellicht andere windpatronen. Ook is het interessant om te zien waar precies de regen valt tijdens een piekbui.”

Datakaart van 29 juli met 215 metingen van ongeveer 25 locaties/deelnemers (WaterLab)

De meters blijken vooralsnog nog goed te werken. “De data over de regenval en de droogte komen goed door”, zegt Bogert. “Via een tweewekelijkse nieuwsbrief brengen we alle deelnemers op de hoogte van de metingen tot dan toe. Halverwege september starten de betrokken onderzoekers met de data-analyses.”